Banden plakken met Herman Finkers

Door: Richard

Blijf op de hoogte en volg Richard

21 Oktober 2025 | China, Xining

Reizend tussen de hoofdsteden van Kazachstan en Mongolië was ik 51 dagen verstoken gebleven van nieuws. In Ulaanbaatar laafde ik mij aan een vloedgolf aan berichten en ik moet zeggen dat het goed voelt dat Nederland ver weg ligt. Op afstand oogt dit doodzieke land, dit zinkende schip, nog treuriger dan wanneer je er middenin zit. Maanden geleden is er weer een kabinet gevallen omdat het demissionair zo prettig regeren is; je kunt dan zo makkelijk totalitaire wetten erdoor drukken. Ik geloof dat er niet eens een nieuw toneelstukje is bedacht voor de kabinetsval, want het ging wederom om een asielkwestie. Alsof eender welke hedendaagse Nederlandse regeringspartij iets anders zou doen dan slaafs de internationale agenda uitvoeren. En toch gaat het niet hard genoeg met de opbouw van de controlestaat. Er zijn rassenrellen nodig, onlusten, gevechten en vernielingen om repressieve wetten te legitimeren, maar de Nederlander werkt niet mee. ‘Nederlanders komen pas van de bank als je hun chips en hun Netflix afpakt’, zo las ik eens. En dus staat de Nederlandse overheid voor een probleem. Ze moet zélf demonstraties organiseren, deze zelf verstoren met romeo’s, zelf afgeschreven politieauto’s in brand steken, zelf met NSB-vlaggen gaan zwaaien (echt níemand doet dit) et cetera. Media erbovenop, politiek erbovenop en jawel, de legitimering is binnen en daar is de motie al. Sneue poppenkast is het. Ik ben benieuwd wat ik aantref als ik - bij voorkeur zeer tijdelijk - terugkeer. Vlak voor mijn vertrek waren bij de plaatselijke Jumbo in een maand tijd alle kassa’s verdwenen, op één na. ‘Die is voor oude mensen die zo nodig een lulpraatje moeten maken met de caissière’, zei iemand. Nee. Die is essentieel voor mensen die het belang van contant geld inzien. Die het gevaar van digitaal geld onderkennen. Die niet willen dat hun bank hun CO₂-budget berekent, ons eigen aanstaande sociaalkredietsysteem (waar onder andere de klimaatzwendel voor ontworpen is). Misschien maak ik bij terugkeer wel zo’n eerdergenoemd geënsceneerd relletje mee. ‘Ik snap niet dat we niet verplicht worden om onze biometrische gegevens af te staan, dan is het snel afgelopen met al die ongeregeldheden’, zei iemand. Het is dit soort meningen dat getuigt van een grenzeloze naïviteit. Aan de meerderheid van de Nederlandse burgers zal het niet liggen, die loopt gedwee de digitale gevangenis in. Het zal eerder het bestuurlijke onvermogen zijn waardoor de opbouw van de totale controlestaat, in tegenstelling tot de totale afbraak van alles waar ooit voor gevochten is, zal falen. Ik hoop dat er ambtenaren zijn die heimelijk zand in de machine strooien, maar het is aannemelijker dat die machine vastloopt omdat mensen die iets kunnen Nederland in steeds groteren getale verlaten.

Goddank zat ik in Mongolië, in mijn kamer met vochtplekken. Mijn fiets stond in dezelfde kamer en dat kwam goed uit; het was tijd voor een onderhoudsbeurt. Al tijden had ik twee reservebanden en nu het langzaamaan regenachtiger werd, was het beter de inmiddels kale voorband uit Georgië te vervangen. Ik bewaarde ‘m wel, voor noodgevallen. Ik plaatste alsnog de nieuwe tandwielcassette en liet bij een fietsenmaker een schakel verwijderen uit de nieuwe kettingen, zodat ik de sluitschakels (‘missing links’) en daarmee ook de kettingen zelf kon gaan gebruiken en ze om de 1500 kilometer kon afwisselen, voor een gelijkmatige slijtage van kettingen en cassette. Mijn voortandwielen bleken ook in een slechte staat te verkeren: zo viel het middelste tandwiel, die op een werpster leek, inmiddels onder de wapenwet. Gelukkig was er een bruikbare tweedehands set tandwielen voorradig. Mijn achterdrager, die me eerder problemen had gegeven door los te schieten (waardoor water en bagage op de grond kukelden), werd nu stevig vastgezet. Ik nam weer een reservepedaal mee nu er onderweg opnieuw een was gesneuveld en toen was ik klaar. Met deze fiets en reserveonderdelen zou ik Zuidoost-Azië moeten kunnen bereiken. Ik sloot mijn verblijf af met een inmiddels traditionele sightseeing. Ulaanbaatar bruiste van het leven, misschien omdat het zondag was; Mongolië is geen islamitisch land zoals Kazachstan en Kirgizië. Mongolië is ook minder Russisch. Ik vroeg me af of men überhaupt Russisch sprak, want niemand vroeg ooit of ík Russisch spreek. Ik liep over een groot plein met een markt waar met name boeken te koop waren, langs indrukwekkende gebouwen en een circustent, door een pretpark en door een gewoon park. Er waren nauwelijks westerse toeristen. Ik vond het een boeiende stad die me deed denken aan Alma-Ata, en ik zou er best eens terug willen keren met meer tijd.

Het regende, maar door mijn krappe tijdschema moest ik eraan geloven. Ik moest weer kilometers gaan maken. Bij hypermarkt Nomin sloeg ik voor een dag of vier voedsel in. Waarom was er nog steeds zo verrekte weinig ruimte in mijn tassen na het achterlaten van uitgelezen boeken en versleten kleding en het in gebruik nemen van reserveonderdelen? Ik ging de natheid weer in. Even was er paniek: mijn telefoon leek overleden. Onder een afdak poogde ik het ding vergeefs te reanimeren. Ik nam de batterij er uit, plaatste hem terug en via een tergend traag opstartproces kwam mijn telefoon weer tot leven. Ik kon verder. Het duurde lang voor ik de stad uit was en de drukte achter me lag.

Bagakhangai was een dorp in vele delen, zo leek het. Steeds volgde er een nieuwe woonkern, ergens in het land. Toen het achter me lag was er nog het dorp Bayan, daarna werd het land leger. De heuvels weken en het land werd vlakker, met rechts van me een spoorweg. Ik zag twee enorme roofvogels in het land staan en vroeg me af of het beelden waren. Ik was hier niets groters dan een havik gewend. Ze bewogen. Beelden hebben niet de gewoonte te bewegen. Deze monsters waren echte vogels. Op de weg was er veel vrachtverkeer. Ik pauzeerde op een plek waar ik beschutting vond tegen de wind. Er lag een dode koe die weinig meer was dan een kleed. Geleidelijk aan werden de dagen korter en de avonden langer en ik moest die avonden gaan vertragen om te voorkomen dat ik te vroeg door mijn programma heen was. Vroeg slapen lukt mij niet. Ik nam me voor een uur muziek te luisteren na het eten.

Ik keek rond in de kleine stad Choir. Ik verwachtte eigenlijk een podium aan te treffen met een koor dat met een symfonisch orkest een klassieke bewerking ten gehore bracht van de populaire karaoke-kraker ‘Koert, ga uit mijn yurt’. In plaats daarvan vond ik een supermarkt en daarmee was ik ook tevreden. Bij de kassa poogde ik van mijn bankbiljetten af te komen. Er gaan 4000 tögrög in een euro, en ik had biljetten van 10, 20, 50, 100, 500, 1000, 5000, 10000 en 20000. Als je niet oppast raakt je geldbuidel verstopt met vrijwel waardeloos papier; al twee keer moest ik overtollig geld in een apart plastic zakje stoppen. Ik had nu echter minder dan gedacht: ik kwam 20 tögrög tekort. Ik had verder alleen nog flappen van 20000. Niemand maakte zich ooit druk om bedragen kleiner dan 50 tögrög, behalve de mevrouw die nu achter de kassa stond. Uiteindelijk gaf ze toch maar het bonnetje, want het hele pak biljetten lag al in de kassa. Eigenlijk mocht ze niet klagen want het plastic tasje waarvoor ze 200 tögrög had aangeslagen heb ik niet gebruikt.

Na Choir werd de omgeving mooier. De zon scheen op het goudgele land. De hemel was blauw op een paar vlagen na. Het was warmer dan het de laatste tijd was geweest. Zou ik nog wat woestijnwarmte krijgen voor het definitief herfstig werd? Een groep schapen langs de weg schrok van me en rende het land in. Eén schaap bevond zich echter bij de rand van een duiker en vloog doodleuk twee meter naar beneden. Dat deed hij nog best goed, maar het zag er wel koddig uit.

Om half zeven ging de zon onder en ik had amper een half uur voor het donker werd. Deze dag had ik niet veel tijd nodig om een plek te vinden want ik bevond me tussen heuvels en er waren nauwelijks yurts.

Er was veel rumoer in de nacht. Was het zwaar verkeer dat ik hoorde? Dat was ’s nachts vrij ongebruikelijk. Waren het vliegtuigen? In de ochtend was het wederom zonnig en onbewolkt, maar er waren wel opvallend veel chemtrails. Het werd me duidelijk dat het geluid inderdaad van vliegtuigen was geweest. De trails verwijdden zich en vormden rond de middag een waas waar de zon maar half doorheen kwam. Precies een week eerder had ik ook chemtrails waargenomen. Donderdag chemtraildag - de agenda wordt wereldwijd uitgevoerd. Na het dorp Airag was er 129 kilometer niets meer, tot aan Sainshand. De bergen waren nu echt uit beeld verdwenen. De omgeving was niet meer te onderscheiden van wat ik in Kazachstan zag: steppe, een spoorweg en elektriciteitsmasten. Ik fantaseerde deze dag over nieuwe reizen. Het was gaandeweg vanzelfsprekend geworden dat ik hier volgend jaar terug zou keren; er viel nog zoveel te fietsen in Centraal-Azië en het beviel me goed. Maar nu veranderde dat. Zou het niet als een domper voelen om weer min of meer hetzelfde te doen? Ik werkte volstrekt andere ideeën uit en raakte enthousiast. Aan het eind van de middag had ik een lekke band. Ik kreeg vrijwel direct toeschouwers: een man en een vrouw. De man wilde helpen, maar ik deed het liever alleen. Mijn bezoek vertrok weer maar niet voor ze me 20000 tögrög (€5) hadden gegeven. Om half zeven kwam de tent bij het spoor te staan, achter lage struiken. Treinmachinisten lieten hun fluit horen als ze me zagen.

In Sainshand probeerde ik aan de rand van de stad mijn voorraad aan te vullen, want dat was al best ver van de hoofdweg; het centrum lag nog enkele kilometers verder. Iedere minimarkt had echter maar een deel van wat ik zocht en uiteindelijk werd ik toch steeds verder in de richting van het centrum gedwongen. Daar was ik blij om want tot dusver had ik geen beste indruk van Sainshand gekregen - rommelig en uiteengelegen - maar langzaam werd het een charmant plaatsje. Ik maakte na het voltooien van de bevoorrading zelfs nog een extra ronde om meer van deze plaats, de laatste Mongoolse stad op mijn route, te zien. Ik zag een plein, mooie gebouwen, diverse hotels. Ik reed over een lange weg terug naar de hoofdweg, maar zat wel meteen vele kilometers verder op de route. In de avond was er een bijzondere maaltijd: een zeewierrol gevuld met rijst, boterhamworst, augurk en mayonaise, en vier Chinese worstjes. In de nacht was er bijzonder weer. Ik mocht in regenpak de tent uit om in het noodweer de scheerlijnen vast te zetten.

Na het ontbijt was het droog maar er was nog wel zware bewolking. In de verte, in het zuiden, was een lichte hemel te zien. Ik pakte de tent in en toen ik naar de weg liep miezerde het weer. Toen ik bij de weg aankwam was mijn broek al nat. De bewolking leek stil te hangen en ik moest gaan werken om het mooie weer te bereiken. Hoe ver was dat? Twintig kilometer? Vijftig? Na een tijd was het droog en bij mijn lunch op 44 kilometer had ik bijna de blauwe lucht bereikt. De omgeving werd er beduidend mooier op. Er kwam meer reliëf en er leken korenvelden te zijn, maar het was een ander bruin gewas. Er waren kamelen en zowaar enkele boompjes. Ik moest een net dragen tegen de vliegen, zo zomers werd het. Na 116 kilometer liep ik het land in, maar ik zag yurts. Aan de andere kant van de weg waren velden met helmgras en ik ging achter zo’n veld staan. Het was nog 70 kilometer naar grensplaats Zamiin Uud. Zou ik er een aardige kamer kunnen vinden voor een kleine onderbreking op mijn lange weg naar Xining? En kon ik daarna fietsend de grens over?

Onder een strakblauwe lucht daalde ik af naar de rand van Mongolië. De vorige dag dacht ik nog: nooit zul je een dode kameel zien, het zijn altijd koeien of paarden. Omdat ik de realiteit lijk te creëren met dit soort gedachten en uitspraken lag er nu een dode kameel in de berm. De omgeving werd droger en geel van kleur. In Zamiin Uud probeerde ik uit nostalgie eerst het hotel bij het station, maar verwachtte wel dat dit het oudste en derhalve een vervallen hotel zou zijn. Dat idee klopte precies. Ik zocht verder. Ergens had ik door een hele reeks venijnige stekels gereden, want er zaten er vele in mijn banden en beide waren ernstig lek. Ik pompte ze meermaals bij voor de laatste meters. Een sjofel hotel was net even te duur en een ander hotel leek buiten gebruik, maar ik liep toch naar binnen. Er was zowaar een luxe receptie. Een kamer kostte hier €17,50. Het ging om een rokerige kamer, in de badkamer ontbrak de douche en het behang was gescheurd, maar ik nam er genoegen mee. Mijn longen leken beter bestand tegen schimmel en rook dan jaren geleden. Na drie koffie en het wassen van kleding deed ik boodschappen. In Mongolië is bijna niets geprijsd en dat is maar goed ook, want anders zou ik bijna niets kopen. Maar nu werd ik echt belazerd, al realiseerde ik me dat te laat: ik betaalde tien euro voor vijf simpele dingen zoals water en brood. Het ontnam me de lust om alsnog eens een Mongools restaurant te bezoeken, iets dat er tot dusver niet van kwam. Ook daar zouden ze me een lucratief bedrag kunnen vragen. Over twee dagen zou ik terug zijn in het spotgoedkope China. Aan de andere kant: híer kon ik nog ongecensureerd internetten. En dat deed ik, tot ik me tegen vieren dwong om te gaan slapen.

Ik plakte mijn banden. In de voorband zat één lek, in de achterband zes. Ik gooide banden weg als er vijftien plakkers op zitten en op de achterband zaten er al negen. Ik plakte de zes gaten en gooide de band weg. Geef toe, dit zou een aardige Herman Finkers-grap geweest zijn. In werkelijkheid gooide ik banden weg bij vijftien gaten én een lek. In de middag had ik vrij en dat overkomt me niet vaak. Ik ging eens kijken in hoeverre mijn nieuwe reisfantasieën realiseerbaar waren. Aanvankelijk stuitte ik op veel beperkingen totdat ik naar een second opinion ging zoeken. Ik gebruikte geregeld de reisadviezen van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken, maar ik pakte nu weer eens de Engelse adviezen erbij. En dat veranderde de perspectieven drastisch. Notoire blokkades op mijn voorgenomen route kleurden plotseling grotendeels groen. De wereld was een stuk begaanbaarder vanuit Engels perspectief. Ik werd daar erg blij van. Ik merkte ook dat veel persoonlijke bezwaren vervaagden. Ik schreef al dat mijn longen meer kunnen verdragen. Maar ik merkte ook dat ik veranderd was, als mens, als reiziger. Ik was geduldiger. Diplomatieker. Ik kon mijn irritatie beter verbergen. Al kon dat ook liggen aan de volkeren waar ik dit jaar mee te maken kreeg, aan al die vriendelijkheid op mijn pad.

In de avond maakte ik een kleine ronde door Zamiin Uud. Er was een mooi stationsgebouw, in geel en bruin. Het had een Afrikaans karakter. Een park werd beschenen met groen licht en ik liep er doorheen onder een verlichte boog. Er hing een mooie sfeer, een sfeer waarin je intens voelt dat je op reis bent. Ik sloot de dag af met enkele kwaliteitsuurtjes op de kamer. Ik was mijn kamer erg gaan waarderen.

Ik voelde me duf, maar na de koffie sloeg die dufheid snel om. Ik werd hyperenthousiast. Ik ging vandaag naar China, dat was één ding om enthousiast over te zijn én ik had een fantastisch plan voor volgend jaar ontwikkeld. Ik had daar nu al zin in. Ik vertrok tegen elven. Al vlot was ik de eerste politie-/douanepost voorbij. Ik kon vrijuit de pakweg twee kilometers rijden naar de tweede Mongoolse post. Ik ging met fiets en al het gebouw in. Mijn bagage moest weer door de scanner. En toen, tussen de bedrijven door, was er ineens die kerel. ‘Je kunt niet met de fiets naar de Chinese douane. Je zult met een auto of bus mee moeten’, zei hij. Beleefd en voorzichtig protesteerde ik. Hij zei: ‘Handel eerst de administratie maar af, ik help je buiten wel’. Dat klonk niet alsof er geen opening meer was. Maar ik vergiste me. Hij ging me alleen aan vervoer helpen en was verder onverbiddelijk. Ik gooide alles in de strijd. ‘Dit is een gesponsorde tocht van Nederland naar Singapore voor kinderen in nood. Ik moet iedere meter fietsen. Zo niet dan mislukt de tocht en gaat er geen geld naar de kinderen.’ Het maakte geen drol uit wat ik zei. Regels waren regels. Hoe vaak moest hij het nog uitleggen? ‘Naar een andere grens kan ik nu ook niet meer’, zei ik. ‘Je kunt door de Chinese douane en dan weer terugkeren’, zei hij. Dat was waar. Hemelsbreed ruim 400 kilometer naar het noordoosten was nog een grenspost. Ik zou zo’n 700 kilometer terug moeten naar Ulaanbaatar en weer 700 kilometer naar de grens. Met waarschijnlijk hetzelfde resultaat. Bovendien lag mijn doel Xining op hoogte en het zou er koud zijn in november. Nee, ik had geen redelijk alternatief en ik was hier door mijn mogelijkheden heen. Er stond een bus. De douanier bood aan dat ik gratis meeging, waarschijnlijk om van me af te zijn. Ik gaf het op. De fiets ging bepakt en al in de bagageruimte en ik verliet Mongolië. Het was een topbestemming gebleken. Ik moet nog nadenken op welke positie het hoort in mijn landenlijst. Ik reed per bus de 1160 meter naar de Chinese douane. Opnieuw ging de bagage door een scanner. Een erg serieus meisje achter het douaneloket gebood me verderop een formulier in te vullen. Ik zocht op Osmand een hotel op in Erenhot en vulde dat in als verblijfadres. De te bezichtigen stad was Xining. Eenmaal terug bij het loket stelde het meisje onnozele vragen; ik had de antwoorden net ingevuld. Ze was moeilijk te verstaan vanachter haar muilkorf en ze verstond op haar beurt mijn uitspraak van Chinese namen niet. Ik kreeg een stempel. Ik was vrij om te gaan, maar de extase van vanochtend was helemaal weg nu er ondanks al mijn inspanningen toch op de valreep weer een klein gat in mijn route was ontstaan. Buiten was een monsterlijke regenboog gebouwd. Men deed hier niet zuinig met symboliek, zo kreeg ik het idee, net als sommige Nederlandse gemeenten (denk aan de regenboogzebrapaden en -banieren). De vorige dag zag ik in Zamiin Uud in de lobby van een hotel twee grote hakenkruizen aan de muren, maar dat is voor de meeste mensen toch te veel ‘in your face’. Daar kun je niet meer mee aankomen. Daarom is de regenboog een geschikt symbool: je kunt de meeste mensen om de tuin leiden met deze ‘leuke kleurtjes’. Ik reed naar het centrum van Erenhot, ook weer zo’n uitgerekte plaats met brede straten, net zoals Alashankou dat was bij mijn vorige entree in China. Ik zocht lang naar een grote levensmiddelenzaak om me te kunnen bevoorraden voor een lang stuk Gobi-woestijn. Ik vroeg er uiteindelijk naar en vond zo alsnog de goed verstopte supermarkt. Ik leefde me uit en sloeg veel in. Ik lunchte op een plein en daarna was het al vier uur. Ik kon nog ruim twee uur rijden. Ik had nu lichte wind tegen en langs de route stonden aan beide zijden hekken. Om de paar kilometer was er een boerderij. Om 18.11 uur ging de zon al onder. Tussen weg en hek was alleen schuin aflopende grond. Af en toe was er een duiker (wat ik een vreemde naam blijf vinden voor een ruimte onder de weg met betonnen wanden). Ik had maar twee opties: in of bij een duiker kamperen of bij een boerderij. Ik koos voor het eerste. In de avond dacht ik na over een nieuwe omschrijving voor mijn uiteindelijke prestatie. ‘Op een kilometer verboden niemandsland na legde hij iedere meter land tussen Nederland en Singapore op eigen kracht af.’ Dat klonk eigenlijk ook niet slecht. Ik kon ‘Nederland’ zelfs nog vervangen door ‘de Noordkaap’.

Ik was weer in China en at op de late avond weer geroosterde tuinbonen met salmiak, zo veel smakelijker dan de matig gezouten pinda’s in Mongolië.

Mijn situatie op en langs de weg veranderde niet. De Gobi-woestijn bleef een omheinde steppe en alle grond was privébezit. Dat ik tegenwind had nu ik westwaarts reed had ik ingecalculeerd, maar het bleef vervelend. De kilometers liepen traag op. Bij 26 kilometer was er Eren Nur. Het was een plaatsje van niks: twee haaks op elkaar gelegen straten en veel uitgespreid bouwmateriaal. Het had wel drie winkels en in een ervan kocht ik cola. Langs de hoofdweg was een overdekte picknicktafel. Toen ik er net zat te lunchen kwam er een bromfietser naar me toe. Ik had hem al gezien in het dorp. Hij had een videogesprek voor me. De kerel in beeld wilde mijn paspoort zien. Ik vond dat een vreemd verzoek. Ik zei ‘no’ en dat was voldoende om de bromfietser weer te laten verdwijnen. Maar even later kwamen er twee jonge militairen. Een van hen deed het woord en hij stelde de gebruikelijke vragen. Later viel het gesprek stil en ik at door. Het werd me duidelijk dat ze op iemand wachtten. Later kwam er een militair voertuig met nog drie jongens. Er volgden meer vragen. Mijn bestemming bleef voor hen een vraagteken. Wat was ‘Xining’? Ik spreidde de landkaart uit en wees Xining aan. ‘Ah, Sien-JA’. Natuurlijk. Een ongeüniformeerde jongen maakte een fotoreportage. Ik kreeg twee blikken vloeistof met de naam ‘666’ en de militairen vertrokken weer. Mijn lunchpauze duurde in totaal anderhalf uur. Ik reed verder. Meer wind, hekken, stijgende wegen. Een dag als deze kostte me moeite. Aan het eind van de dag stond er maar 77 kilometer op de teller. Ik vond een grote duiker en zette binnen de tent op. Het was nog 122 kilometer naar Mandula; waarschijnlijk zou ik er over twee dagen pas na de lunch aankomen en daarvóór lag er niets langs de weg. Ik moest zuinig aan gaan doen met vocht. Het was plots weer zomer en dat merkte ik aan mijn consumptiepatroon. Wat zou er in de gekregen blikjes zitten? Ik zag geen alcoholpercentage, wel een bliksem. Een energydrink?

Er ontstond zowaar wat meer discipline in de vroege morgen. Ik paste mijn vertrektijd aan aan de gaandeweg verschoven dagindeling en fietste al om acht uur. De dagen waren niet zoals in Mongolië; het was hier door de tegenwind echt een kwestie van de dag doorkomen. Ik testte in een extra pauze een van de blikjes. ‘Het zal bier zijn, water met bloemetjessmaak of een energydrink. Het zal geen sinas zijn’, zei ik. Ik word steeds bekwamer in het creëren van de realiteit. De sinas was goed te drinken. Ruim een uur later volgde de lunch. Ik moest improviseren om picknickplekken te vinden want de randen boven de duikers liggen vaak vol stenen, maar op of bij vangrails valt vaak ook te zitten. Ik deelde de middag in stukken en hield een pauze om drie uur en om vijf uur; zo werd de strijd tegen de wind draaglijk. Een Chinese of Japanse motorrijder met een Dakar-logo op zijn bagage gaf me een flesje water. Nu kwam ik definitief uit met mijn vochtvoorraad. Een half uur voor het eind van de dag was er een politiepost. Agenten bladerden door mijn paspoort. Wat ik grappig vond was dat men vaak mijn Mozambikaanse visum fotografeerde, want daar stond een pasfoto op. Deze keer werd ook de aangeniete Surinaamse toeristenkaart gefotografeerd. Toen ik alweer onderweg was stopte er voor me een auto. Er stapte een agent uit. Of hij een foto mocht nemen. Ik merkte tot dusver weinig verschil met de politieprovincie Xinjiang. Er waren ook evenveel flitsende camera’s boven de weg. Toch zou het de laatste politiecontrole zijn. Ik reed nog een kilometer en vond weer een ruime duiker.

Mijn nieuwe ritme wende snel: weer vertrok ik rond achten. De wind was al direct krachtig maar ik ook. Uren reed ik, met muziek op, zonder te willen kijken hoe mijn voortgang was. Toen ik dat uiteindelijk wel deed zag ik dat ik 9 km/u reed. Ik nam een korte pauze en pakte de vacuümverpakking die kaas leek te bevatten. Uiteraard was het geen kaas. Bijna niets was natuurlijk in China als het ging om verpakt voedsel. Maar het was best aardig spul en er zaten volop eiwitten in. Ik bereikte Mandula en zocht naar een winkel. In dit kleine plaatsje met één echte straat waren wel veertig restaurants, maar het kostte me de grootste moeite een geopende winkel te vinden. Ik kocht cola en liters Sprite en ging nu zuidwaarts rijden. De wind werd draaglijker. De natuur werd nu nog krampachtiger ontoegankelijk: vaak waren duikers ook afgezet. Er waren nu niet alleen hekken om erven af te bakenen, maar ook door de overheid geplaatste hekken om alle natuur af te grenzen. In gedachten zag ik politiek Den Haag kwijlen. Ik reed, luisterde muziek, passeerde het dorp Bayinhua en wanhoopte, want waar ging ik in de avond kamperen? Toch heeft dat wanhopen nooit zin. Het gaat om de mogelijkheden op het moment dat je ze nodig hebt. En om zes uur was het zover. Er waren gescheiden rijbanen en er was een duiker die afgezet was, maar tussen de rijbanen was de duiker bereikbaar. Iets later stond de tent.

Voor me zag ik enig blauw, wit en zon, achter me een grijze massa. Die massa kwam voorwaarts, maar het bleef droog. Bayin’aobao lag op 38 kilometer. Het bleek een spookdorp te zijn. Er was iemand die de straat aanveegde en er leek een restaurant open te zijn. Verder zag ik geen mensen, wel veel vervallen gebouwen. Ik had nog ruim een liter Sprite en lunchte langs de weg. De resterende 23 kilometers naar Bayan Obo waren nog best taai vanwege de bergachtige route. Ik zat zowaar al boven de 1600 meter, slechts 700 meter onder de hoogte van Xining. Bayan Obo stelde teleur. Het had nog wel enige grandeur, met de brede straten, maar er leek haast geen middenstand te zijn, op wat restaurants na. Ik was ervoor naar het centrum gereden maar had dat kunnen laten. Bijna terug bij de hoofdweg vond ik een winkel en kocht er voor twee dagen vocht. Ik voegde nog een paar fietsuren aan de dag toe, inmiddels in mooi weer. Het was de vijfde dag tussen prikkeldraad. De (Chinese) Gobi-woestijn was een teleurstelling. Het was nergens een woestijn, het was overal steppegrond met boerderijen, afgeschermde privégrond. De staatshekken ontbraken hier weer. Menigmaal zag ik mensen in de weer om de hekken te herstellen. De dag eindigde in een klein formaat duiker: de tent paste er net in. Zal ik hier ooit nog in de natuur liggen, of alleen onder de weg en straks wellicht noodgedwongen in hotelkamers, als ik in de bewoonde wereld kom?

Er wachtte me een dag met niets op mijn pad, tot aan het eind van de dag, dan zou ik nabij Urad zijn. Wat me onderweg opviel was dat er zo goed als nergens voorzieningen zijn voor de reizende mens: picknicktafels, een tankstation met meer dan brandstof, een winkel langs de weg, een toilet. Zodra er iets meer ruimte was (een inham, een uitvoegstrook) dan lag het er vol poep en papier. Logisch, je moest het ergens kwijt. Even de natuur inlopen kon ook niet, die was afgezet. Ik dacht daar eens verder over na. China is daar waar Nederland over een aantal jaar wil zijn: natuur verboden (al zet China geen wolven in), middenstand verdwenen, dorpen half leeg vanwege een verplaatsing naar (15 minuten-) steden, kunstmatig voedsel. Alleen is het proces hier in China nog lang niet voltooid - zo kan ik nog steeds met cash betalen - en dat zal in Nederland niet anders verlopen. Ik had gelezen dat in Nederland de invoering van de digitale ID (de opmaat naar een groene-vinkjes-samenleving waarvan we de generale repetitie al gehad hebben) vertraging had en niet eerder dan eind 2026 te verwachten viel. Het sloot aan op wat ik al schreef: het Nederlandse ambtelijke onvermogen gaat de opbouw van een controlemaatschappij voorkomen. Maar vergis je niet: de sloop gaat onverminderd door.

Al filosoferend had ik niet veel oog voor China. Ik had de laatste maanden veel mooiere gebieden gezien, zonder opgesloten te zitten tussen hekken. Ik liet Urad grotendeels liggen maar deed nog wel een paar boodschappen. Opnieuw waren er straten met een rij treurige zaken: de helft leeg, een deel vol bouwrommel, gesloten winkels en een paar open winkels, steevast met het licht uit. Daarna was er zowaar bebossing langs de weg. En zo kwam de tent tussen de bomen te staan.

Het was goed weer en ik hoefde weinig méér te doen dan afdalen. Ik had nu toch echt de Gobi-woestijn achter me gelaten. Weg steppe, weg hekken, en van de wind had ik al eerder afscheid genomen. Dit alles maakte plaats voor bomen en dorpen en landbouw. Het kwam niet vaak voor dat het me verheugde om een leegte achter me te laten. Er kwam een eind aan een lang traject door de steppe, feitelijk al vanaf Atyrau, eind mei. Er was alleen het berg-intermezzo in Kirgizië. Zoveel leegte had ik om me heen gehad, leegte die in principe bewoonbaar was. En dan te bedenken dat ik uit een propvol land kom dat alleen maar voller gepropt wordt, dagelijks, met touringcars vol met door ngo’s geronselde strijders uit Afrika en het Midden-Oosten die gelegerd worden in het gehele land ten behoeve van het omvolkingsbeleid, een onderdeel van De Agenda. Het is een interessant experiment, maar wel bij voorkeur te aanschouwen op grote afstand. Gedachten over ontwikkelingen in de westerse wereld hielden me vaak bezig. Soms moest ik tegen mezelf zeggen: ‘Laat het even rusten, kijk om je heen’. Want de afdaling bijvoorbeeld waar ik mee bezig was, was mooi. Voor het eerst sinds mijn rentree was China mooi. Ik vloog, en kon Wuyuan, op 58 kilometer, rond lunchtijd al bereiken. Ik at in een park naast een plein waar grote draken waren gemaakt. Er was vuurwerk en het leek er derhalve op dat ik weer met een Chinese feestperiode te maken had, zoals me in 2013 meermaals overkwam. Ik had een overdekte zitplaats en had het park voor me alleen. Mijn achterband was lek en bij het vervangen van de band zag ik dat de buitenband op was. Ruim 5100 kilometer vond ik een prima prestatie voor een Kenda, een Chinese band. Ik legde de laatste reserve-Kenda om de velg. Ik liet de oude band achter in een container. Toch leuk voor zo’n ding om uiteindelijk in zijn geboorteland ‘begraven’ te worden. Ook hier in de bewoonde wereld zag ik veel leegstand. Vrolijker werd ik van het goed verzorgde, gesnoeide stadsgroen. Ik volgde de G110, al enige tijd, en zou dat honderden kilometers blijven doen. Ik reed de middag vol en eindigde opnieuw in bebossing naast de weg, maar nu met hoorbare bewoning om me heen. Van alle kanten klonk vuurwerk. Om de tent lagen tuinslangen en ik hoopte dat niemand die in de ochtend ging activeren.

Mijn tent was nog droog bij vertrek. Ik had goed weer en zette de vaart erin. Bij 45 kilometer had ik geen verkeer meer om me heen en verderop was de weg geblokkeerd. Toch kon ik langs de blokkades verder rijden. Op een pallet met stenen lunchte ik. Ik had 45 kilometer lang te maken met wegwerkzaamheden en moest soms door zand, maar meestal had ik een goede weg voor me alleen. En toen kwam ik bij een monument en zag ik toeristen lopen. Hier was de Gele Rivier. Er waren bruggen en voor toeristen was er meer te doen dan alleen het bezichtigen van een monument en een rivier, maar ik ging niet op onderzoek uit en fietste na een pauze verder. Ik deed nu, op dag 8 in China, nog steeds met de bij de grens ingeslagen voedselvoorraad, al kwam het einde in zicht. Na Balagong werd ik verrast. Ik had niet verrast hoeven zijn: ik had het thuisfront bericht dat ik de Gobi-woestijn achter me gelaten had, dus hier was de Gobi weer. Toen het tijd was om de tent op te zetten kon ik vrij het land in lopen. Eindelijk kon ik de natuur in in dit deel van China. Na de 124 kilometer van de vorige dag had ik nu 130 kilometer bijeengetrapt. Ik was nu al halverwege het traject Zamiin Uud - Xining. Het beviel goed om iedere dag weer een flinke hap uit de resterende afstand te nemen, terwijl ik de eerste vijf dagen alleen maar bezig was de dag door te komen.

Regen haalde de vaart uit mijn voortgang. Ik ging wachten tot het droog was voor ik mijn tent verliet. Ik luisterde muziek en plakte een band. Drie gaten, en daarmee zat de Schwalbe-binnenband die ik als laatste van de zes in gebruik had genomen al op twaalf gaten. Om half een was het droog en een half uur later vertrok ik. Ik reed twee uur onder een zwaarbewolkte hemel. Na zeven kilometer was ik alweer uit de steppe en reed weer door bewoond China. Ik zag veel vrouwen hier in China die zich volledig hebben ingepakt en werk verrichten (straten vegen, plantsoenonderhoud) en/of rijden met een bromfiets met laadbak, een populair voertuig. Ik zag ook veel scooters. Vaak hebben ze een soort jas met dichtgenaaide korte mouwen over het stuur hangen. De handvaten (en handen) gaan in de mouwen; en de rest van de jas hangt voor de benen; dit alles dient, naar ik mag aannemen, om wind en kou te weren. In Haibowan/Wuhai sloeg ik voor enkele dagen voedsel in en daarna resteerde me nog maar een uurtje. Ik reed langs de Gele Rivier, die beneden me stroomde, en er was rond zessen volop groen langs de weg. Ik ging eens de berm in. Er waren bomen en struiken maar ik kon er niet achter verdwijnen. Toen zag ik een natuurlijk platform waarnaar ik kon afdalen. Ik had er zicht op een fietspad, de rivier en de industrie verderop aan de overkant. Het was een mooie stek.

Een nieuwe grijze dag brak aan. In de grauwheid werd China er niet mooier op. Er was veel industrie en de leegstaande en ook de onverlichte winkels hadden behalve scheuren ook een laag roet. Op het beton waren olievlekken te zien en er lag schroot en puin. China bestaat al een poosje maar blijft toch rommelig ogen, ook al is er weinig zwerfvuil en wordt veel groen piekfijn bijgehouden. Om me heen werden de bergen steeds imponerender, maar ik hoefde nog niet veel te klimmen. Ik zag veel rokende fabriekspijpen; misschien waren ze deels verantwoordelijk voor de grijze mist. Er was veel variatie om me heen, steeds veranderde het beeld: een dorp, akkers, bos, steppe, industrie, een stad. Soms zag ik veel van dat alles in een groot, panoramisch uitzicht. In de vroege avond werd ik verrast. Er was volop bebossing maar de grond was niet vlak: er waren voren getrokken. Verderop was de grond hobbelig, zoals je in Noorwegen vaak zag. Veel grond werd door vegetatie aan het zicht onttrokken. Dit werd niets. Er was een fietspad naast de weg en op een zeker punt was er ruimte onder de weg. Ik stond uiteindelijk alsnog weer onder het verkeer, net als in de Gobi-woestijn.

Regen. Maar ik had deze keer geen trek in een ochtend of zelfs een hele dag in mijn tent. Ik vertrok en niet veel later voelde ik dat mijn longsleeve al nat was. Uren hield de regen aan, maar gelukkig niet al te zwaar. Op een stoeprand onder een boom lunchte ik in de miezerregen. De miserabele tijden zijn terug. In de middag hield de regen geleidelijk aan op, maar de grijsheid hield aan. De vorige dag zag ik nog bergen, maar nu was het zicht minder weids. Er is weinig zo deprimerend als die grijze mist. Na vele honderden kilometers eindigde de G110 vandaag op een T-splitsing. De G109 ging me nu naar Xining leiden. Aan het eind van de middag strandde ik in de bewoonde wereld. Ik zag niets dan gebouwen en akkers. Ik moest weg van de hoofdweg om te kunnen kamperen. Ik sloeg een pad in en stuitte op een spoorbaan. Er liep een pad langs en tussen het pad en een akker kon ik mijn tent kwijt, net als eerder in Turkije. Door de vele regen was er water in mijn telefoon gekomen; bij het laden ging er een alarm af en kreeg ik een melding. Het kostte me veel tijd en moeite om het laadstation droog te krijgen. Om dit probleem te voorkomen moest ik gaan zorgen dat er geen laag water in mijn relatief nieuwe, waterdichte Vaude Aqua Box (what’s in a name) kon komen te staan. Er moest een gat in de bodem komen.

Acht maanden onderweg. Als deze reis een jaar lang duurt, dan had ik nog een derde van de reis tegoed, de helft van wat ik tot dusver beleefd heb. Vier maanden, dat was vanaf mijn aankomst in Aral, mijn eerste pleisterplaats in Kazachstan, tot aan de huidige dag. Good lord! Het was een prettige gedachte om voorlopig nog niet naar Nederland te hoeven. Bij het inpakken van de tent kwam er een geüniformeerde kerel op me af en begon tegen me te praten. Ik praatte gewoon terug, zoals ik tegenwoordig steeds doe. Vriendelijk was hij niet. Hij leek iets uit zijn heuptas te pakken. Ging hij een bon uitschrijven? Ik wachtte dat niet af en ging verder met inpakken. Even later zag ik dat hij verderop liep en toen ik klaar was liep hij op grote afstand. Waarschijnlijk was het een spoorwegbeambte. Toen ik in de tent zat had ik ook al stemmen gehoord. China was wat voller dan ik gewend was in vorige landen. Het was opnieuw zwaar bewolkt maar wel droog. Ik reed door de stad Zhongning, langs veel parken. Daarna moest ik zo’n veertig kilometer zuidwaarts. Het was een vervelend stuk, met opnieuw huizen en bedrijven langs de weg en ontzaglijk veel vrachtverkeer in beide richtingen. Goed dat ik een eigen strook van bijna twee meter breed had. Een kruising verloste me. Het betrof een rotonde met veel ruimte eromheen en er was een interessante chaos. Het leek een enorm plein vol met auto’s en vrachtwagens, geflankeerd door winkels. Ik pauzeerde op een stoep en keek om me heen. Het vervolg van de route luchtte me op. Er waren iets minder vrachtwagens en ik had heuvels om me heen in plaats van bouwsels. Er waren veel kampeermogelijkheden totdat het tijd werd om te kamperen. Ik reed langs huis na huis, en ik had zicht op de akkers en boerderijen in het land. Dit ging een drama worden als ik doorreed. Ik keerde om en reed drie kilometer terug. In de heuvels vond ik vlot een redelijk beschutte stek. In theorie kon ik over vier dagen al in een hotelbed liggen. Dat kon bijna dagelijks, maar ik wilde de rit kamperend voltooien. Dit kon voorlopig wel eens mijn laatste lange kampeerrit zijn. In Xining zou mijn eerste missie volbracht zijn en ik zou naar Kunming vliegen. Ik zou dan in enkele dagen in Vietnam zijn en daar viel niet te kamperen.

Tussen de weg en de gebouwen langs de weg is vaak ruimte, en die is niet altijd geplaveid. De regen had plassen veroorzaakt en vrachtwagens hadden hun werk gedaan: door veelvuldig naar de kant te gaan en garages en eethuizen te bezoeken was de grond één groot modderbad geworden en dat liet zijn sporen na op mijn fietsstrook. Vaak werd ik door de vele bagger de weg op gedwongen. Ik zong een oud succesnummer van Louis Armstrong: ‘And I think to myself: wat een smerige boel.’ Maar mijn lot veranderde. Er was een supermarkt en ik ging mijn voorraad aanvullen. Bij de fruitafdeling keek ik naar de bananen en ik werd benaderd door een mevrouw. Ze wees op de prijs: 2,48 yuan. Aha, zo’n dertig cent, per ….? Ik gaf aan dat ik er vijf wilde en ze sneed er vijf los van een tros. Daarna liep ze met me mee naar de zuivelafdeling. Ze wees producten aan en vervolgens naar de prijskaartjes. Echt veel nut had dit niet, maar ik vond het wel grappig. Hier bleef het bij; ze volgde me niet verder. Buiten lunchte ik op een richel. De zon brak onverwacht door na dagen van grijsheid. (De bananen kostten overigens in totaal 50 cent.) Het baggertraject hield op. De klim naar Xining stelde vooralsnog minder voor dan ik gedacht had; die was zeer geleidelijk en van echte kou was nog geen sprake. Ik kwam in een bedrijvig dal terecht: al het land leek in gebruik, op die typisch Chinese wijze, rommelig, alles door elkaar, zonder ruimtelijke planning. Ik reed door tot de zonsondergang nu dat zichtbaar kon en zag enkele heuvels in het land. Ik reed langs de pilaren van een hooggelegen spoorweg, langs volkstuintjes en ik eindigde in de heuvels. Daar was ruimte voor me.

Ik bekeek mijn gezicht in de spiegel. Rondom mijn ogen was mijn huid zwart. Het werd tijd om wat vuile vlekken te verwijderen. Ik had het niet opgemerkt want mijn tent stond in de schaduw, maar het was opnieuw een zonnige dag. Ik reed tot zich tegen het middaguur een wonder openbaarde. Er was een omheind hoekje met trimattributen, twee zitbanken en enkele stenen tafels met zitjes. Comfort! Ik lunchte aan de stoffige stenen tafel. In de middag was er de stad Baiyin; de G109 liep er recht doorheen. Er was een park, een meer met een boulevard en aan de overkant van het water een grote pagode. Eindelijk zag ik weer enige schoonheid. In de namiddag werd ik op een negatieve manier verrast. Dat ik een gebergte in moest klimmen was niet erg, maar mijn vluchtstrook verdween en er kwam een vangrail voor in de plaats. Ik werd dus zowel vertraagd als de weg op gedwongen, en dat met al die konvooien vrachtwagens. Het werden drie nare kilometers en ik was opgelucht toen ik kon afdalen. Het slot van de dag leek op dat van de vorige dag. Ik vond een plek nabij maisvelden in de heuvels, bij het spoor. Nog 238 kilometer te gaan.

Ik lunchte in een droog afvoerkanaaltje; het was een zitplaats en tafel in één. In de middag kocht ik voedsel voor de laatste dagen. Daarna werd ik verrast door een tunnel waar ik niet door mocht. Ik werd naar de Gele Rivier gedwongen. Ook daar was een tunnel, en fietsers werden nog dichter naar de rivier gedirigeerd. Dat kwam goed uit want het was er mooi: er lagen prachtige bouwsels op de bergwanden en de voetgangersbruggen over de rivier waren versierd met rode lampions. Voorbij deze toeristische zone was er het stadsverkeer, want ik zat in de regio Lanzhou/Anning. Ik moest nu tientallen kilometers de rivier volgen in deze drukte. Gelukkig kwam er op een bepaald punt een fietsbaan bij. Verderop werden fietsers weer geweigerd en werd ik naar de andere kant van de rivier gedwongen. Dat pakte goed uit want daar was de G109 weer. Het regende. Dat maakte niet meer uit toen ik onder een andere weg kwam te rijden. Vlak voor de schemering vond ik een stuk natuur langs de snelweg die ik hier kruiste op een iets andere hoogte.

Bij mijn terugkeer naar de weg gleed ik uit en had toen een bebloede knie. Bij het fietsend oversteken van de weg brak mijn ketting. Wat een goede start! Ik hoopte dat het aan de sluitschakels lag en dat was het geval. Ik had nog nooit meegemaakt dat die versleten waren. Ik had nog een nieuwe set, al was die voor 9-speed, maar dat leek te werken. Mijn handen waren wel zwart. Ik stond gelukkig bij een tankstation en werd welkom geheten toen ik mijn handen wilde wassen. En toen kon ik op weg. De dag was mistig begonnen maar de zon brak door. Ik reed door dorp na dorp. Een enkele keer zag ik nog iets van het oude China: bouwsels met mooie daken. Het was ook in een dorp dat ik lunchte, op een muurtje. De vorige dag dacht ik dat ik belazerd werd toen ik zo’n 18 yuan (2,25) moest neertellen voor twee worstjes in een vacuümverpakking. Nu wist ik beter. Het waren ambachtelijk bereide worsten vol vlees en met één exemplaar was ik een half uur bezig, mede omdat het ding zonder goed bestek moeilijk handelbaar was. Ik reed de bergen in en veel verkeer verdween naar de snelweg, zelfs vrachtwagens. Er was op veel delen van het traject wegonderhoud waardoor ik de weg geregeld voor mezelf had. Niet zelden zag ik tussen de bergwanden meerdere wegen en treintrajecten op pilaren langs en over elkaar voeren. Ook zag ik treinen en rijen verkeer vaak in een berg verdwijnen. Chinezen maken ware bouwkunst van het verkeer in de bergen. Later moest ik mijn privileges opgeven en werd ik weer samengevoegd met het overige verkeer. Ik liet ook de bergen en de natuur achter me en reed weer door de dorpen in een wijd dal. Toch vond ik wat bebossing toen de zon onder ging. Ik koos uiteindelijk voor een verborgen stukje grond met een elektriciteitsmast. Nog 52 kilometer te gaan. Ik hoefde niet helemaal naar Xining te rijden. De luchthaven van Xining lag nabij Ping’an, een stad die in 2013 ook op mijn route lag. Zou ik vrij snel naar Kunming kunnen vliegen? Of moest ik juist verplicht lang wachten?

Geleidelijk steeg ik tot boven de 2000 meter. Hoelang had ik de kou niet gevreesd? In de tweede helft van oktober zou het ’s nachts vriezen en overdag zou de 10°C niet gehaald worden. Niets van dat al. ’s Nachts lag ik onder een opengeritste slaapzak, ’s middags was een jas te warm. Ik lunchte vervroegd, in stijl: achter de vangrail, op een richel. Daarna reed ik de laatste twintig kilometer. Na tien kilometer reed ik Ping’an al binnen. In 2013 ging ik hier zuidwaarts. Ik reed door, tot ik de laatste weg kruiste die zuidwaarts ging: een snelweg hoog boven me. Ik móest nu mijn oude route gekruist hebben, al zou ik ook nog naar dezelfde luchthaven rijden als destijds. Het gat tussen Sary-Tash en Xining was, op die vermalijde kilometer na, dichtgereden! Via een joekel van een omweg. Ik maakte een foto, keerde om, kocht water en noodles en ging op kamerjacht. Veel hotels waren van het type Hilton, maar in een zijstraat vond ik iets dat bij mijn budget leek te passen. Achter de balie stonden vriendelijke dames die alle tijd hadden en met mijn wensen akkoord gingen: de fiets kon binnen staan en de prijs kon omlaag. Een van de dames was zeer behulpzaam bij het sjouwen met de bagage. Ik had een mooie kamer want ik was weer in China. En ik had weer koffie en internet. Een van de in Ulaanbaatar gedownloade VPN-apps werkte, na lang proberen. Ik had nu toegang tot sociale media. ’s Avonds bekeek ik de vluchten; ik kon dagelijks naar Kunming. En er was meer goed nieuws: per 25 augustus hadden Nederlanders in Vietnam geen visum meer nodig. Ik kreeg er 45 dagen de tijd.

En toen hield mijn geluk op. Na een Samsung-update en een restart had de VPN-app geen effect meer. Facebook, Messenger, X, Youtube, Wikipedia…. ik kon het allemaal weer vergeten. Ik dook in de voorwaarden van het fietsvervoer per vliegtuig, maar kwam er niet uit. Het leek me beter om naar de luchthaven te gaan en daar de benodigde informatie in te winnen; dat was in den verre meestal de beste strategie. Ik fietste ernaartoe, al was dat eigenlijk verboden, en zocht rond in de terminal. Het werd me snel duidelijk dat dit een moeilijk verhaal ging worden. Informatiebalies en ticketverkooppunten zijn niet meer van deze tijd. Zelfs bij de incheckbalies stonden geen namen meer vermeld van maatschappijen en het was er hoe dan ook druk; het zou raar zijn me tussen de incheckers te werpen om het baliepersoneel te bestoken met mijn vragen. Dit ging ‘m niet worden. Ik vroeg het nog na bij het algemene servicepunt, maar maatschappijen waren hier niet vertegenwoordigd, zo was het antwoord. Ik reed terug. De enige site waar ik iets mee kon was die van China Eastern. Met moeite schraapte ik de voorwaarden bijeen. Ik bleef met twee hoofdvragen zitten: hoe moest de fiets verpakt worden en kon de afmeting een probleem gaan vormen (hoge rekening, weigering). Via de site viel prima te chatten, maar het antwoord was teleurstellend. Bij het inchecken werd bepaald hoeveel ik eventueel moest bijbetalen en welke eisen er precies aan de verpakking werden gesteld. Hier had ik niets aan. Dit was onacceptabel, net als in februari toen ik naar Bangkok zou vliegen.

Op de site van Sichuan Airlines kon je alleen boeken, en de overige aanbieders waren prijsvechters zonder informatie in het Engels. Het was me duidelijk: ik ging niet vliegen. Er moest een andere oplossing komen. Ik informeerde bij het treinstation en las de voorwaarden op het internet. De rit naar Kunming zou minimaal 22 uur duren en fietsen waren sinds enige tijd verboden in treinen, al kon je fiets soms wel mee in een vrachtwagon als je er een pakje van maakte. Dit was ook niks. Aan bussen hoefde ik ook niet te denken. Vanaf Chengdu, halverwege, leek dat mogelijk, maar tot Chengdu had ik niet veel kans. Daarmee ging er een streep door het vervoeren van de fiets. Ik moest het weer zelf doen. Maar dan had ik meer tijd nodig. Het verlengen van een visum is nog net zo’n omslachtig gedoe als in 2013, en ik kon geen bewijs vinden voor het kunnen verlengen van een visa-vrije periode. En toen realiseerde ik me dat ik een visa run kon doen. Ik kon zonder fiets het land uitvliegen en weer omkeren. Alstublieft, opnieuw dertig dagen China. Ik ging zoeken. De mogelijkheden vielen me tegen. Grote steden als Chengdu of Chongqing kon ik mogelijk niet meer bereiken in de tijd die ik nu nog had dus moest ik de visa run vanaf Xining doen. Er waren geen goedkope mogelijkheden. Ik kon het financiële leed iets draaglijker maken door er een korte vakantie van te maken. Maar waar was ik nog niet geweest? Ik hoefde niet zo nodig opnieuw naar Kuala Lumpur of Bangkok, en Hanoi lag al op mijn komende fietsroute. Ik kwam uit op het Thaise eiland Phuket. Dat wilde ik wel eens een dag of vier, vijf verkennen. Het zou een lastige reis worden met lange tussenstops in Kunming, maar het leek te doen. Ik vroeg of ik mijn fiets en kampeeruitrusting een week in het hotel kon achterlaten, en het was geen probleem. Later ontdekte ik dat het momenteel op Phuket zowat ieder uur regent, maar mijn besluit was genomen. Ik wilde ook rust in mijn hoofd want deze kwestie was een dagenlange zorg geweest, terwijl ik eigenlijk wilde bijkomen van zestien dagen fietsen. Dat kon nu alsnog op Phuket. En daarna wachtte me een grote opdracht. Ik moest in dertig dagen de pakweg 2500 kilometer afleggen van Ping’an naar Vietnam, over een oostelijker gelegen route dan in 2013. Deze keer moest het door een iets verstandiger beleid dan toen wél lukken om in die tijd China uit te fietsen. Als ik ver genoeg doorrijd kruis ik vanzelf mijn route uit 2013. Het gat dat destijds in mijn route ontstond doordat ik de bus moest nemen van Lüchun naar Mengla is dan niet relevant meer: er loopt een lijn van Nederland (of de Noordkaap) naar Singapore. Op één verdammte kilometer na.

Ik vertrek straks fijn naar mijn in het regenseizoen sterk afgeprijsde superior deluxe hotelkamer (die ik nog hoop te vinden) om mij te laven aan al die in China verboden kennis, voordat deze straks weer een maand lang achter The Great Firewall zit. En dan ga ik lekker door de stromende regen van mijn hotelkamer naar de 7 Eleven lopen om een bak nasi goreng te scoren. Is het leven niet schitterend?

________________________

Mijn boek ‘Vinnig meppen met een bos tulpen’, over de eerste twee jaar van mijn fietsleven, is bij de boekhandels verkrijgbaar, of tegen gereduceerd tarief bij:

https://www.boekenbestellen.nl/boek/vinnigmeppen


  • 22 Oktober 2025 - 08:53

    Audrey:

    Geweldig verhaal en prachtig verwoord.


  • 11 November 2025 - 21:32

    Chris:

    "Vroeg slapen lukt mij niet."

    Ik had vroeger op mijn kinderkamer van 2x2m een raam met een donkerblauw disney gordijn. Op 4 meter afstand stond een lantaarnpaal en daardoor had ik altijd donkerblauw licht op mijn bed.

    Melatonine is jouw slaap hormoon. dat moet zich opbouwen en dan wordt je slaperig. weet je waardoor dat hormoon AFbreekt?

    door het DONKER BLAUWE LICHT van de morgenstond. tussen nacht en ochtend is er donkerblauw licht, waardoor jij zijnde mens, wakker wordt !!

    dus mocht jouw TENT ofzo behebt zijn met een donkerblauwe kleur waardoor straatverlichting naar binnen schijnt??

    mijn tip, kies bij je volgende tent voor een niet-donker-blauwe kleur ...

    donker paars/rood/groen met oranje biesjes zodat je de omtrek in het donker ziet??

    Ik heb dus ook slaap problemen net als jij.

    je rijdt iig niet op auto-chips die nu stil staan maar misschien wel op aardappelchips of tempee chips, maar mogelijk met een aardappelbatterij voor je telefoon

    pedaalse

    cb


  • 11 November 2025 - 22:09

    Chris:

    grijze tent weet ik niet


  • 05 Januari 2026 - 17:00

    Jilles:

    Mooi verhaal weer. Wel weer visum-stress.

Reageer op dit reisverslag

Je kunt nu ook Smileys gebruiken. Via de toolbar, toetsenbord of door eerst : te typen en dan een woord bijvoorbeeld :smiley

Verslag uit: China, Xining

Een wereldfietser heeft negen levens (deel 2)

Solo per fiets de wereld bereizen: na deel 1 (2013-2020) nu deel 2.

Te beginnen met een reis naar Cambodja via Mongolië. Ook nu zal ik mij vooral richten op lege gebieden en de focus ligt op het ondergaan van de grootsheid van de natuur, het aangaan van fysieke uitdagingen en het bestuderen van de psychologische effecten van het reizen. Ooit hoop ik nog een echte Sahara-tocht te maken, Afrika in de lengte en breedte te doorkruisen, en Tibet en Noord-Amerika te zien. En Salar de Uyuni. En Colombia. En Papoea-Nieuw-Guinea. En Oman. En Iran. Oh, en ik hoop nog wat boeken te schrijven.

Dan nu de statistieken, vanaf het prille begin.

(2011 Testrit Nederland (2 dgn, 160 km))
(2012 Testrit Nederland (9 dgn, 1018 km))
(2012 Testrit Nederland - Spanje (37 dgn, 3511 km))

Deel 1
(2013 - 2014): Nederland - Indonesië, via Alpen, Balkan, Turkije, Georgië, Azerbeidzjan, de Kaspische Zee, Kazachstan, Oezbekistan, Kirgizië, China en Zuidoost-Azië (366 dgn, 22961 km, €12,39 p.d.)

Deel 2
(2014): Australië: Darwin - Port Augusta en “tegen de klok in” naar Perth, afsluiting in Maleisië (151 dgn, 11444 km, €12,10 p.d.)

Deel 3
(2015): Zuid-Amerika: Ushuaia (AR) - Atacames (EC), deels te voet (276 dgn, 13403 km, €10,23 p.d.)

Deel 4
(2016): Nederland - Japan (Europa, Kazachstan, Kirgizië, Tadzjikistan, Zuid-Korea, Japan met op de 'terugweg' Thailand en Laos) (360 dgn, 22136 km, €10,50 p.d.)

Deel 5
(2017): Nederland - Roemenië, te voet (73 dgn, 2608 km, €10,06 p.d.)

Deel 6
(2017): Noord-Europa (o.a. IJsland, Scandinavië, de Baltische staten en Polen) (130 dgn, 10832 km, €9,63 p.d.)

Deel 7
(2017 - 2018): Zuid-Amerika II (Buenos Aires (AR) - Lima (PE), intermezzo in Mexico, Cuzco (PE) - Albina (SR)) (349 dgn, 21030 km, €12,84 p.d.)

Deel 8
(2018 - 2019): Marokko (Nice (FR) - Dakhla (EH) - Nador (MA)) (104 dgn, 7560 km, €8,63 p.d.)

Deel 9
(2019 - 2020): Afrika (Namibië, Zambia, Tanzania, Malawi, Mozambique, Zimbabwe, Botswana, Zuid-Afrika en opnieuw Namibië) (283 dgn, 17939 km, €11,81 p.d.)

Deel 10
(2020): West-Europa (233 dgn, 11594 km, €11,57 p.d.)

Intermezzo
(2020-2024): Benelux (30 dgn, 3313 km)

Deel 11
(2025): Nederland - Mongolië met aansluitend ZO-Azië (stand: 358 dgn, 24481 km, €13,02 p.d.)

Totaal aantal reisdagen: 2760
Totaal aantal kms: 173.390
Totaal aantal fietsuren: 13802
Totaal aantal nachten wildkamperen: 1414
Totaal aantal overnachtingen in een tent: 1771
Totaal aantal hotels: 421

(Laatste update: 10/01/2026)
_________________

Landenteller: 75
Van meest naar minst favoriet:

1. Argentinië
Als je van fietsen in eindeloze leegtes en prachtige berggebieden houdt en tegen een windvlaag kunt dan is Argentinië wat mij betreft 's werelds beste optie om maandenlang te kunnen genieten van isolement en omgeving.

2. Kazachstan
Aan het steppeavontuur uit 2013 voegde ik vijf ervaringen toe: een mooie tocht van Astana naar Bishkek door opnieuw een (grotendeels) leeg stuk Kazachstan, een verregende tocht door een net even te bevolkt hoekje van het land, een aangenaam verblijf van in totaal 12 dagen in Alma-Ata, een slopende reis van Atyrau naar Turkestan en een verkoelende rit van Astana naar China. Kazachstan blijft een van mijn favoriete leegtes, met ook nog fantastische mensen.

3. Australië
Wat een strijd was het, tegen vliegen, wind, hitte en immer hellende wegen. Fietsen in de outback doe je niet voor je lol. Maar fietsen hoeft niet altijd leuk te zijn, soms is het de uitdaging die telt. Wat resteert is de herinnering aan dat heroïsche gevecht in die fantastische bak ellende.

4. IJsland
Wow, is dit nog dezelfde planeet? Ik zag de meest wonderlijke landschappen en natuurverschijnselen en genoot van het isolement bij het doorkruisen van het eiland. Trotseer wind, kou, regen en vliegen en je wordt rijkelijk beloond.

5. Japan
Drie maanden lang leefde ik buiten, op een weinig gevarieerd dieet, want ik kon er haast niets betalen. Maar dat gaf niet, want Japan staat vol parken met sanitaire voorzieningen en stroom en je mag daar gewoon kamperen. En ook op het strand. Met name de westkust van hoofdeiland Honshu was mooi, van geïsoleerde strandjes tussen zwart gesteente tot kilometerslange zandleegtes met windmolens. Japan is een beschaafd en schoon land dat negativiteit volledig weggeplamuurd heeft. Maar het is ook een verrekt nat land, met al die regen. Of ben ik nu te negatief?

6. Chili
Chili bleek vooral een druilerig land te zijn, maar het heeft een belangrijke troef: de Atacama-woestijn. En dat is de droogste woestijn op aarde, met een gematigde temperatuur; ideaal voor prachtige fietstochten.

7. Namibië
De droge kustregio is fascinerend, met zijn zand- en steenvlaktes en duinen. Andere smaken: rijden tussen de omheiningen van boerenbedrijven, of langs bush met hutten, vee en mensen. Het land heeft ruimte en een uitgebreide infrastructuur, goed voor maandenlang fietsen, en volop voorzieningen zoals supermarkten en campings. Aantrekkelijk fietsland.

8. Mongolië
U wilt leegte? Ga uw goddelijke gang in Mongolië. Ik reed door eindeloze steppes met yurts en door het mooie Altaigebergte. En ik zag cultuurstad Ulaanbaatar, even boeiend als Alma-Ata en Yerevan. Goed volk ook, die Mongolen. Ik ben nog niet klaar in dit land; ik kom terug.

9. Kirgizië
Het land van de bergweiden, de valken, de paarden en de yurts. Maar nu ik ook in het zuiden van het land ben geweest, weet ik dat het ook het land is van landbouwgronden, kuddes op de weg en stront, veel stront. Desondanks een zeer interessant fietsland.

10. Tadzjikistan
Komend vanuit Kirgizië was het eerste deel van de Pamir Highway een fantastische ervaring. Highway dient hier niet vertaald te worden met snelweg maar met hoge weg: de hoogste pas lag op 4655m. Nog nooit fietste ik in zo’n hooggelegen woestijn. Toen de daling inzette ging de spanning er wat vanaf en uiteindelijk werd de omgeving alledaags: landbouw, vee, huisjes. Toch werd deze tocht één van de hoogtepunten uit mijn fietsleven.

11. China
Wonderlijk vreemde wereld, totaal verschillend van welk land dan ook. China is zelden mooi en bijna alle grond is in gebruik, maar de ongekend vriendelijke mensen, de hooglanden, het eten, de fysieke uitdagingen en de bijzondere ervaringen maken dit alles meer dan goed.

12. Thailand
Spannende badplaatsen, snelle wegen, fraaie tempels en beelden, uitstekende voorzieningen. Thailand heeft het.

13. Maleisië
Mooie spots, goede wegen en voorzieningen, en een aangenaam verblijf in Melaka.

14. Oezbekistan
Warme herinneringen aan hete dagen in het isolement van de steppe. Aan oriëntaalse verblijven met 's werelds meest fantastische ontbijtbuffetten. En aan mijn kortstondige vriendschap met de kinderen van Üchqorgon. Maar ik draaide volledig door in de bewoonde gebieden. Het joelen, het fluiten, het toeteren, fietsende jongens die me opwachtten en traag voor mijn wielen gingen rijden; het maakte me woest. Ik heb kennisgemaakt met de allerzwartste kant van mezelf.

15. Bolivia
Het was een mooie wereld, die Boliviaanse hoogvlakte. Nooit gedacht dat ik me zou begeven in een gebied waar het uiteindelijk -18°C zou worden en dat ik daar nog knap probleemloos doorheen zou reizen. Maar halverwege, toen ik van Sucre via Cochabamba naar la Paz reed, werd de wereld om me heen alledaags en zag ik vooral landbouwgebieden.

16. Guyana
Land bij uitstek voor de avonturier. Tussen Lethem en Linden (evenals de overige plaatsen in Guyana tjokvol koloniale historie) liggen honderden kilometers praktisch onbewoond regenwoud met ongeasfalteerde wegen. En met fraaie lodges. Je waant je in het hart van Afrika. De kustroute kan wat claustrofobisch aandoen, iedere 500m rijd je een nieuw dorp binnen.

17. Brazilië
Dit land verraste me, door de variatie in het landschap, zelfs als het om landbouw ging, door het goede ontbijt, door het avontuur op ongeasfalteerde trajecten in de Amazone en in nationale parken. Minpunt: in het droge seizoen wordt veel droge vegetatie verbrand en dat heeft gevolgen voor de luchtkwaliteit.

18. Zuid-Afrika
In een vrij lege uithoek van Zuid-Afrika fietste ik door prachtige landschappen en keek ik 's avonds vaak naar een schitterende hemel. Maar wat staan er extreem veel hekken in dit land!

19. Marokko / Westelijke Sahara
Zeer gevarieerd land, waarin ik vooral woestijn en bergen opzocht. Vriendelijke, behulpzame bevolking. Fraaie architectuur, mystiek en sterrenpracht. Maar... Marokko is een politiestaat en dat kan beklemmende vormen aannemen. Grand frère te regarde. En dat kost Marokko strafpunten.

20. Georgië
Er zijn bijzonder mooie trajecten te rijden in dit groene land met zijn bergen en weiden. Bij mijn eerste bezoek had ik bovendien een leuke tijd in hostels in Batumi en Tbilisi.

21. Armenië
Mijn tocht langs het Sevanmeer met zijn beboste oevers beschouw ik als het hoogtepunt van mijn reis door dit land, maar ook de bergtrajecten en de steden Gyumri en Yerevan waren zeer boeiend.

22. Vietnam
De vlakke kustroute na die slopende bergen in Noord-Laos, het spontane volk, het Phong Nha Ke Bang National Park en het Easy Tiger hostel, een week in Hoi An... Onverwacht aangenaam land.

23. Laos
Zware trajecten, slechte voorzieningen, uitputting. En bier in Luang Prabang en Vientiane. Dat was tijdens mijn eerste verblijf, in het noorden van Laos. Mijn tweede tocht voerde door de Middeleeuwen in het hart van Laos. Kraampjes, bewoning langs de weg, veel kinderen, vuurtjes. Alleraardigst. Voor een paar weken.

24. Spanje
Mijn eerste grote uitdaging, dwars door het hart van dit land. Bergen, kaal gesteente, meren, uitgestorven dorpjes en een mooi nationaal park. Ook mijn tweede tocht langs de oostkust beviel goed, ondanks de sinaasappelvelden was er genoeg ruimte voor avontuur, m.n. het kamperen bij allerlei soorten ruïnes. Op de derde tocht kriskras door het binnenland had ik gemengde ervaringen: in het zuiden vooral landbouw, in het noorden veel variatie in het landschap.

25. Nederland
Zeer uitgebreid fietsnetwerk en opvallend veel natuur voor zo’n bevolkt land, al zijn provincies als Drenthe, Overijssel en Noord-Brabant geschikter om te fietsen en wildkamperen dan de Randstad.

26. Zuid-Korea
Tot in de puntjes verzorgd land met uitstekende fietsvoorzieningen, en ook nog eens erg aardige mensen. Of: rijstveld met tamme kust, vol werkende en recreërende mensen. Ondanks de zomerse hitte was dit een comfortabel land, maar spanning moet je elders zoeken.

27. Peru
Mijn eerste tocht door Peru die vooral door de Andes liep was een serieuze tegenvaller. Het Andesgebergte bleek ontbost, overbevolkt en beklemmend te zijn; misschien dat slechts 5% van de route door mooie canyons en over lege hoogvlaktes voerde, verder reed ik vooral langs akkers, honden en mensen. Hoe langer ik er fietste, hoe meer Peru een nachtmerrie werd, mede door het zware terrein en de dreiging van beroving. Mijn tweede tocht door de woestijn aan de kust was een geweldige ervaring: een desolate omgeving die tot de verbeelding sprak, goede voorzieningen onderweg en een prettige sfeer. Gemengde gevoelens dus bij dit land.

28. Zweden
Pretentieloos; eindeloze bossen bomvol muggen. En laat ik nou net houden van schier eindeloze stukken natuur met een uitdaginkje.

29. Duitsland
Mijn waardering voor dit land is gegroeid in de loop der jaren. Ik voel me er prettig, de mensen zijn aardig, de voorzieningen zijn goed, er is veel ruimte en veel bos langs de weg om te kamperen.

30. Mexico
Goede voorzieningen op het vasteland, maar de omgeving inspireerde me niet. Bovendien kreeg ik het aan de stok met de luchtvervuiling. Dat was allemaal anders op het prachtige schiereiland Baja California met zijn woestijnen en cactussen. Toch krijgt Mexico net als Cambodja strafpunten vanwege de veiligheidsproblemen waarmee het te kampen heeft.

31. Botswana
Genoeg leegte voor lange ritten in isolement. Zand, struiken en veepoep; met meer variatie in het landschap had dit land hoger geëindigd. Ook nét even te bewoond en teveel prikkeldraad om relaxed te kunnen kamperen.

32. Turkije
Groot, gevarieerd land waar veel te beleven valt. Vriendelijk volk, sportieve uitdagingen in berggebieden en volop buurtsupers om onderweg een lunch te scoren. Wel jammer dat veel natuur ten prooi valt aan landbouw en dat het weer vies tegen kan vallen buiten de zomer en weg van de zuidkust.

33. Indonesië
Indonesië pakt je bij je lurven en blijft je door elkaar schudden. Lachend blijft het land prikken met een wijsvinger in je borst: ‘Hello, misteeeeeeeer!’. Na een paar weken dacht ik: ‘Hou daarmee op’. Maar dat kon ik vergeten. Het land dreef me tot op de rand van de waanzin, met name op Java. Maar Indonesië was ook het land waar ik rondfietste alsof ik een popster was, zo vaak wilde de jeugd met mij op de foto. De voorzieningen onderweg waren nergens ter wereld zo goed als hier en ook was er geregeld korting op chique hotelkamers, met een ontbijtbuffet in de ochtend. En op Bali had ik een leuke week in Ubud én in Kuta, tussen de backpackers. Ik kreeg het niet cadeau maar wat resteert is een waardevolle herinnering.

34. Azerbeidzjan
De echte waardering voor dit land kwam pas na een half jaar. De stijgende temperatuur, die lange hete weg naar Baku met links en rechts prairies en spoorlijnen, het verlangen naar de uitdaging in Kazachstan, het verblijf in Baku, wachtend op het moment dat ik de Kaspische Zee kon oversteken. Het drukt de herinnering aan al die aandachttrekkende wegarbeiders naar de achtergrond. Ik denk er met genoegen aan terug.

35. Oostenrijk
Altijd mooi. Maar de keren dat ik er was waren zonnige dagen uitzonderingen en regen en kou de norm.

36. Bulgarije
Het was een beetje alsof ik weer in Kazachstan reed. Cyrillisch alfabet, monumenten, pleinen en Sovjetkunst. En: echte natuur. Dat had ik, komend uit olijfgaard Griekenland, gemist. Bij mijn tweede bezoek viel me het verval van het land op. Toch gaf Bulgarije me wederom een goed gevoel.

37. Zwitserland
Mooi, verzorgd land. Wel wat aan de krappe kant; de Zwitserse leefwereld bevindt zich altijd tussen twee bergwanden.

38. Zimbabwe
Prima verblijf in Harare en Bulawayo, ruimte voor rust en cultuur. Soms mooie natuur, met grote stenen in het landschap. Financieel is dit land een uitdaging, met zijn gebrek aan contant geld. Gastvrije mensen, maar ook veel gestaar.

39. Suriname
Tropisch land vol fascinerende herinneringen aan Nederland en ook veel gesprekken met leuke mensen, in het Nederlands. Een serieus probleem echter zijn de vele branden die er woeden, met een desastreuze invloed op de luchtkwaliteit en de leefbaarheid.

40. Zambia
Vier weken fietste ik door dit land, maar heb ik het ook gezien? Mijn zicht werd namelijk nogal beperkt door struiken en bomen langs de weg. Wat wel indruk maakte waren de Victoria Falls, de gastvrijheid van de mensen en de sfeervolle lodges.

41. Kroatië
Schitterende afdaling naar de kust, mooi zicht op de vele eilanden. Leuke avond op een camping in wording, aan een meer. Maar ook veel regen.

42. Montenegro
Dit bergstaatje maakte indruk. De omgeving maar ook de mensen. Gratis op de camping, aangeboden fruit. Leuk. Bij mijn tweede bezoek reed ik o.a. door een mooie kloof, maar al vlot joeg de overvloedige regen me het land uit. Net als elders in de regio veel honden, zwerfvuil en verbrande grond.

43. Noorwegen
De laaggelegen delen van Noorwegen konden me niet zo bekoren omdat Noren overal in de natuur lukraak hun tweede huis neerzetten; ik kreeg het idee dat ik door een eindeloos bungalowpark reed. Maar ik reed ook over hoogvlaktes met resten sneeuw en keek er mijn ogen uit.

44. Hongarije
Een tocht door een waterrijk natuurgebied, verder kerken en kastelen, huizen in pasteltinten, ruime bossen, goed volk. Prima indruk.

45. Slovenië
Imponerende entree in een nationaal park, komend vanuit een hoekje van Italië. Leuke nacht op een camping. Eerste hostel in Ljubljana, veel contact met medereizigers.

46. Kosovo
Verrassend land. Eigenlijk valt er niet veel te zien in dit agrarische land. Vooral de mensen maakten het verschil. Verder zat de charme veelal in de details, met name het jaren 70-gevoel dat het pretentieloze Pristina opriep.

47. Cambodja
Mooie ervaringen, met name de overnachtingen bij NGO’s en in een bamboehut. Maar wel steeds die donkere wolk van dreigende onveiligheid.

48. Bosnië en Herzegovina
Eerste bezoek: mooie natuur, en kamperen langs een meer. Tweede bezoek: boeiende tochten door de bossen, maar ook hinderlijke honden, zwerfafval en verbrande bermen.

49. Frankrijk
Lange aaneenschakeling van rotondes. Maar toch ook mooie natuur, stille dorpen en stijlvolle vrouwen.

50. Denemarken
Alleraardigste gratis kampeerstekken met eenvoudige voorzieningen. Verder vlak, winderig en met een tamelijk bewoonde kuststrook (veel woningen in de duinen).

51. België
Wat België zo interessant maakte voor mij was de mogelijkheid om lange stukken rechtuit te fietsen, hetzij op of langs provinciale wegen, hetzij langs kanalen (jaagpaden). Wildkamperen is er ook vrij goed te doen.

52. Portugal
Interessant waren de kust en het Parque Natural da Serra da Estrela. Verder is Portugal toch vooral een verzameling valleitjes vol honden.

53. Tsjechië
Praag blijft een mooie stad. Verder had ik vooral te maken met een glooiend landschap met geregeld bos en soms een dorp. Prima land om doorheen te trekken, wel een beetje saai.

54. Noord-Macedonië
Skopje is een mooie stad. Verder was dit land uiteindelijk een soort samenvatting van alle andere stukken ex-Joegoslavië: bergen en landbouw, moskeeën, honden, zwerfvuil en verbrande bermen.

55. Slowakije
Glooiend landschap met geregeld bos en soms een dorp. Prima land om doorheen te trekken, maar niet speciaal.

56. Polen
Landbouw, bossen waarin het goed kamperen is, en de voorzieningen zijn in orde. Wel veel glas op de weg en dronkenschap.

57. Italië
Tuinbouwgebied met honden.

58. Griekenland
Olijfgaard met honden.

59. Mozambique
Doodzonde. Dit had één van de mooiste fietslanden op aarde kunnen zijn. Een Australië zonder overdreven veel vliegen of hitte. Maar Mozambikanen steken graag hun natuur in brand. Dat is hun goed recht, het is hun land. Maar ik hoef die zwartgeblakerde aarde niet te zien. Doei.

60. Malawi
De soms prachtige lodges aan Lake Malawi redden de eer van dit land. Want de routes zijn saai, de lucht is ongezond, het is er druk en nergens kwam ik kinderen tegen die vervelender waren dan in dit armoedige land.

61. Tanzania
Veel accommodaties, vaak in orde. Zeer goedkoop land ook. Vleugje avontuur in bossen vol tseetseevliegen. Wel een land waar bijna niets te krijgen is, waar smakeloos eten geserveerd wordt, waar overal land in brand staat en slechte muziek klinkt en waar ik nergens een oord aantrof met een beetje sfeer. Tanzania is armoedig en zonder enige franje.

62. Ecuador
Enorm gevarieerd land: jungle, duinen, bergen, polders, plantages. Toch slaat de meter door naar de verkeerde kant. Eigenlijk is het gewoon een druk, lawaaiig en onveilig ontwikkelingsland.

63. Finland
In potentie een interessant land met veel bossen en meren. Maarja, het regent er permanent. Mijn tocht veranderde in een vluchtpoging.

64. Servië
Ik zag de noordelijke helft van het land, en dat was weinig meer dan een landbouwgebied. Belgrado heeft een mooi centrum. Verder zag ik honden, veel afval en overal grafstenen.

65. Roemenië
Mijn verblijf in Boekarest was geweldig en ook andere steden waren aangenaam om te vertoeven. Maar wat ben ik geschrokken van het platteland. Het staren, het bedelen, de valse honden, in een decor met paardenkarren en lijkstoeten. Was dit Europa anno 2017? Of had dit land eigenlijk tussen Armenië en Azerbeidzjan moeten liggen? Er waren ook mooie ervaringen met behulpzame en vrijgevige mensen, maar het beeld van een sterk achtergebleven land bleef hangen.

66. Albanië
Sterk vervuild, achtergebleven, Kaukasus-achtig landje in een anoniem hoekje van Europa. Curieuze nachten op een Nederlandse camping, met een ‘huurmoordenaar’ en ‘maffiabaas’ in een hostel en in mijn tent voor het hotel van een innemend pisventje. Toch een beetje een domper, dit land.

In Hongkong, Singapore, Luxemburg, Monaco, Estland, Letland, Litouwen, Andorra en Liechtenstein fietste ik te kort om een oordeel te kunnen geven.

Grootste dagafstand
⁰¹ Haccourt (BE) - Hellevoetsluis (NL) - 31/07/2020 257,51 km
⁰² Vittangi (SE) - Grens FI-NO (FI) - 08/08/2017 215,20 km
⁰³ Coober Pedy - Glendambo (AU) - 08/09/2014 209,15 km
⁰⁴ Kempele - Viitasaari (FI) - 26/08/2017 203,77 km
⁰⁵ Alta - Nordkapp (NO) - 11/08/2017 201,30 km
⁰⁶ Dorotea - Sorsele (SE) - 02/08/2017 191,15 km
⁰⁷ Akçakale - Arhavi (TR) - 12/06/2013 184,71 km
⁰⁸ Probollingo - Gilimanuk (ID) - 15/03/2014 182,76 km
⁰⁹ Hellevoetsluis (NL) - Kluisbergen (BE) - 28/04/2012 179,82 km
¹⁰ Noordwolde - Houten (NL) - 14/08/2020 178,27 km

Grootste dagklim
⁰¹ Buena Vista - Canta (PE) - 28/03/2018 2389m
⁰² Huara (+13km) - Huara (+73km) (CL) - 07/07/2015 2246m
⁰³ Vilar Seco - Covilhã (PT) - 25/03/2020 2212m
⁰⁴ Baiyangxiang - Baiyangxiang (+70km) (CN) - 07/10/2013 2202m
⁰⁵ Khashuri - Tskhratskaro-pas (GE) - 11/05/2025 2193m
⁰⁶ Fiesch - Tavanasa (CH) - 17/07/2020 2140m
⁰⁷ Tsageri - Khikhati-pas (GE) - 09/05/2025 2104m
⁰⁸ Valdelosllanos - Los Molinos (ES) - 04/03/2020 2076m
⁰⁹ El Pla de Sant Tirs (ES) - Vaychis (FR) - 08/07/2020 2012m
¹⁰ Iğdır - Kars (TR) - 29/04/2025 1998m

Langste fiets-/loopdag (excl. pauzes)
⁰¹ Haccourt (BE) - Hellevoetsluis (NL) - 31/07/2020 15:02:00
⁰² Alta - Nordkapp (NO) - 11/08/2017 14:51:23
⁰³ Vittangi (SE) - Grens FI-NO (FI) - 08/08/2017 14:17:17
⁰⁴ Dorotea - Sorsele (SE) - 02/08/2017 13:12:08
⁰⁵ Haurvig - Svankaer (DK) - 12/07/2017 12:17:35
⁰⁶ Noordwolde - Houten (NL) - 14/08/2020 12:01:00
⁰⁷ Junin (-32km) - Huánuco (-82km) (PE) - 31/08/2015 11:46:00
⁰⁸ Matasaru - Boekarest (RO) - 15/04/2017 11:45:32
⁰⁹ Nyjidalur airport - Thorisvatn (IS) - 26/06/2017 11:43:40
¹⁰ Talavera - Navalvilar (ES) - 22/02/2020 11:35:00

Hoogste pas
⁰¹ Abra del Acay (AR) - 14/01/2018 4895m
⁰² Paso de Jama - San Pedro de Atacama (CL) - 05/02/2018 4831m
⁰³ Abra Pirhuayani (PE) - 15/07/2018 4725m
⁰⁴ Abra Yanashalla (PE) - 04/09/2015 4720m
⁰⁵ Ak-Baital pas (TJ) - 17/06/2016 4655m

Langste verblijf land (aantal keer bezocht)
⁰¹ Argentinië - 149 dagen (5x)
⁰² Portugal - 127 dagen (2x)
⁰³ Australië - 123 dagen (1x)
⁰⁴ Peru - 115 dagen (3x)
⁰⁵ Chili - 112 dagen (4x)

Langste verblijf stad (aantal keer bezocht)
⁰¹ Nabainhos (PT) - 92 dagen (1x - lockdown)
⁰² Boekarest (RO) - 16 dagen (2x)
⁰² Upington (ZA) - 16 dagen (2x)
⁰⁴ Bishkek (KG) - 15 dagen (5x)
⁰⁵ Paramaribo (SR) - 14 dagen (3x)
⁰⁵ Osh (KG) - 14 dagen (2x)

Langste onafgebroken reeks fiets-/loopdagen (halve dag: 1,75 - 5,25 uur, hele dag: 5,25 uur of meer)
⁰¹ Málaga (ES) - Douro (PT) - 2020 32,5d (3290 km)
⁰² Fukuoka - Miyako (-42km) (JP) - 2016 30d (2538 km)
⁰³ Hellevoetsluis (NL) - Praag (CZ) - 2017 26,5d (1033 km, te voet)
⁰⁴ Trelew - San Rafael (AR) - 2017 25d (2265 km)
⁰⁵ Nabainhos (PT) - Feldkirch (AT) - 2020 23d (2622 km)
⁰⁶ Mazatlan - Mexicali (MX) - 2018 21,5d (1933 km)
⁰⁷Hellevoetsluis (NL) - Belgrado (RS) - 2025 21d (2037 km)
⁰⁸ Sorgues (FR) - Manfredonia (IT) - 2016 20,5d (1757 km)
⁰⁹ Roda de Bera (ES) - Bouarfa (MA) - 2018 20,5d (1696 km)
¹⁰ Manaus (BR) - Georgetown (GY) - 2018 20,5d (1597 km)

Langste onafgebroken reeks wildkampeernachten (kamperen op niet-toegewezen plekken en zonder gebruikmaking van douche of elektriciteit)
⁰¹ Castro Verde - Douro (PT) - 2020 27x
⁰² Hellevoetsluis (NL) - Praag (CZ) - 2017 26x
⁰³ Nabainhos (PT) - Feldkirch (AT) - 2020 23x
⁰⁴ Hellevoetsluis (NL) - Belgrado (RS) - 2025 20x
⁰⁴ Edirne - Diyarbakır (TR) - 2025 20x
⁰⁶ Praag (CZ) - Debrecen (HU) - 2017 19x
⁰⁶ San Rafael - Cafayate (AR) - 2017/2018 19x
⁰⁸ El Chalten (AR) - Coyhaique (CL) - 2015 18x
⁰⁸ Buenos Aires - Trelew (AR) - 2017 18x
¹⁰ Puerto Montt (CL) - Malargüe (AR) - 2015 17x
¹⁰ Astana (KZ) - Alashankou (CN) - 2025 17x
¹⁰ Ping'an - Zhaotong (CN) - 2025 17x

Langste onafgebroken reeks tentovernachtingen
⁰¹ Darwin - Perth (AU) - 2014 123x
⁰² Mutoko (ZW) - Karasburg (NA) - 2019 96x
⁰³ Fukuoka - Osaka (JP) - 2016 79x
⁰⁴ Kristiansand (NO) - Hellevoetsluis (NL) - 2017 74x
⁰⁵ Igoumenitsa (GR) - Sofia (BG) - 2016 39x
⁰⁶ Hellevoetsluis (NL) - Manfredonia (IT) - 2016 38x
⁰⁶ Keflavik - Keflavik (IS) - 2017 38x
⁰⁸ Aus - Opuwo (NA) - 2019 36x
⁰⁹ Windhoek (NA) - Monze (ZM) - 2019 35x
⁰⁹ Nabainhos (PT) - Hellevoetsluis (NL) - 2020 35x

Langste onafgebroken reeks dagafstanden >= 100 km
⁰¹ Vilariça (PT) - Feldkirch (AT) - 2020 18x (2164 km)
⁰² Astana (KZ) - Alashankou (CN) - 2025 17x (2055 km)
⁰³ Warschau (PL) - Hellevoetsluis (NL) - 2017 11x (1442 km)
⁰⁴ Hellevoetsluis (NL) - Sorde de l'Abbaye (FR) - 2012 10x (1465 km)
⁰⁵ Hellevoetsluis (NL) - Nørre Rubjerg (+2km) (DK) - 2017 10x (1243 km)
⁰⁶ Tumpen (AT) - Hellevoetsluis (NL) - 2020 9x (1165 km)
⁰⁷ Bouanane (-40km) - Assa (-17km) (MA) - 2018/2019 9x (1010 km)
⁰⁸ Faset (-33km) (NO) - Jokkmokk (-15km) (SE) - 2017 8x (984 km)
⁰⁹ B'xiang (+70km) - Yuanyang (+15km) (CN) - 2013 8x (970 km)
¹⁰ Kununurra (+90km) - Broome (-20km) (AU) - 2014 8x (931 km)

Recente Reisverslagen:

03 Februari 2026

Politie te slipper

10 Januari 2026

Over zoetzakken en zonen van publieke vrouwen

16 December 2025

Een eerlijk bord tokbokki is goed voor het moreel

30 November 2025

Japanse yens verbrassen aan een kaasplankje

21 Oktober 2025

Banden plakken met Herman Finkers

20 September 2025

De Verrekte doch Verrukkelijke Vuurbal

19 Augustus 2025

Het unieke actievoordeel van Nederlands weer

13 Juli 2025

De lange lijdensweg naar Osh

13 Juni 2025

Een echte filmster weigert een natte droge worst

18 Mei 2025

Bittere herdersoorlogen

21 April 2025

Kamperen in de aardkorst

29 Maart 2025

Huilbaby's met een vertraagd autoalarm

06 Maart 2025

Krokante wegen naar Europa’s bezongen steden
Richard

Actief sinds 16 Feb. 2013
Verslag gelezen: 486
Totaal aantal bezoekers 347693

Voorgaande reizen:

11 Februari 2025 - 31 December 9999

Een wereldfietser heeft negen levens (deel 2)

31 Oktober 2020 - 31 December 2024

Wederwaardigheden in een klein bestaan

03 April 2013 - 22 September 2020

Per fiets de wereld rond

Landen bezocht: