Het unieke actievoordeel van Nederlands weer - Reisverslag uit Kuytun, China van Richard Dijke - WaarBenJij.nu Het unieke actievoordeel van Nederlands weer - Reisverslag uit Kuytun, China van Richard Dijke - WaarBenJij.nu

Het unieke actievoordeel van Nederlands weer

Door: Richard van Dijke

Blijf op de hoogte en volg Richard

19 Augustus 2025 | China, Kuytun

Door de jaren heen had ik op het Euraziatische continent al fietsend een denkbeeldige lijn getrokken van Nederland naar Singapore. Er ontbraken nog twee stukken in die lijn en die gaten wilde ik dit jaar dichtrijden. Na een lange aanloop kon ik nu bijna het grootste gat, tussen Sary-Tash in Kirgizië en Xining in China, gaan vullen. In Osh boog ik me over de details van dat traject, dat ik al jarenlang van plan was te rijden. De domper volgde snel. De Chinese douane bevond zich op 138 kilometer van de grens. Het was niet toegestaan dat stuk te fietsen. Ik moest een bus nemen. Daarmee viel het traject vanaf Sary-Tash in één keer af. Ik wilde iedere meter op eigen kracht afgelegd hebben. Ik zou nu over de Torugart-pas China in moeten. Dat betekende een lange omweg door de bergen, over slechtere wegen, en een deel van dat traject had ik al in tegengestelde richting gereden, vorige week van Jalal-Abad naar Osh (100 km) en in 2016 van Kazarman naar Jalal-Abad (150 km). Maar het was de enige optie die ik hier in Osh nog had.

Ik had nog steeds te kampen met een ontregeld ingewand als gevolg van antibiotica, en ik bracht mijn voornemen om dit recht te zetten met behulp van wodkabiotica in de praktijk. Maar het hielp niet. Ook mijn fiets had diverse ontregelde ingewanden en ik ging op zoek naar de fietsenzaak die het best aangeschreven stond, al was de spoeling dun. Het zat niet mee. De wijk waar de fietsenzaak zich had moeten bevinden werd afgebroken en van de fietsenzaak was geen spoor meer. Verder waren er alleen nog fietswinkels waar een wereldfietser weinig méér van zijn gading vindt dan een set plakkers. Ik sloot mijn verblijf in Osh af met mijn inmiddels traditionele sightseeing. Deze stad bood me een alleraardigst groot park met kermisattracties, en een grote markt. En toen, na zeven nachten, begon ik aan mijn onzekere tocht naar China. Was ik er nu wél klaar voor om weer zware bergtrajecten te rijden en hitte te weerstaan? Ik wist het niet. Ik ging het gewoon proberen.

Ik lunchte bij een winkel, op de stoep. Ik had weinig honger en hield het simpel met een stuk kaas en een cola. Mijn omgeving had daar andere gedachten over. Een jongetje kwam een belegd broodje brengen. Het meisje van de winkel bracht koffie. Een jongen bood een stoel en tafel aan op een nabijgelegen terras, maar ik zat goed. Later reed ik verder in de richting van Jalal-Abad en nam opnieuw het alternatief voor de tolweg: een lange landschappelijke weg die door enkele dorpen voerde. Voor het eerst sinds Turkije kreeg ik te maken met vervelende jongetjes. Eerst probeerden ze de weg te blokkeren, maar dan komt de Leopard-tank in mij naar boven. Later kwamen ze me achterna op een gemotoriseerd vehikel, haalden me in en bleven voor me rijden, ‘money’ roepend. Toen er een drempel was haalde ik hen weer in en sneed ze daarna steeds de pas af, tot een volwassene ze tot de orde riep. Verderop fietsten kinderen mee en reden voor mijn wielen, of renden mee en trokken aan mijn bagage-elastiek. Wat zat er hier in het drinkwater?

Ik reed door Jalal-Abad, dat overhoop lag door werkzaamheden, en daarna langs een eindeloze rij woningen en bedrijven langs de weg. Negen jaar geleden kwam ik van de andere kant en sliep pal vóór mijn meerdaagse stop in Jalal-Abad hier in de natuur. Waar was die natuur? Ik sloeg een weg in en vond tussen de landbouwgronden een hoekje met bebossing. In de verte hoorde ik kinderstemmen, honden, machinaal geluid en later een disco. In de tent opende ik een pot met een oranjerode groentemix. Het was sambal. Ik sloot de pot en at gedroogde pruimen.

Hoe anders was het beeld in de ochtend na die lawaaiige, zinderende avond. Het was zalig rustig, ik lag goed beschut tegen de zon en sliep lang. Toen ik weer fietste realiseerde ik me hoezeer ik het fietsen in de bewoonde delen van Kirgizië waardeerde: volop vriendelijke mensen en zó veel supermarkten in allerlei formaten, zó veel koelkasten met koud vocht. En restaurants. Ik nam een degelijke maaltijd in een van de betere restaurants (€4,16 incl. een pot thee). De taak die me daarna wachtte had lichter kunnen zijn als ik de nieuwe, geasfalteerde weg naar Kazarman had kunnen nemen, maar de tunnel was nog niet klaar (planning: 2019). In het voorlopig laatste dorp Joon Kunggöy deed ik een aanval op de eveneens voorlopig laatste koelkast en toen moest ik eraan geloven. Er moest gewerkt worden. Het viel me niet tegen, zelfs nu het asfalt verdwenen was en ik iedere minuut een stofdouche kreeg van passerend verkeer. Op een klim vond ik nabij een verzameling bijenkasten wat ruimte voor de tent. Het was een mooie stek in het groen, tussen steile bergwanden, en het was al vroeg koel. Maar mijn weg leidde naar het oosten en dus vond de zon me snel weer, tussen die steile bergwanden door. In het vroege daglicht gruwde ik van mijn vooruitzicht. Ik moest 1300 meter omhoog over gravel. Ik reed vijf kilometer en had het geen moment naar mijn zin. Het was alleen maar zwaar. Als dit de enige klim was, was het leed nog te overzien, maar na Kazarman zou er een nieuwe zware klim volgen naar Naryn, en na Naryn zou er een nieuwe zware klim volgen, in twee delen, naar de Torogurt-pas, waar de grens met China lag. En was het echt zeker dat ik fietsend China in kon? Wat was ik eigenlijk aan het doen? Ik ging in een wei op een grote steen zitten. Ik wilde geen overhaast besluit nemen, want omkeren had grote consequenties. Een uur lang dacht ik na. Ik had al het plezier in klimmen verloren, klimmen was op zijn best draaglijk, zoals gistermiddag. En ik twijfelde of ik überhaupt de kracht zou hebben om deze top te halen. Ik wilde dit niet meer. Ik keerde om. Terug bij de koelkast in Joon Kunggöy ontmoette ik Bruno, een Belgische fietser die momenteel meer ambitie tentoonspreidde dan ik. Hij was in de ochtend vanuit Osh vertrokken en ging de volgende dag de volledige klim doen. Ik reed terug naar Jalal-Abad en verder. Het is dat fietsen gratis is anders had ik een abonnement genomen voor dit traject. ’s Avonds lag ik in de heuvels langs de weg naar Osh. Het was vies heet in de tent en rond enen lukte het me in slaap te vallen.

Ik werd wakker en had nu een airco in het vooruitzicht. Dat beviel me stukken beter. Ik nam weer het alternatief voor de tolweg en ontmoette nu vriendelijk volk in plaats van vervelende ventjes. Ik at weer spagetti bolognese in het Italiaanse restaurant met wifi en boekte een kamer voor voorlopig twee nachten op mijn vertrouwde adres in Osh. Op de weg daarnaartoe nam ik eens een dubbele Gorilla, de populairste energydrink in Kirgizië én Kazachstan. En verdomd, deze dosis had bijna het effect dat cola ooit op me had. Ik verzonk een tijd lang in gedachten terwijl ik door de heuvels klom. Ik had iets gevonden dat me weer afleidde van het zware werk.

Op mijn vertrouwde adres had ik nu een driepersoonskamer. Na een douche, een maaltijd en koffie boog ik me over mijn situatie. Er waren hier geen zinnige opties meer. Ik zat hier klem en ik moest Kirgizië per vliegtuig verlaten. Maar waarheen ging de vlucht? Ik testte of enkele wilde fantasieën haalbaar waren, maar in die landen was het evengoed heet, óf augustus was net de maand met de meeste regenval óf ik moest minstens vier keer overstappen. Beter kon ik mijn tocht gewoon voortzetten, maar dan noordelijker, in een koeler, vlakker gebied. De meest logische bestemming was Kazachstans hoofdstad Astana: goed en goedkoop bereikbaar, overdag 26°C en ‘s nachts 16°C. Ook vanuit Astana kon ik naar Mongolië rijden, en verder naar Xining. Ik had in 2016 van Astana naar o.a. Jalal-Abad gefietst, dus die lijn stond al op de kaart. Sterker nog: Astana vormde nu een vreemd open einde op mijn fietslijnenkaart omdat ik er destijds naartoe vloog vanuit Roemenië. Nu kon ik dat losse eindje gaan verbinden met dat andere losse eindje in China. Ik was er snel uit. Ik had het grote geluk dat Osh, net als Atyrau enkele maanden geleden, een nieuwe bestemming was van Air Astana. Er ging een vlucht op zondag, over een week. Ik had nog even de tijd.

Na een vroege lunch werd er geklopt. Het was het tienermeisje dat bij de staf hoorde en een beetje Engels sprak. Ze bracht een warrig verhaal, maar het kwam erop neer dat ze meende dat ik voor een bed betaald had, niet voor een kamer. Het zou plots erg druk worden en ik zou mijn kamer moeten delen. Wat was dát nou? Wat kregen we nu ineens na in totaal acht nachten? Ik kon bewijzen dat ik voor een kamer betaald had, maar de reserveringsbevestiging was in het Nederlands. Er kwam een vrouw bij. Ik kon kiezen; kamer delen of geld terug en vertrekken. Met het volk dat ik hier incidenteel zag, meestal groepen nurkse mannen, zou ik geen kamer willen delen. Een betaalbaar alternatief was er ook zo gauw niet voorhanden in Osh. Het aardige was dat ik vlak nadat ik de eerste keer hier een kamer geboekt had een Spaanse fietser had ontmoet die me een fietsershostel in Osh had aanbevolen. Ik zei toen dat ik al voorzien was, maar dat ik de naam zou onthouden. Later was het licht gaan knagen dat ik alleen in een kamer zat en niet in dat fietsershostel. Dit was alsnog mijn kans. Met soortgenoten wilde ik mijn kamer wel delen. En dus ging ik alsnog naar het Park Hostel. Ik kreeg een bed in een zespersoonskamer (drie stapelbedden). Tot mijn vreugde had ik een gordijn voor mijn (beneden)bed, dat gaf dan toch wat privacy. De kamers lagen rond een binnenplaats, waar veel motoren en fietsen rond de zithoeken stonden. Er was een biljarttafel en een keuken met een wasmachine. Ik dumpte mijn spullen, deels in een locker, deels onder en naast het bed en sprak met enkele fietsers. In de avond bekeek ik de grensovergangen tussen Kazachstan en China. Er waren er vier die ik kon gebruiken, maar men kon me verplichten een bus te nemen. Zoals bekend was dat voor mij onacceptabel. Het was onmogelijk om op het internet duidelijke informatie hierover te vinden. Ik kon het beste de noordelijkste grensovergang mijden, want die lag te ver van de overige grensposten, waar ik op aangewezen zou zijn als ik niet fietsend de grens over mocht. Toen ik dat eenmaal bepaald had deed ik voor de aardigheid onderzoek naar de laatste keer dat ik een kamer deelde. Ik kon me niets herinneren van gedeelde kamers in Afrika (2019) of Europa (2020) dus moest het Zuid-Amerika zijn, en wel Argentinië of Chili. Het bleek een eendaagse blogstop te zijn geweest in San Pedro de Atacama, Chili, op 7 februari 2018. Dik zeven jaar had ik niet meer op een slaapzaal gelegen.

Ik kocht een ticket. Ik had een vlucht naar Alma-Ata van 18.35 – 19.00 (uur tijdverschil) en een van 23.10 – 0.50 naar Astana. Omdat ik weer met Air Astana vloog waren alle voorwaarden bekend en hoefde ik opnieuw geen doos te regelen. Vanwege mijn nachtelijke aankomst boekte ik geen kamer, maar zou die wel nodig hebben om me officieel te laten registreren.

Altijd dacht ik dat hostels waar veel soortgenoten waren garant stonden voor veel interactie. Inmiddels wist ik dat niets gegarandeerd was. Ik had wat Italianen gezien die zich groepeerden, en erg jonge reizigers zochten elkaar ook op, maar er leek niets groters te ontstaan dan dat. Er was weinig levendigheid in de avond. Een plek als deze heeft een grote eettafel nodig of een barretje. En mensen die in het middelpunt staan en anderen verbinden. Deze plek was net een duiventil, vol eenlingen en duo’s. Tegelijkertijd ervaarde ik dat de kloof tussen mij en Kirgizië vergroot werd nu ik in een westers bastion zat. Ik had niet veel interesse meer in de (warme) buitenwereld. Het hoofdstuk Osh had ik al afgesloten, een week geleden. Met mijn lijf zat ik bij de airco, met mijn hoofd zat ik opnieuw in Kazachstan. Ik bracht mijn tijd vooral lezend door. Als ik erin slaagde het lijvige werk ‘The State of Africa: A History of the Continent Since Independence’ van Martin Meredith uit te lezen, dan kon ik het achterlaten en met een kilogram bagagewicht minder gaan vliegen. Ik kan het boek van harte aanbevelen aan liefhebbers van horror (enkele trefwoorden: Rwanda, Somalië, Idi Amin, Charles Taylor, Mobutu, Mengistu, Mugabe, Bokassa). Uiteindelijk vond ik een mooie plek voor het boek op het dressoir bij de biljarttafel, tussen enkele kunstwerken.

Het voelde goed om het vliegdraaiboek al eens doorlopen te hebben, maar ik vond het desondanks een vermoeiende gedachte om pakweg twee dagen in de weer te zijn – ik wilde in Astana alsnog de fietsonderhoudsbeurt laten plaatsvinden – voor ik weer op weg kon. Op de luchthaven werd ik verrast met een scanner bij de ingang. De fiets moest er doorheen en dat lukte pas na enkele aanpassingen. Ik had het vaker meegemaakt. Zou de fiets daadwerkelijk geïnspecteerd worden bij een scan of is het zuiver een kwestie van drammen? Ik heb het idee dat het het laatste is. Duwen, proppen, en als-ie erdoor is is de regel opgevolgd. En daar gaat het om. Met huishoudfolie maakte ik weer mooie kunstwerken van mijn fiets en bagage en in Astana pakte ik ze weer uit. Na een maaltijd van brood en worst ging ik buiten op zoek naar een slaapplaats. Het was net drie uur geweest en in het oosten zag ik al licht verschijnen. Er waren stukken bos in de omgeving van de luchthaven, maar het duurde even voor ik een stuk bos had gevonden waar ik een aantal uren ongestoord zou kunnen slapen. Om vijf uur lag ik, en ik sliep tot half negen.

Ik vond het nog te vroeg om een hotel te zoeken; ik kon beter eerst het fietsonderhoud afhandelen. Ik fietste vijftien kilometer naar het centrum. Ik had twee veelbelovende adressen en reed naar de eerste op een industriepark. Open van dinsdag t/m zondag, zo maakte ik op uit een bordje achter het glas. Als u aandachtig gelezen heeft weet u welke dag het vandaag was, en anders is het eenvoudig te raden. Ik reed enkele kilometers naar de tweede fietsenzaak, maar die leed aan hetzelfde euvel. Ik wilde per se naar een van deze twee zaken, dus moest ik een dag geduld hebben. Ik ging op zoek naar onderdak. Dat ging bepaald niet soepeler. Ik had zes adressen genoteerd, maar de eerste drie hostels moesten zich ergens in grote flatgebouwen bevinden zonder dat ik ergens een aanduiding kon vinden. Bij nummer vier en vijf kon de fiets alleen buiten op straat geparkeerd worden. Bij nummer zes kon ik, na heel veel communicatiestoornissen en tegenstrijdige informatie, terecht. Het betrof hier een zogenaamd capsulehotel; je stapelbed was hier een luxe, afgesloten capsule met vele elektronicasnufjes. Het interieur van dit hotel zag er met het vele neonlicht prachtig uit. Het was een interessante ervaring hier te verblijven, maar hoe langer ik hier was, hoe negatiever je dit op kon vatten. De beloofde airconditioning in de capsule was een miniem beetje ventilatie dat naar het plafond blies. Ik zag hoe de temperatuur in de capsule in snel tempo naar dat van mijn lichaam bewoog. Hierin slapen zou dodelijk zijn. In de doucheruimte was het smoorheet. Er was een ruimte met wasbakken, maar ik kreeg er geen water uit de kranen. De ruime keuken was de enige plek waar het uit te houden viel op deze warme dag, maar alleen nadat ik mijn shirt omwisselde voor mijn gele hesje. Er was een ‘schoenen uit’-beleid en dat is riskant als je hotelgasten hebt die een zeer actief, sportief leven leiden en altijd dezelfde schoenen dragen. Mijn schoenen waren biowapens en konden al in enkele minuten mijn sokken en voeten besmetten met hun vernietigende bouquet. Een en ander had consequenties voor de verstandhouding tussen mij en een Russische jongeman die wat Engels sprak. Ogenschijnlijk was het een heel vriendelijke jongen, maar in werkelijkheid een vreselijk type met een vervelende manier van redeneren. Hij begon met een nogal direct verzoek of ik me kon wassen. Ik vertelde hem over mijn welwillendheid, maar ook over de vele tekortkomingen van dit hotel waar ik op gestuit was. Hij vond dat ik niet te veel mocht verwachten van dit hotel omdat het met 9 euro het goedkoopste hotel van Astana was. Ik liet hem op booking.com accommodaties zien van 4 euro, 6 euro, etc. Het waren er negen. ‘Ja, maar wat is nou het verschil tussen 6 euro en 9 euro?’(Truc 1: mijn antwoord manipuleren in zijn voordeel door niet het laagste getal noemen dat ik noemde. Truc 2: zijn bewezen ongelijk wegwuiven.) Hij beweerde dat alleen op de vrouwenslaapzaal airconditioning was beloofd. Ik toonde hem de informatie over de mannenslaapzaal en wees op het woord ‘airconditioning’. ‘Ja, maar het ís er ook wel. Het ziet er alleen niet uit zoals jij verwacht. Het is een ouderwets systeem dat niet goed zichtbaar is. (…)’ (Truc 1: zijn bewezen ongelijk negeren. Truc 2: een niet te controleren lang lulverhaal ophangen.) The Incredible Bullshitting Man, zoals ik hem in gedachten doopte (naar een scène uit het televisieprogramma Alas, Smith [e-38] Jones), verdween weer, onverrichterzake. Ik had eerder met moeite een supermarkt gevonden en eten gekocht, maar ik had deze avond geen honger, alleen dorst. In de nacht sliep ik met mijn capsule wijd open.

De hitte in dit hotel eiste zijn tol: ik kreeg opnieuw last van buikloop. Gelukkig had ik nog pillen van mijn vorige verblijf in Kazachstan. Het was nu koeler en ik kon douchen. Daarna wachtte me een verrassing: mijn capsuledeur werd door iets in de capsule geblokkeerd en ging nog maar enkele decimeters open. De helft van mijn uitrusting bevond zich nog in de capsule. De vorige dag had ik bij de receptie te maken gehad met een ongeduldige, onnozele jongen en een humeurig dik mens, maar nu zat er een vriendelijk meisje dat Engels sprak. Gelukkig was ze tenger genoeg om door de nauwe doorgang in de capsule te kruipen om daar tegen het blokkerende capsuleonderdeel te duwen en de deur te openen. Ik kon dit hotel gaan verlaten. (P.S. Mijn officiële registratie - een verantwoordelijkheid van het hotel en de hoofdreden van mijn verblijf hier - is hoogstwaarschijnlijk nooit uitgevoerd. Voor de zekerheid had ik bij mijn entree alsnog gereserveerd via booking.com om een bewijs te hebben dat ik hier had overnacht, maar het hotel heeft achteraf booking.com laten weten dat ik niet op ben komen dagen.)

Ik bevoorraadde me voor een lange nieuwe tocht en bezocht opnieuw de fietsenzaak die ik gisteren als eerste aandeed. Ik had contact gehad met Bike4Travel, mijn vertrouwde fietsenzaak in Rotterdam, en zij hadden me geadviseerd om niet door te rijden met mijn niet goed bevestigde achterdrager.Als de schroefdraad in het frame niet meer bruikbaar was, wat het geval was, kon de drager na het boren van een gat ook gemonteerd worden op een aluminium plaat die zich aan de linkerkant bevond. De taak was echter te complex voor deze fietsenzaak en ik werd verwezen naar een andere fietsenzaak, Velo Master, die toevallig mijn tweede keus was. Tegen enen was ik er en om kwart voor zeven liep ik weer naar buiten. Ik had nog niet eens geluncht. Mijn drager was naar wens bevestigd, mijn trapas vervangen en ik had nu een grote verzameling reserveonderdelen voor de maandenlange tocht door Mongolië en China.

Astana is overigens een mooie, nette stad. Een van de mooie aspecten van het reizen is dat je soms op beschavingen stuit. Het had zullen regenen, maar het was de hele dag droog geweest en zo’n 22°C. Ik reed een bos in, niet ver van het vliegveld. Ik had in de tent mijn eetlust weer terug en at haring en bonen. Het was goed om weer onderweg te zijn. In de nacht werd ik verrast. Half slapend liet ik wat lichaamsgas passeren. Dit was echter een bijzonder gas: het betrof hier een vlóéibaar gas. Een straal ‘golden brown’ – van een ander soort dan waarover The Stranglers zingen – spoot naar buiten. Ik was meteen goed wakker en probeerde de schade te beperken, maar slaagde erin mijn onderbroek, slaapzak, slaapmat en linkerhand te bezoedelen. Gelukkig was dit de start van mijn tocht en kon ik over een week of drie alweer douchen. Ik kon me zo gauw geen grotere misère voorstellen. Toch kon het nog erger. Toen ik met papieren zakdoekjes en water de meeste schade had tenietgedaan, voelde ik dat de evacuatie nog niet voltooid was. Ik mocht naar buiten voor een nieuwe golf, en buiten… wachtte me het vochtige, zomerse muggenbos. Het was hier net Zweden. Ik vroeg aan het opperwezen: ‘Yo, kan de ellendegraad een tandje omlaag?’ Maar er zou de volgende ochtend nog meer volgen.

Ik ging de weg op maar merkte dat mijn banden wel wat lucht konden gebruiken. Ik pompte de achterband op. Ik liep naar mijn voorband en toen donderde de fiets om. Dat verbaasde me, maar niet meer toen ik de oorzaak zag. Ik wist al maanden dat mijn Pletscher Esge-standaard ieder moment kon breken. Er zat speling in, speling die ik niet kon verhelpen, waardoor de fiets nooit stabiel stond. Altijd moest ik ‘m voorzichtig neerzetten, soms met een steen onder de standaard, terwijl deze standaard in het verleden oersterk was. Ik deed er normaal gesproken anderhalf jaar mee. En nu? Nog geen zes maanden. Ik mocht nu maandenlang zonder standaard reizen, want degelijke standaarden vind je onderweg niet. Die vind je, zo blijkt nu, zelfs niet meer in Nederland.

Waar ging ik naartoe? Ik ging op weg naar grenspost Bakhty. Daarvoor moest ik een grote omweg maken via Pavlodar in het noordoosten. De wegen lagen nu eenmaal niet anders. Een bijkomend probleem is dat menige weg in Kazachstan in de afgelopen jaren tot snelweg is gepromoveerd. Het is daar nu verboden te fietsen. Ik moest nu ook met een omweg naar Pavlodar, via Karagandy in het zuidoosten. Om het nog leuker te maken was ook de hoofdweg naar Karagandy, waarop ik in 2016 al eens reed, een snelweg geworden, dus moest ik via een omweg naar Karagandy. Hemelsbreed bedroeg de afstand naar Bakhty 1100 kilometer, met de auto ruim 1400 kilometer en met de fiets ruim 1800 kilometer. Een leuk klusje. De hitte van mijn stedelijke hotel lag ver achter me; het was ideaal fietsweer en het incidentele buitje deerde me niet. Om me heen zag ik landbouw en steppes. Een stier trachtte een stier te dekken, maar nadat ik met mijn ogen geknipperd had was het evenement voorbij. Ik vond het al bijzonder om één stier te zien. In Nederland overkwam me dat nooit; daar komen stieren bijna alleen voor als kalfsvlees. Aan het eind van de dag kampeerde ik op een mooie stek onder bomen vol lawaaiige kraaien. Ze werden stil toen het donker werd.

Rond lunchtijd ging ik een nederzetting in om energydrinks te scoren. Ik mocht lang zoeken, maar vond ze wel. Ik kon ze goed gebruiken want de weg ging op en neer en bij elkaar klom ik honderden meters, en later kwam ik op gravel te rijden. Naast deze geleende energie was er een geleidelijke terugkeer van kracht, conditie en spirit bij deze ‘Nederlandse’ temperaturen. Na een nacht in een tussen akkers gelegen klein bos fietste ik naar de stad Temirtau, vulde mijn voorraad voedsel aan en lunchte in een park. Ik ging een gok wagen: ik ging niet verder naar Karagandy, maar in plaats daarvan binnendoor naar mijn vervolgroute. Op mijn kaart was een stroom te zien met daarover een brug. Die brug moest er echt zijn, en bruikbaar zijn, anders wachtte me een forse omweg. Ik reed door een industriegebied, een soort Maasvlakte, en door een lange leegte. Uiteindelijk kwam ik uit bij twee bruggen: een nieuwe, die nog niet af was, en een oude voetgangersbrug die nog solide genoeg was om met de fiets overheen te gaan. Dat was een opluchting. Na Botakara nam ik de afslag in de richting van Pavlodar. Zojuist was het nog te druk, nu was ik alleen. De avondzon scheen over het gele land en de heuvels op de achtergrond. Ik reed met muziek op. Het was geweldig. Ik zat goed in mijn vel. Ik raakte echt in vorm, mijn ingewanden leken zich normaler te gaan gedragen en het plezier en de motivatie waren volop terug. Het was een goede keus geweest om mijn tocht noordelijker voort te zetten. Om half acht zette ik mijn tent op in de steppe.

In de nederzetting Kernei ging ik tegen twaalven op zoek naar een winkel voor mijn energyshot, maar bedacht me en stopte deze dag tijdig mijn missie. Ik had onlangs opnieuw geleerd hoe zoiets in zijn werk gaat. Eerst zou ik een mens moeten zien te vinden, wat nogal een opdracht was in dit soort spookdorpen, en daarna zou ik hem of haar moeten zien te bewegen mij naar de persoon te brengen die de sleutel had van de schuur, kelder of grot waar zich een plank met wat dranken en etenswaren bevond. Ik wilde geen uur opofferen aan twee blikken energydrink. Ik reed anderhalve kilometer terug naar de hoofdweg en lunchte langs de kant. Halverwege de middag werd ik verrast door de aanwezigheid van een restaurant met daarnaast twee yurts. Buiten stonden blikken energydrink uitgestald. Ik kon alsnog mijn shot krijgen. Eenmaal weer onderweg gaf een Aziatisch stel me een tasje groenten – wortel, tomaten en komkommertjes – en brood. ’s Avonds kampeerde ik in de steppe en moest een sweater aantrekken tegen de kou. ’s Nachts werd ik wakker door een vreemde chemische lucht, een soort zurige verflucht. Ik stond hier in het niets; waar kwam die lucht in godsnaam vandaan? Later zou ik die geur opnieuw ruiken; het zou de geur blijken te zijn die vrijkwam bij het verhitten van teer voor wegonderhoud. Ik stopte oordoppen in mijn neus en sliep verder.

Met nog geen 15°C op mijn fietscomputer deed ik toch maar eens een (regen)jas aan. Ik koerste af op de snelweg naar Pavlodar en nam nu een alternatieve route. Een man waarschuwde me: ik moest een andere weg nemen. Het was niet duidelijk waarom, en de enige andere weg was de snelweg, waarop ik niet mocht rijden. De dag liep op zijn einde en ik was ongeduldig. De man had veel te veel tijd nodig om zijn punt duidelijk te maken. Zo belde hij iemand op die ook maar drie woorden Engels kende: ‘Road is….. Other road!’ Ik verontschuldigde mezelf en reed acht kilometer door, tot vlak voor het dorp Kudaikol. In de avond keek ik op de kaart. Ik zag dat er een brug was op veertig kilometer. Als die brug ontbrak moest ik veertig plus acht kilometer terug en was ik een dag kwijt. Het risico was te groot. Ik had gezien dat de man een plattelandsweg ingeslagen was; waarschijnlijk was hij hier goed bekend. Hij verkocht vast geen lulkoek. Morgen ging ik omkeren.

Ik nam de snelweg. Aan niets was te merken dat dit géén snelweg was. Ik zag groene borden, het snelwegicoon, gladde wegen, snel verkeer en vangrails. Ik was volslagen illegaal bezig. Door het goede asfalt haalde ik een snelheid van 30 km/u en op deze manier was het traject in 16 minuten voorbij. Ik had geluk, er was geen politie. En zo kwam ik terecht op de lange, mooie, rustige weg naar Aksu. Ik had wilde natuur om me heen maar ook velden met zonnebloemen en koolzaad. Na 54 kilometer moest ik de brug passeren die mijn huidige weg met mijn weg van gisteren/vanochtend verbond. Ik ging eens kijken. De brug was er, maar tussen mij en de brug was een afgesloten hek. Ik had eroverheen kunnen klimmen, maar was er aan de andere kant ook een hek? Voorbij de brug was slechts een kort stuk van een paadje te zien. Ik kreeg het idee dat ik een juist besluit had genomen. Dank u, meneer van gisteren. Ook de man die me korte tijd later overlaadde met voedsel bedankte ik. Enthousiast belde hij zijn vrouw, die Engels sprak, en er volgde een korte videobelsessie. Meer voedsel kocht ik in Aksu, in een winkelcentrum. Buiten dat winkelcentrum hoorde ik weer die typische reclameteksten uit speakers die ik al vanaf Aral in steden hoorde, het lokale equivalent van “Ga nú, en krijg tijdelijk gratis korting voor maar 3,95! Kom langs en profiteer alleen deze week van uniek actievoordeel en speciale voordeelacties!’

Ik kon nu via een directe weg zuidwaarts naar Semey, maar vertrouwde de militaire zone en de ondergrondse nucleaire testbases niet die op deze route lagen. Kon ik daarlangs? Was er straling? Ik ging het er niet op wagen. Ik nam een indirecte route. Ik reed 19 kilometer noordwaarts, daarna eenzelfde afstand oostwaarts over meerdere rivieren heen, en toen zuidwaarts, waarmee de stad Pavlodar, die ik had geschampt, in één keer achter me lag. Ik reed door tot er 144 kilometers op de teller stonden. Sinds de laatste uitputting tijdens mijn vorige verblijf in Kazachstan reed ik niet meer zo’n grote afstand op één dag. Ik was blij dat ik nu eindelijk, na een week, alleen nog de hoofdwegen hoefde te nemen en geen omwegen meer. Ik had nog 927 kilometer asfalt te gaan naar China. De tent kwam in een bescheiden stuk bebossing te staan, aan de rand van een stukje savanne.

Mijn achterband, die tot Georgië mijn voorband was geweest, liep op zijn einde. Er was een bolling zichtbaar bij de velg en dus kon ik een uitscheuring verwachten. Ik kon nog wel de dag voltooien, met maar liefst 162 kilometer op de teller. Ik eindigde de dag in een fraai natuurgebied, met bos en savanne, veel grootser dan de vorige avond. Ik had in het laatste licht een mooi uitzicht over die savanne. Achter me was er de schemering boven het lage bos, met een volle maan. Het was fantastisch.

Ik legde een verse Kenda-buitenband om het wiel. Kenda is wat je koopt als er geen westers merk voorradig is, en dat was het geval geweest in Astana. Rond het middaguur at ik een groot bord pasta in een restaurant. Ik begon de indruk te krijgen dat ik gemeden werd; het was dan ook al negen dagen geleden dat ik gedoucht had. Dit ging mijn laatste restaurant zijn. Ik reed een mooi traject langs vele bossen en ontmoette vrijgevige mensen: ik kreeg drie donaties op rij. Twee enigszins vreemde jonge snuiters (ze spuugden veel en lieten me wachten tot een telefoontje afgehandeld was) gaven me vijfduizend tenge (dik acht euro), een man en zijn zoontjes gaven me een zak broodjes met aardappelvulling en een vrachtwagenchauffeur voorzag me van een energydrink.

Ik herinnerde me ineens dat ik ook papieren wegenkaarten bij me had, van China en Mongolië. In de tent bekeek ik ze. Wat heerlijk overzichtelijk! Zonder eindeloos in- en uitzoomen zag ik in één keer de routes, woestijnen en hoogtelijnen. De Chinese kaart was wel incompleet, want Chinezen bouwen sneller wegen dan kaartenmakers kunnen bijhouden.

In Semey kocht ik twee nieuwe reservebanden (wederom Kenda); mijn voorband had weinig profiel meer en ik wilde daarnaast nog een extra band hebben. Ik ruilde de bossen weer in voor de steppe. Ik werd zweteriger en dorstiger; ik leek een andere klimaatzone bereikt te hebben (ik gok op ‘steppeklimaat’). Van een groep dolle vrouwen van middelbare leeftijd kreeg ik een originele gift: een grote goudkleurige spaarpot. Ik weigerde beleefd, maar accepteerde wel een aangeboden bruine boterham met worst en een bekertje jus d’orange. De volgende dag kocht ik in een geïsoleerd gelegen restaurant mijn energydrinks, maar hield me aan mijn voornemen en at buiten uit blik, op een houten bank. Prompt gaven meerdere mensen me geld om binnen te kunnen eten. Onderweg kreeg ik opnieuw een bijzondere gift: zelfbereide paddenstoelen en gekookte dumplings. De man in kwestie waarschuwde me voor dodelijke spinnen: ‘Na een beet heb je een half uur om een medische post te bereiken. Lukt dat niet dan sterf je.’ Gelukkig had ik een klein beetje kennis op dit gebied en wist dat het hoogst zeldzaam is, om niet te zeggen goeddeels onmogelijk, dat een spin een gezonde, volwassen mens doodt. Ik reed 137 kilometer deze dag, en wat resteerde was exact 300 kilometer naar China. Het was een vreemd idee dat ik daar bijna was, ondanks dat ik er al weken had zullen zijn, via Kirgizië.

In een met hekken omheind park in Ayagöz, een alleraardigste stad, lunchte ik in een hoek aan een tafel. Twee jongens bevonden zich op enige afstand en één stak zijn middelvinger op in mijn richting. Dat was ongebruikelijk in dit land. Maar spoedig kwam de aap uit de mouw. Het had niets met mij te maken. Twee meisjes passeerden me en één beantwoordde het gebaar van zojuist met een identiek gebaar. Het was eenvoudigweg baltsgedrag. Omdat dit een vroege lunch was permitteerde ik mezelf halverwege de middag een derde Gorilla, maar lag wakker in de nacht. Misschien moest ik niet te licht denken over die energydrinks. Bij een teveel aan koffie kon ik in de ochtend meestal nog wat slaap inhalen, maar zelfs dat lukte me nu niet. Wat ook mee ging tellen was de toenemende warmte nu ik steeds zuidelijker kwam: eenmaal weer fietsend stond er 38,5°C op de teller. Een dag later bereikte ik de top van een bescheiden klim en het was ronduit surrealistisch om uitzicht te hebben over de vertrouwde steppe en daarachter… wolkenkrabbers. Daar lag China. Ik reed naar grensplaats Bakhty en stuitte daarna direct op een slagboom en militairen. Ik mocht niet op de fiets verder; ik moest een bus nemen. Ik had China nog niet eens bereikt of er dreigde al een gat in mijn route naar Xining te vallen. Men was onvermurwbaar. Ik raadpleegde mijn telefoon. Ik mocht 243 kilometer gaan fietsen naar Dostyk, de volgende grensplaats. Ik keerde om. Er zou zo goed als niets langs mijn nieuwe route liggen. Ik moest eerst terug naar Makanshi, geld en voedsel inslaan en daarna dik 200 kilometer over een weg van onbekende kwaliteit gaan fietsen. Voor deze dag zat er niet meer in dan een terugkeer naar mijn slaapplaats van vanochtend. Toen ik daar was wachtte me een nieuwe vrijwel slapeloze nacht, de tweede in drie etmalen, en dat terwijl ik me, vroeg op de dag, beperkt had tot twee energydrinks. Het was genoeg geweest. Ik ging afscheid nemen van dat dubieuze goedje.

Voor ik de afslag naar het zuiden ging nemen reed ik eerst tien kilometer rechtdoor naar Makanshi en terug. Met vollere tassen en portemonnee fietste ik vervolgens een mooie, lege, dorre wereld in. Ik eindigde de dag op een prachtige plek, onder twee reusachtige bomen. Mijn nieuwe grensovergang lag nu op 110 kilometer. Zou ik China in een dag – een vrijdag – kunnen bereiken? Was er een weekendsluiting? Moest ik alles op alles stellen om tijdig aan te komen? Het lot hielp een handje: ik was al om vier uur wakker. Ik ging een poging wagen. Ik had ook niet veel langer kunnen slapen, want er gebeurde iets vreemds. De vredige ochtend werd verstoord. Snel naderde er een woeste storm. Een haring schoot los. Gehaast zette ik alle haringen vast, dook de tent in om alsnog regenkleding aan te trekken en zette daarna ook de scheerlijnen vast. Eenmaal weer binnen was de storm voorbij. Tot stof vergane paardenpoep was in mijn tent gewaaid. Toen ik weer fietste zag ik paarden draven. Wat een vrijheid hadden dieren hier. Als ik in Nederland paarden en vooral pony’s zag in die treurige modderige weitjes, zag ik ze vaak staan met een blik naar de grond die hun gedachten verraadde: ‘Kill me’. Hier lééfden paarden, net als koeien en de sporadische kamelen, die ik ook weer tweemaal had gezien sinds mijn rentree in Kazachstan. Ik reeg de kilometers aaneen en kwam bij een spoorwegovergang bij een meer. Na de overgang was het gedaan met de goede weg. Ik mocht acht kilometer fietsen over een puintraject - langs het meer en naar de weg die me naar de grens zou leiden. De omgeving was prachtig: woestijnachtig, ondanks het meer. De grillige bergen om me heen maakten het beeld anders dan voorheen, toen er hooguit glooiende heuvels waren. De puinweg naar de T-splitsing leek vlak maar was een venijnige helling. Eenmaal boven vond ik niet voor het eerst een dooie mus: een wc-gebouw met veel beloofde voorzieningen (winkel, babyverschoningsruimte), maar desondanks volledig ontruimd. Ik lunchte aan een picknicktafel. De weg naar Dostyk kende ellenlange lichte stijgingen – een zwaar traject. Dostyk was een langgerekte plaats, of eigenlijk leek dat zo door de vele containers op en rond het spoor en door de industrie. Ik liet deze plaats liggen en ging een poging wagen om de grens over te komen, al was het al vijf uur geweest en in China drie uur(!) later. Aangekomen bij de Kazachse grenspost kreeg ik van een militair weer dat vreselijke bericht. Fietsen naar de Chinese grens was niet toegestaan. Maar deze militair was erg geduldig en bleef zinnen voor me vertalen. Khorgas, de zuidelijkste grenspost in de rij van vier, was de enige grenspost waar fietsen toegestaan was, zo liet hij weten. Ik liet zien dat dat een omweg van 789 kilometer betekende. Het klonk als een uitdaging - ik had nog tien dagen - maar wel een die ik nog steeds liever vermeed. De militair toonde bezorgdheid. Ik kon het beste in Dostyk overnachten; het zou slecht weer worden. Ik was aanvankelijk eerder gedreven om nog vlot twintig kilometer af te leggen, maar dacht daarna aan mijn gebrek aan stroom en schone kleding. Misschien kon ik beter snel iets wassen en stroom laden en dan zonder verdere hotelovernachting naar Khorgas rijden. Na meer twijfel en bezorgdheid bij de militair maande hij me mee te lopen. Hij haalde er een hogere in rang bij. Ik kreeg nu alsnog een speciale behandeling. Het leek nu echt te gaan gebeuren. Ik leek nu echt fietsend China te gaan bereiken. De mannen hielden een korte bagagecontrole, mijn paspoort werd afgestempeld en ik mocht de vijf kilometer naar de grens fietsen. Eenmaal daar, na een rit tussen hekken met rollen scheermesdraad, kwam ik opnieuw bij een militair. Stukje bij beetje werd een heel ambtelijk apparaat bijeengetrommeld om mijn grensovergang mogelijk te maken; behalve vrachtverkeer, dat aan een enkel loket genoeg had, was er niemand meer die de grens nog passeerde. Ik mocht achter een auto aan rijden, naar een gebouw. Ik kon plaatsnemen op een stoel en kreeg een flesje koud water. Om me heen was het een komen en gaan van beambten. Mijn paspoort werd minutieus onderzocht en besproken. Daarna kon mijn bagage door de scanner en kon ik langs het loket alwaar ik een stempel kreeg, maar niet voordat er een gezichtsscan en vingerafdrukken waren genomen, met een geautomatiseerde Nederlandse gesproken instructie (“Plaats de vier vingers van uw linkerhand op het scherm”). Vier man hielden zich bezig met de controle van mijn bagage. Ze bladerden mijn boeken door en fotografeerden de kaften. Iedereen was vriendelijk. Uiteindelijk mocht ik mijn tassen inpakken en weer aan de fiets hangen. Ik was vrij om China in te gaan. In gedachten deed ik een vreugdedans. Direct na de grens lag de stad Alashankou. Ik reed door de brede straten geflankeerd door goudkleurige lantaarnpalen en rode symbolen, wat mijn omgeving een onmiskenbaar Chinees karakter gaf. Ik vond een geldautomaat en een winkel waar ik water en noodles kon kopen. Het nader onderzoeken van al dat wonderlijke Chinese voedsel dat ik zag bewaarde ik voor later. Het was inmiddels donker en de straten waren vol mensen, terrassen en neonverlichting. De mensen waren zeer open en met hun hulp vond ik vrij gemakkelijk een hotel dat bij mijn budget paste, sterker nog: ik betaalde maar negen euro voor een kamer met airco en eigen badkamer. Ik had aanvankelijk mijn meerdaagse stop verderop in China gepland, maar de rit vanaf Astana had lang genoeg geduurd. De meisjes achter de balie waren zeer behulpzaam. Met wat Engels en vertaalprogramma’s kwamen we overal uit. In mijn kamer dronk ik drie mokken koffie en meldde mijn aankomst bij het thuisfront via Messenger. Ik kreeg alleen het bericht niet verzonden. Toen realiseerde ik me dat Messenger, net als Facebook, niet werkt in China. Ik wilde een VPN-verbinding leggen maar ook die weigerde dienst. Later zou ik ontdekken dat ook X, Google, YouTube, Wikipedia en nieuwssites hier niet toegankelijk waren. Zelfs naar updates van Osmand kon ik fluiten (Maps.me stuit daarentegen niet op bezwaren van de Chinese overheid). Het was niet erg. Ik kon voorlopig wel zonder. Zo kon ik ook alvast wennen aan een bestaan zonder internet, een stap die ik mogelijk ooit zal moeten nemen indien internetgebruik niet meer mogelijk is zonder in te loggen met een digitale identiteit, iets waar ik principieel op tegen ben.

Het was vlot laat, zeker naar Chinese begrippen: het was zomaar half vier. Probleemloos viel ik in slaap na deze lange, enerverende dag. Dat kon zelfs het recente cafeïnegebruik niet verhinderen.

N.B. 1 Van de onderstaande lijstjes zijn er drie gewijzigd. Ten eerste verbleef ik in totaal 14 dagen in Osh (Langste verblijf stad, 5e plaats). Ten tweede reed ik op 17 dagen achtereen meer dan honderd kilometer (Langste onafgebroken reeks dagafstanden >= 100 km, 2e plaats). Ten derde kampeerde ik 17 keer op rij in het wild (Langste onafgebroken reeks wildkampeernachten, 10e plaats).

N.B. 2 Dit verhaal is weliswaar lang, maar nog altijd 20 woorden korter dan mijn langste verhaal ‘De verantwoorde rijstijl van ongewervelde dieren’ (7082 woorden).

N.B. 3 Mijn verblijfplaats Alashankou komt niet voor in de keuzelijst van Waarbenjij.nu. Ik kies als locatie daarom Kuytun, dat nog tweeënhalve dag fietsen vergt.

N.B. 4 Mijn boek ‘Vinnig meppen met een bos tulpen’, over de eerste twee jaar van mijn fietsleven, is bij de boekhandels verkrijgbaar, of tegen gereduceerd tarief bij:

https://www.boekenbestellen.nl/boek/vinnigmeppen


  • 02 September 2025 - 13:42

    Chris:

    Hoi Richard

    in BAROEG heb jij mijn leven GERED

    dat was in 2009 of 2010

    ik ben met veel ruzie bin baroeg weggegaan en daar door heb ik JOUW nooit bedankt voor het redden van mijn leven

    zo voelt het wel, ook al werd er niet met een stoel in mijn nek geslagen...

    maar dat kwam omdat jij erg hard " NEEEEEEEEEEE" schreeuwde

    dus NOG STEEDS

    DANK JE WEL

    Ik hoop dat het goed met je gaat, dat je lekker fietst en misschien kan ik jouw ergens mee helpen?

    baroeg zegt dat je geen contact wil

    dat klinkt vreemd, dan zou je dat zelf wel tegen mij zeggen als ze dat ECHT gevraagd hebben...

    mocht je nu WEL in rdam zijn

    kom vooral eens langs

    voor een drankje ofzo

    Chris

Reageer op dit reisverslag

Je kunt nu ook Smileys gebruiken. Via de toolbar, toetsenbord of door eerst : te typen en dan een woord bijvoorbeeld :smiley

Verslag uit: China, Kuytun

Een wereldfietser heeft negen levens (deel 2)

Solo per fiets de wereld bereizen: na deel 1 (2013-2020) nu deel 2.

Te beginnen met een reis naar Cambodja via Mongolië. Ook nu zal ik mij vooral richten op lege gebieden en de focus ligt op het ondergaan van de grootsheid van de natuur, het aangaan van fysieke uitdagingen en het bestuderen van de psychologische effecten van het reizen. Ooit hoop ik nog een echte Sahara-tocht te maken, Afrika in de lengte en breedte te doorkruisen, en Tibet en Noord-Amerika te zien. En Salar de Uyuni. En Colombia. En Papoea-Nieuw-Guinea. En Oman. En Iran. Oh, en ik hoop nog wat boeken te schrijven.

Dan nu de statistieken, vanaf het prille begin.

(2011 Testrit Nederland (2 dgn, 160 km))
(2012 Testrit Nederland (9 dgn, 1018 km))
(2012 Testrit Nederland - Spanje (37 dgn, 3511 km))

Deel 1
(2013 - 2014): Nederland - Indonesië, via Alpen, Balkan, Turkije, Georgië, Azerbeidzjan, de Kaspische Zee, Kazachstan, Oezbekistan, Kirgizië, China en Zuidoost-Azië (366 dgn, 22961 km, €12,39 p.d.)

Deel 2
(2014): Australië: Darwin - Port Augusta en “tegen de klok in” naar Perth, afsluiting in Maleisië (151 dgn, 11444 km, €12,10 p.d.)

Deel 3
(2015): Zuid-Amerika: Ushuaia (AR) - Atacames (EC), deels te voet (276 dgn, 13403 km, €10,23 p.d.)

Deel 4
(2016): Nederland - Japan (Europa, Kazachstan, Kirgizië, Tadzjikistan, Zuid-Korea, Japan met op de 'terugweg' Thailand en Laos) (360 dgn, 22136 km, €10,50 p.d.)

Deel 5
(2017): Nederland - Roemenië, te voet (73 dgn, 2608 km, €10,06 p.d.)

Deel 6
(2017): Noord-Europa (o.a. IJsland, Scandinavië, de Baltische staten en Polen) (130 dgn, 10832 km, €9,63 p.d.)

Deel 7
(2017 - 2018): Zuid-Amerika II (Buenos Aires (AR) - Lima (PE), intermezzo in Mexico, Cuzco (PE) - Albina (SR)) (349 dgn, 21030 km, €12,84 p.d.)

Deel 8
(2018 - 2019): Marokko (Nice (FR) - Dakhla (EH) - Nador (MA)) (104 dgn, 7560 km, €8,63 p.d.)

Deel 9
(2019 - 2020): Afrika (Namibië, Zambia, Tanzania, Malawi, Mozambique, Zimbabwe, Botswana, Zuid-Afrika en opnieuw Namibië) (283 dgn, 17939 km, €11,81 p.d.)

Deel 10
(2020): West-Europa (233 dgn, 11594 km, €11,57 p.d.)

Intermezzo
(2020-2024): Benelux (30 dgn, 3313 km)

Deel 11
(2025): Nederland - Mongolië met aansluitend ZO-Azië (stand: 358 dgn, 24481 km, €13,02 p.d.)

Totaal aantal reisdagen: 2760
Totaal aantal kms: 173.390
Totaal aantal fietsuren: 13802
Totaal aantal nachten wildkamperen: 1414
Totaal aantal overnachtingen in een tent: 1771
Totaal aantal hotels: 421

(Laatste update: 10/01/2026)
_________________

Landenteller: 75
Van meest naar minst favoriet:

1. Argentinië
Als je van fietsen in eindeloze leegtes en prachtige berggebieden houdt en tegen een windvlaag kunt dan is Argentinië wat mij betreft 's werelds beste optie om maandenlang te kunnen genieten van isolement en omgeving.

2. Kazachstan
Aan het steppeavontuur uit 2013 voegde ik vijf ervaringen toe: een mooie tocht van Astana naar Bishkek door opnieuw een (grotendeels) leeg stuk Kazachstan, een verregende tocht door een net even te bevolkt hoekje van het land, een aangenaam verblijf van in totaal 12 dagen in Alma-Ata, een slopende reis van Atyrau naar Turkestan en een verkoelende rit van Astana naar China. Kazachstan blijft een van mijn favoriete leegtes, met ook nog fantastische mensen.

3. Australië
Wat een strijd was het, tegen vliegen, wind, hitte en immer hellende wegen. Fietsen in de outback doe je niet voor je lol. Maar fietsen hoeft niet altijd leuk te zijn, soms is het de uitdaging die telt. Wat resteert is de herinnering aan dat heroïsche gevecht in die fantastische bak ellende.

4. IJsland
Wow, is dit nog dezelfde planeet? Ik zag de meest wonderlijke landschappen en natuurverschijnselen en genoot van het isolement bij het doorkruisen van het eiland. Trotseer wind, kou, regen en vliegen en je wordt rijkelijk beloond.

5. Japan
Drie maanden lang leefde ik buiten, op een weinig gevarieerd dieet, want ik kon er haast niets betalen. Maar dat gaf niet, want Japan staat vol parken met sanitaire voorzieningen en stroom en je mag daar gewoon kamperen. En ook op het strand. Met name de westkust van hoofdeiland Honshu was mooi, van geïsoleerde strandjes tussen zwart gesteente tot kilometerslange zandleegtes met windmolens. Japan is een beschaafd en schoon land dat negativiteit volledig weggeplamuurd heeft. Maar het is ook een verrekt nat land, met al die regen. Of ben ik nu te negatief?

6. Chili
Chili bleek vooral een druilerig land te zijn, maar het heeft een belangrijke troef: de Atacama-woestijn. En dat is de droogste woestijn op aarde, met een gematigde temperatuur; ideaal voor prachtige fietstochten.

7. Namibië
De droge kustregio is fascinerend, met zijn zand- en steenvlaktes en duinen. Andere smaken: rijden tussen de omheiningen van boerenbedrijven, of langs bush met hutten, vee en mensen. Het land heeft ruimte en een uitgebreide infrastructuur, goed voor maandenlang fietsen, en volop voorzieningen zoals supermarkten en campings. Aantrekkelijk fietsland.

8. Mongolië
U wilt leegte? Ga uw goddelijke gang in Mongolië. Ik reed door eindeloze steppes met yurts en door het mooie Altaigebergte. En ik zag cultuurstad Ulaanbaatar, even boeiend als Alma-Ata en Yerevan. Goed volk ook, die Mongolen. Ik ben nog niet klaar in dit land; ik kom terug.

9. Kirgizië
Het land van de bergweiden, de valken, de paarden en de yurts. Maar nu ik ook in het zuiden van het land ben geweest, weet ik dat het ook het land is van landbouwgronden, kuddes op de weg en stront, veel stront. Desondanks een zeer interessant fietsland.

10. Tadzjikistan
Komend vanuit Kirgizië was het eerste deel van de Pamir Highway een fantastische ervaring. Highway dient hier niet vertaald te worden met snelweg maar met hoge weg: de hoogste pas lag op 4655m. Nog nooit fietste ik in zo’n hooggelegen woestijn. Toen de daling inzette ging de spanning er wat vanaf en uiteindelijk werd de omgeving alledaags: landbouw, vee, huisjes. Toch werd deze tocht één van de hoogtepunten uit mijn fietsleven.

11. China
Wonderlijk vreemde wereld, totaal verschillend van welk land dan ook. China is zelden mooi en bijna alle grond is in gebruik, maar de ongekend vriendelijke mensen, de hooglanden, het eten, de fysieke uitdagingen en de bijzondere ervaringen maken dit alles meer dan goed.

12. Thailand
Spannende badplaatsen, snelle wegen, fraaie tempels en beelden, uitstekende voorzieningen. Thailand heeft het.

13. Maleisië
Mooie spots, goede wegen en voorzieningen, en een aangenaam verblijf in Melaka.

14. Oezbekistan
Warme herinneringen aan hete dagen in het isolement van de steppe. Aan oriëntaalse verblijven met 's werelds meest fantastische ontbijtbuffetten. En aan mijn kortstondige vriendschap met de kinderen van Üchqorgon. Maar ik draaide volledig door in de bewoonde gebieden. Het joelen, het fluiten, het toeteren, fietsende jongens die me opwachtten en traag voor mijn wielen gingen rijden; het maakte me woest. Ik heb kennisgemaakt met de allerzwartste kant van mezelf.

15. Bolivia
Het was een mooie wereld, die Boliviaanse hoogvlakte. Nooit gedacht dat ik me zou begeven in een gebied waar het uiteindelijk -18°C zou worden en dat ik daar nog knap probleemloos doorheen zou reizen. Maar halverwege, toen ik van Sucre via Cochabamba naar la Paz reed, werd de wereld om me heen alledaags en zag ik vooral landbouwgebieden.

16. Guyana
Land bij uitstek voor de avonturier. Tussen Lethem en Linden (evenals de overige plaatsen in Guyana tjokvol koloniale historie) liggen honderden kilometers praktisch onbewoond regenwoud met ongeasfalteerde wegen. En met fraaie lodges. Je waant je in het hart van Afrika. De kustroute kan wat claustrofobisch aandoen, iedere 500m rijd je een nieuw dorp binnen.

17. Brazilië
Dit land verraste me, door de variatie in het landschap, zelfs als het om landbouw ging, door het goede ontbijt, door het avontuur op ongeasfalteerde trajecten in de Amazone en in nationale parken. Minpunt: in het droge seizoen wordt veel droge vegetatie verbrand en dat heeft gevolgen voor de luchtkwaliteit.

18. Zuid-Afrika
In een vrij lege uithoek van Zuid-Afrika fietste ik door prachtige landschappen en keek ik 's avonds vaak naar een schitterende hemel. Maar wat staan er extreem veel hekken in dit land!

19. Marokko / Westelijke Sahara
Zeer gevarieerd land, waarin ik vooral woestijn en bergen opzocht. Vriendelijke, behulpzame bevolking. Fraaie architectuur, mystiek en sterrenpracht. Maar... Marokko is een politiestaat en dat kan beklemmende vormen aannemen. Grand frère te regarde. En dat kost Marokko strafpunten.

20. Georgië
Er zijn bijzonder mooie trajecten te rijden in dit groene land met zijn bergen en weiden. Bij mijn eerste bezoek had ik bovendien een leuke tijd in hostels in Batumi en Tbilisi.

21. Armenië
Mijn tocht langs het Sevanmeer met zijn beboste oevers beschouw ik als het hoogtepunt van mijn reis door dit land, maar ook de bergtrajecten en de steden Gyumri en Yerevan waren zeer boeiend.

22. Vietnam
De vlakke kustroute na die slopende bergen in Noord-Laos, het spontane volk, het Phong Nha Ke Bang National Park en het Easy Tiger hostel, een week in Hoi An... Onverwacht aangenaam land.

23. Laos
Zware trajecten, slechte voorzieningen, uitputting. En bier in Luang Prabang en Vientiane. Dat was tijdens mijn eerste verblijf, in het noorden van Laos. Mijn tweede tocht voerde door de Middeleeuwen in het hart van Laos. Kraampjes, bewoning langs de weg, veel kinderen, vuurtjes. Alleraardigst. Voor een paar weken.

24. Spanje
Mijn eerste grote uitdaging, dwars door het hart van dit land. Bergen, kaal gesteente, meren, uitgestorven dorpjes en een mooi nationaal park. Ook mijn tweede tocht langs de oostkust beviel goed, ondanks de sinaasappelvelden was er genoeg ruimte voor avontuur, m.n. het kamperen bij allerlei soorten ruïnes. Op de derde tocht kriskras door het binnenland had ik gemengde ervaringen: in het zuiden vooral landbouw, in het noorden veel variatie in het landschap.

25. Nederland
Zeer uitgebreid fietsnetwerk en opvallend veel natuur voor zo’n bevolkt land, al zijn provincies als Drenthe, Overijssel en Noord-Brabant geschikter om te fietsen en wildkamperen dan de Randstad.

26. Zuid-Korea
Tot in de puntjes verzorgd land met uitstekende fietsvoorzieningen, en ook nog eens erg aardige mensen. Of: rijstveld met tamme kust, vol werkende en recreërende mensen. Ondanks de zomerse hitte was dit een comfortabel land, maar spanning moet je elders zoeken.

27. Peru
Mijn eerste tocht door Peru die vooral door de Andes liep was een serieuze tegenvaller. Het Andesgebergte bleek ontbost, overbevolkt en beklemmend te zijn; misschien dat slechts 5% van de route door mooie canyons en over lege hoogvlaktes voerde, verder reed ik vooral langs akkers, honden en mensen. Hoe langer ik er fietste, hoe meer Peru een nachtmerrie werd, mede door het zware terrein en de dreiging van beroving. Mijn tweede tocht door de woestijn aan de kust was een geweldige ervaring: een desolate omgeving die tot de verbeelding sprak, goede voorzieningen onderweg en een prettige sfeer. Gemengde gevoelens dus bij dit land.

28. Zweden
Pretentieloos; eindeloze bossen bomvol muggen. En laat ik nou net houden van schier eindeloze stukken natuur met een uitdaginkje.

29. Duitsland
Mijn waardering voor dit land is gegroeid in de loop der jaren. Ik voel me er prettig, de mensen zijn aardig, de voorzieningen zijn goed, er is veel ruimte en veel bos langs de weg om te kamperen.

30. Mexico
Goede voorzieningen op het vasteland, maar de omgeving inspireerde me niet. Bovendien kreeg ik het aan de stok met de luchtvervuiling. Dat was allemaal anders op het prachtige schiereiland Baja California met zijn woestijnen en cactussen. Toch krijgt Mexico net als Cambodja strafpunten vanwege de veiligheidsproblemen waarmee het te kampen heeft.

31. Botswana
Genoeg leegte voor lange ritten in isolement. Zand, struiken en veepoep; met meer variatie in het landschap had dit land hoger geëindigd. Ook nét even te bewoond en teveel prikkeldraad om relaxed te kunnen kamperen.

32. Turkije
Groot, gevarieerd land waar veel te beleven valt. Vriendelijk volk, sportieve uitdagingen in berggebieden en volop buurtsupers om onderweg een lunch te scoren. Wel jammer dat veel natuur ten prooi valt aan landbouw en dat het weer vies tegen kan vallen buiten de zomer en weg van de zuidkust.

33. Indonesië
Indonesië pakt je bij je lurven en blijft je door elkaar schudden. Lachend blijft het land prikken met een wijsvinger in je borst: ‘Hello, misteeeeeeeer!’. Na een paar weken dacht ik: ‘Hou daarmee op’. Maar dat kon ik vergeten. Het land dreef me tot op de rand van de waanzin, met name op Java. Maar Indonesië was ook het land waar ik rondfietste alsof ik een popster was, zo vaak wilde de jeugd met mij op de foto. De voorzieningen onderweg waren nergens ter wereld zo goed als hier en ook was er geregeld korting op chique hotelkamers, met een ontbijtbuffet in de ochtend. En op Bali had ik een leuke week in Ubud én in Kuta, tussen de backpackers. Ik kreeg het niet cadeau maar wat resteert is een waardevolle herinnering.

34. Azerbeidzjan
De echte waardering voor dit land kwam pas na een half jaar. De stijgende temperatuur, die lange hete weg naar Baku met links en rechts prairies en spoorlijnen, het verlangen naar de uitdaging in Kazachstan, het verblijf in Baku, wachtend op het moment dat ik de Kaspische Zee kon oversteken. Het drukt de herinnering aan al die aandachttrekkende wegarbeiders naar de achtergrond. Ik denk er met genoegen aan terug.

35. Oostenrijk
Altijd mooi. Maar de keren dat ik er was waren zonnige dagen uitzonderingen en regen en kou de norm.

36. Bulgarije
Het was een beetje alsof ik weer in Kazachstan reed. Cyrillisch alfabet, monumenten, pleinen en Sovjetkunst. En: echte natuur. Dat had ik, komend uit olijfgaard Griekenland, gemist. Bij mijn tweede bezoek viel me het verval van het land op. Toch gaf Bulgarije me wederom een goed gevoel.

37. Zwitserland
Mooi, verzorgd land. Wel wat aan de krappe kant; de Zwitserse leefwereld bevindt zich altijd tussen twee bergwanden.

38. Zimbabwe
Prima verblijf in Harare en Bulawayo, ruimte voor rust en cultuur. Soms mooie natuur, met grote stenen in het landschap. Financieel is dit land een uitdaging, met zijn gebrek aan contant geld. Gastvrije mensen, maar ook veel gestaar.

39. Suriname
Tropisch land vol fascinerende herinneringen aan Nederland en ook veel gesprekken met leuke mensen, in het Nederlands. Een serieus probleem echter zijn de vele branden die er woeden, met een desastreuze invloed op de luchtkwaliteit en de leefbaarheid.

40. Zambia
Vier weken fietste ik door dit land, maar heb ik het ook gezien? Mijn zicht werd namelijk nogal beperkt door struiken en bomen langs de weg. Wat wel indruk maakte waren de Victoria Falls, de gastvrijheid van de mensen en de sfeervolle lodges.

41. Kroatië
Schitterende afdaling naar de kust, mooi zicht op de vele eilanden. Leuke avond op een camping in wording, aan een meer. Maar ook veel regen.

42. Montenegro
Dit bergstaatje maakte indruk. De omgeving maar ook de mensen. Gratis op de camping, aangeboden fruit. Leuk. Bij mijn tweede bezoek reed ik o.a. door een mooie kloof, maar al vlot joeg de overvloedige regen me het land uit. Net als elders in de regio veel honden, zwerfvuil en verbrande grond.

43. Noorwegen
De laaggelegen delen van Noorwegen konden me niet zo bekoren omdat Noren overal in de natuur lukraak hun tweede huis neerzetten; ik kreeg het idee dat ik door een eindeloos bungalowpark reed. Maar ik reed ook over hoogvlaktes met resten sneeuw en keek er mijn ogen uit.

44. Hongarije
Een tocht door een waterrijk natuurgebied, verder kerken en kastelen, huizen in pasteltinten, ruime bossen, goed volk. Prima indruk.

45. Slovenië
Imponerende entree in een nationaal park, komend vanuit een hoekje van Italië. Leuke nacht op een camping. Eerste hostel in Ljubljana, veel contact met medereizigers.

46. Kosovo
Verrassend land. Eigenlijk valt er niet veel te zien in dit agrarische land. Vooral de mensen maakten het verschil. Verder zat de charme veelal in de details, met name het jaren 70-gevoel dat het pretentieloze Pristina opriep.

47. Cambodja
Mooie ervaringen, met name de overnachtingen bij NGO’s en in een bamboehut. Maar wel steeds die donkere wolk van dreigende onveiligheid.

48. Bosnië en Herzegovina
Eerste bezoek: mooie natuur, en kamperen langs een meer. Tweede bezoek: boeiende tochten door de bossen, maar ook hinderlijke honden, zwerfafval en verbrande bermen.

49. Frankrijk
Lange aaneenschakeling van rotondes. Maar toch ook mooie natuur, stille dorpen en stijlvolle vrouwen.

50. Denemarken
Alleraardigste gratis kampeerstekken met eenvoudige voorzieningen. Verder vlak, winderig en met een tamelijk bewoonde kuststrook (veel woningen in de duinen).

51. België
Wat België zo interessant maakte voor mij was de mogelijkheid om lange stukken rechtuit te fietsen, hetzij op of langs provinciale wegen, hetzij langs kanalen (jaagpaden). Wildkamperen is er ook vrij goed te doen.

52. Portugal
Interessant waren de kust en het Parque Natural da Serra da Estrela. Verder is Portugal toch vooral een verzameling valleitjes vol honden.

53. Tsjechië
Praag blijft een mooie stad. Verder had ik vooral te maken met een glooiend landschap met geregeld bos en soms een dorp. Prima land om doorheen te trekken, wel een beetje saai.

54. Noord-Macedonië
Skopje is een mooie stad. Verder was dit land uiteindelijk een soort samenvatting van alle andere stukken ex-Joegoslavië: bergen en landbouw, moskeeën, honden, zwerfvuil en verbrande bermen.

55. Slowakije
Glooiend landschap met geregeld bos en soms een dorp. Prima land om doorheen te trekken, maar niet speciaal.

56. Polen
Landbouw, bossen waarin het goed kamperen is, en de voorzieningen zijn in orde. Wel veel glas op de weg en dronkenschap.

57. Italië
Tuinbouwgebied met honden.

58. Griekenland
Olijfgaard met honden.

59. Mozambique
Doodzonde. Dit had één van de mooiste fietslanden op aarde kunnen zijn. Een Australië zonder overdreven veel vliegen of hitte. Maar Mozambikanen steken graag hun natuur in brand. Dat is hun goed recht, het is hun land. Maar ik hoef die zwartgeblakerde aarde niet te zien. Doei.

60. Malawi
De soms prachtige lodges aan Lake Malawi redden de eer van dit land. Want de routes zijn saai, de lucht is ongezond, het is er druk en nergens kwam ik kinderen tegen die vervelender waren dan in dit armoedige land.

61. Tanzania
Veel accommodaties, vaak in orde. Zeer goedkoop land ook. Vleugje avontuur in bossen vol tseetseevliegen. Wel een land waar bijna niets te krijgen is, waar smakeloos eten geserveerd wordt, waar overal land in brand staat en slechte muziek klinkt en waar ik nergens een oord aantrof met een beetje sfeer. Tanzania is armoedig en zonder enige franje.

62. Ecuador
Enorm gevarieerd land: jungle, duinen, bergen, polders, plantages. Toch slaat de meter door naar de verkeerde kant. Eigenlijk is het gewoon een druk, lawaaiig en onveilig ontwikkelingsland.

63. Finland
In potentie een interessant land met veel bossen en meren. Maarja, het regent er permanent. Mijn tocht veranderde in een vluchtpoging.

64. Servië
Ik zag de noordelijke helft van het land, en dat was weinig meer dan een landbouwgebied. Belgrado heeft een mooi centrum. Verder zag ik honden, veel afval en overal grafstenen.

65. Roemenië
Mijn verblijf in Boekarest was geweldig en ook andere steden waren aangenaam om te vertoeven. Maar wat ben ik geschrokken van het platteland. Het staren, het bedelen, de valse honden, in een decor met paardenkarren en lijkstoeten. Was dit Europa anno 2017? Of had dit land eigenlijk tussen Armenië en Azerbeidzjan moeten liggen? Er waren ook mooie ervaringen met behulpzame en vrijgevige mensen, maar het beeld van een sterk achtergebleven land bleef hangen.

66. Albanië
Sterk vervuild, achtergebleven, Kaukasus-achtig landje in een anoniem hoekje van Europa. Curieuze nachten op een Nederlandse camping, met een ‘huurmoordenaar’ en ‘maffiabaas’ in een hostel en in mijn tent voor het hotel van een innemend pisventje. Toch een beetje een domper, dit land.

In Hongkong, Singapore, Luxemburg, Monaco, Estland, Letland, Litouwen, Andorra en Liechtenstein fietste ik te kort om een oordeel te kunnen geven.

Grootste dagafstand
⁰¹ Haccourt (BE) - Hellevoetsluis (NL) - 31/07/2020 257,51 km
⁰² Vittangi (SE) - Grens FI-NO (FI) - 08/08/2017 215,20 km
⁰³ Coober Pedy - Glendambo (AU) - 08/09/2014 209,15 km
⁰⁴ Kempele - Viitasaari (FI) - 26/08/2017 203,77 km
⁰⁵ Alta - Nordkapp (NO) - 11/08/2017 201,30 km
⁰⁶ Dorotea - Sorsele (SE) - 02/08/2017 191,15 km
⁰⁷ Akçakale - Arhavi (TR) - 12/06/2013 184,71 km
⁰⁸ Probollingo - Gilimanuk (ID) - 15/03/2014 182,76 km
⁰⁹ Hellevoetsluis (NL) - Kluisbergen (BE) - 28/04/2012 179,82 km
¹⁰ Noordwolde - Houten (NL) - 14/08/2020 178,27 km

Grootste dagklim
⁰¹ Buena Vista - Canta (PE) - 28/03/2018 2389m
⁰² Huara (+13km) - Huara (+73km) (CL) - 07/07/2015 2246m
⁰³ Vilar Seco - Covilhã (PT) - 25/03/2020 2212m
⁰⁴ Baiyangxiang - Baiyangxiang (+70km) (CN) - 07/10/2013 2202m
⁰⁵ Khashuri - Tskhratskaro-pas (GE) - 11/05/2025 2193m
⁰⁶ Fiesch - Tavanasa (CH) - 17/07/2020 2140m
⁰⁷ Tsageri - Khikhati-pas (GE) - 09/05/2025 2104m
⁰⁸ Valdelosllanos - Los Molinos (ES) - 04/03/2020 2076m
⁰⁹ El Pla de Sant Tirs (ES) - Vaychis (FR) - 08/07/2020 2012m
¹⁰ Iğdır - Kars (TR) - 29/04/2025 1998m

Langste fiets-/loopdag (excl. pauzes)
⁰¹ Haccourt (BE) - Hellevoetsluis (NL) - 31/07/2020 15:02:00
⁰² Alta - Nordkapp (NO) - 11/08/2017 14:51:23
⁰³ Vittangi (SE) - Grens FI-NO (FI) - 08/08/2017 14:17:17
⁰⁴ Dorotea - Sorsele (SE) - 02/08/2017 13:12:08
⁰⁵ Haurvig - Svankaer (DK) - 12/07/2017 12:17:35
⁰⁶ Noordwolde - Houten (NL) - 14/08/2020 12:01:00
⁰⁷ Junin (-32km) - Huánuco (-82km) (PE) - 31/08/2015 11:46:00
⁰⁸ Matasaru - Boekarest (RO) - 15/04/2017 11:45:32
⁰⁹ Nyjidalur airport - Thorisvatn (IS) - 26/06/2017 11:43:40
¹⁰ Talavera - Navalvilar (ES) - 22/02/2020 11:35:00

Hoogste pas
⁰¹ Abra del Acay (AR) - 14/01/2018 4895m
⁰² Paso de Jama - San Pedro de Atacama (CL) - 05/02/2018 4831m
⁰³ Abra Pirhuayani (PE) - 15/07/2018 4725m
⁰⁴ Abra Yanashalla (PE) - 04/09/2015 4720m
⁰⁵ Ak-Baital pas (TJ) - 17/06/2016 4655m

Langste verblijf land (aantal keer bezocht)
⁰¹ Argentinië - 149 dagen (5x)
⁰² Portugal - 127 dagen (2x)
⁰³ Australië - 123 dagen (1x)
⁰⁴ Peru - 115 dagen (3x)
⁰⁵ Chili - 112 dagen (4x)

Langste verblijf stad (aantal keer bezocht)
⁰¹ Nabainhos (PT) - 92 dagen (1x - lockdown)
⁰² Boekarest (RO) - 16 dagen (2x)
⁰² Upington (ZA) - 16 dagen (2x)
⁰⁴ Bishkek (KG) - 15 dagen (5x)
⁰⁵ Paramaribo (SR) - 14 dagen (3x)
⁰⁵ Osh (KG) - 14 dagen (2x)

Langste onafgebroken reeks fiets-/loopdagen (halve dag: 1,75 - 5,25 uur, hele dag: 5,25 uur of meer)
⁰¹ Málaga (ES) - Douro (PT) - 2020 32,5d (3290 km)
⁰² Fukuoka - Miyako (-42km) (JP) - 2016 30d (2538 km)
⁰³ Hellevoetsluis (NL) - Praag (CZ) - 2017 26,5d (1033 km, te voet)
⁰⁴ Trelew - San Rafael (AR) - 2017 25d (2265 km)
⁰⁵ Nabainhos (PT) - Feldkirch (AT) - 2020 23d (2622 km)
⁰⁶ Mazatlan - Mexicali (MX) - 2018 21,5d (1933 km)
⁰⁷Hellevoetsluis (NL) - Belgrado (RS) - 2025 21d (2037 km)
⁰⁸ Sorgues (FR) - Manfredonia (IT) - 2016 20,5d (1757 km)
⁰⁹ Roda de Bera (ES) - Bouarfa (MA) - 2018 20,5d (1696 km)
¹⁰ Manaus (BR) - Georgetown (GY) - 2018 20,5d (1597 km)

Langste onafgebroken reeks wildkampeernachten (kamperen op niet-toegewezen plekken en zonder gebruikmaking van douche of elektriciteit)
⁰¹ Castro Verde - Douro (PT) - 2020 27x
⁰² Hellevoetsluis (NL) - Praag (CZ) - 2017 26x
⁰³ Nabainhos (PT) - Feldkirch (AT) - 2020 23x
⁰⁴ Hellevoetsluis (NL) - Belgrado (RS) - 2025 20x
⁰⁴ Edirne - Diyarbakır (TR) - 2025 20x
⁰⁶ Praag (CZ) - Debrecen (HU) - 2017 19x
⁰⁶ San Rafael - Cafayate (AR) - 2017/2018 19x
⁰⁸ El Chalten (AR) - Coyhaique (CL) - 2015 18x
⁰⁸ Buenos Aires - Trelew (AR) - 2017 18x
¹⁰ Puerto Montt (CL) - Malargüe (AR) - 2015 17x
¹⁰ Astana (KZ) - Alashankou (CN) - 2025 17x
¹⁰ Ping'an - Zhaotong (CN) - 2025 17x

Langste onafgebroken reeks tentovernachtingen
⁰¹ Darwin - Perth (AU) - 2014 123x
⁰² Mutoko (ZW) - Karasburg (NA) - 2019 96x
⁰³ Fukuoka - Osaka (JP) - 2016 79x
⁰⁴ Kristiansand (NO) - Hellevoetsluis (NL) - 2017 74x
⁰⁵ Igoumenitsa (GR) - Sofia (BG) - 2016 39x
⁰⁶ Hellevoetsluis (NL) - Manfredonia (IT) - 2016 38x
⁰⁶ Keflavik - Keflavik (IS) - 2017 38x
⁰⁸ Aus - Opuwo (NA) - 2019 36x
⁰⁹ Windhoek (NA) - Monze (ZM) - 2019 35x
⁰⁹ Nabainhos (PT) - Hellevoetsluis (NL) - 2020 35x

Langste onafgebroken reeks dagafstanden >= 100 km
⁰¹ Vilariça (PT) - Feldkirch (AT) - 2020 18x (2164 km)
⁰² Astana (KZ) - Alashankou (CN) - 2025 17x (2055 km)
⁰³ Warschau (PL) - Hellevoetsluis (NL) - 2017 11x (1442 km)
⁰⁴ Hellevoetsluis (NL) - Sorde de l'Abbaye (FR) - 2012 10x (1465 km)
⁰⁵ Hellevoetsluis (NL) - Nørre Rubjerg (+2km) (DK) - 2017 10x (1243 km)
⁰⁶ Tumpen (AT) - Hellevoetsluis (NL) - 2020 9x (1165 km)
⁰⁷ Bouanane (-40km) - Assa (-17km) (MA) - 2018/2019 9x (1010 km)
⁰⁸ Faset (-33km) (NO) - Jokkmokk (-15km) (SE) - 2017 8x (984 km)
⁰⁹ B'xiang (+70km) - Yuanyang (+15km) (CN) - 2013 8x (970 km)
¹⁰ Kununurra (+90km) - Broome (-20km) (AU) - 2014 8x (931 km)

Recente Reisverslagen:

03 Februari 2026

Politie te slipper

10 Januari 2026

Over zoetzakken en zonen van publieke vrouwen

16 December 2025

Een eerlijk bord tokbokki is goed voor het moreel

30 November 2025

Japanse yens verbrassen aan een kaasplankje

21 Oktober 2025

Banden plakken met Herman Finkers

20 September 2025

De Verrekte doch Verrukkelijke Vuurbal

19 Augustus 2025

Het unieke actievoordeel van Nederlands weer

13 Juli 2025

De lange lijdensweg naar Osh

13 Juni 2025

Een echte filmster weigert een natte droge worst

18 Mei 2025

Bittere herdersoorlogen

21 April 2025

Kamperen in de aardkorst

29 Maart 2025

Huilbaby's met een vertraagd autoalarm

06 Maart 2025

Krokante wegen naar Europa’s bezongen steden
Richard

Actief sinds 16 Feb. 2013
Verslag gelezen: 773
Totaal aantal bezoekers 346454

Voorgaande reizen:

11 Februari 2025 - 31 December 9999

Een wereldfietser heeft negen levens (deel 2)

31 Oktober 2020 - 31 December 2024

Wederwaardigheden in een klein bestaan

03 April 2013 - 22 September 2020

Per fiets de wereld rond

Landen bezocht: