Van de zon in de drup
Door: Richard
Blijf op de hoogte en volg Richard
15 Maart 2026 | Nederland, Hellevoetsluis
In het Cambodjaanse Oudong zou ik in de ochtend mijn vorige blog plaatsen en snel weer op weg gaan. Ruim voor het licht was werd ik misselijk wakker en toen de wekker ging om kwart over zeven wist ik dat ik mijn plan moest bijstellen. Ik had geen energie, bleef liggen tot de middag en voelde me toen in staat mijn blog te plaatsen. Mijn terugkeer naar Nederland naderde en ik was volop in de weer geweest met vluchtprijzen en voorwaarden voor fietsvervoer. Ik had nu post van Thai Airways. Ik had gevraagd hoe groot en zwaar mijn fiets mocht zijn. Om de toegestane afmeting en gewicht van de fiets te bepalen moest ik nu een serie gegevens aanleveren, waaronder de werkelijke afmeting van de fiets. Was dat niet wonderlijk? De toegestane afmeting hing af van de werkelijke afmeting. Per ongeluk verklapte Thai Airways het toegestane gewicht: 32 kilogram. Dat was tenminste iets. Ik liet deze kwestie even liggen want de ticketprijzen waren ondertussen met 300 euro gestegen. Ik liet mezelf ook weer even liggen. Mijn interieur lag inmiddels overhoop. Wat was dit? Dit waren uitputtingsverschijnselen, maar waarvan was ik uitgeput? Van het bloggen? Dit was net zo'n vreemde plotse instorting als op mijn laatste ochtend in China, na een dag rust. Sinds toen reed ik met beduidend minder energie dan daarvoor. Het werd hoog tijd om goed aan te sterken in Nederland.
De dag erop zat een vervolg van mijn fietstocht er nog niet in, maar voor mijn gemoedsrust was het dan ook beter om definitief werk te gaan maken van mijn terugvlucht. Ik verruimde mijn mogelijkheden. Ik hoefde niet per se naar Nederland te vliegen; ik kon ook naar Brussel, Parijs of Frankfurt vliegen en van daar naar Nederland fietsen. Eigenlijk stond het idee me wel aan om op de fiets een overgang van tropische warmte naar winterse kou mee te maken en toch nog een keer in mijn tent te liggen, wat na China niet meer voorgekomen was. Geschikte maatschappijen waren - zo leek het - China Eastern, Thai Airways en Vietnam Airlines. Ik dook nog eens in de voorwaarden van China Eastern en zag dat ik een verkeerd tarievenoverzicht gehanteerd had. China Eastern viel af en daarmee ook Schiphol. Mijn afsluitende fietstocht in Europa was daarmee een feit. Ik koos uiteindelijk voor Thai Airways, nadat ik antwoorden op mijn vragen had ontvangen. Het zou een draak van een vlucht worden: een uurtje naar Bangkok in de vroege ochtend en pas in de volgende nacht een vlucht naar Brussel. Na die vlucht zou ik 150 kilometer naar huis fietsen.
Ik was van plan in Cambodja een laatste tour te maken van 240 kilometer. Het zou een ruime omweg zijn naar hoofdstad Phnom Penh en ik zou er drie dagen voor nodig hebben. Het paste nog net in mijn tijdschema. Ik moest dan de volgende dag wel fit genoeg zijn. Misschien moest ik pillen gaan slikken. Het enige zinnige alternatief was de directe route naar Phnom Penh, op 44 kilometer. Ik vond dat ik eens fatsoenlijk moest eten, na twee dagen noodles en kaakjes. Ik liep naar een degelijk restaurant dat ik eerder gezien had en kreeg een flink bord nasi goreng. De nacht die volgde was hopeloos. Ik was niet moe en kon niet slapen. Een overactief orgaan kreeg ik niet stil met mijn laatste Kazachse pillen. Er waren twee momenten waarop ik me droombeelden herinnerde, dus ik moest even geslapen hebben. Wat nu? Ik was behoorlijk moe. Moest ik aan mijn laatste tour beginnen? Het idee dat mijn reis erop zat en dat me niets anders resteerde dan het slotritje naar Phnom Penh beviel me niks. Ik ging het gewoon doen. Met een verse voorraad loperamide.
Ik reed naar de rivier Tonle Sap en stak 'm over. Nu was ik van de route naar Phmom Penh af en ik ging op weg naar Kampong Cham, op een dagafstand van 100 kilometer. Toen ik een vrouw bananen zag frituren greep ik mijn kans en met verse koolhydraten in de maag reed ik verder. Ik was wel genoodzaakt halt te houden bij een tankstation (dat in deze regio net als in Thailand geregeld een drieëenheid vormde met een restaurant en een 'convenience store' zoals 7 Eleven) voor een bezoek aan een (schoon en net) openbaar toilet. Nadien zag ik een fietser aankomen. Het was Steve uit Londen. Door de vertragingen die ik opgelopen had door de hitte in Kazachstan en Kirgizië kwam ik nu steeds vaker fietsers tegen die enkele maanden na mij vertrokken waren uit Europa, en zo ook Steve. Ik denk dat hij bijna van mijn leeftijd was. Zijn hittepiek was in de Balkan geweest. Hij was met gebruikmaking van enkele vluchten via India en Nepal gekomen, en was nu op weg naar Maleisië. Australië en Amerika zouden nog volgen. Steve was een vlotte prater die alles kort hield, ook je antwoorden op zijn vragen. Hij ging nergens op in en vloog van hak op tak. Hij ging nu pauzeren in het restaurant, en weg was hij. Ik reed verder en het viel me mee dat ik zo ver kwam na die waardeloze nacht, maar ik schrok toen ik bij 75 kilometer zag dat de voorlopig laatste accommodatie al 7 kilometer achter me lag en ik nu echt de geplande 100 kilometer moest voltooien naar Kampong Cham, terwijl ik voelde dat ik vermoeid raakte. Gelukkig was het te doen. Ik was van plan geweest een nacht in een bungalow te verblijven, maar zag er nu van af. Ik wilde feitelijk alleen maar slapen en die bungalow lag afgelegen en zou geheid tegenvallen na de perfecte ervaring eerder in Banlung. Het eerste guesthouse dat ik zag oogde luxe, maar ik waagde er een poging en kon er terecht voor tien dollar. Er was goed nieuws: het fietsvervoer was bevestigd door Thai Airways. Ik sliep anderhalf uur en at de laatste blikken uit mijn tas leeg. Daarna volgde een nieuwe rampzalige nacht. Mijn lijf was ernstig van slag en pillen hadden nauwelijks effect. Wat een drama werd dit. Waar was ik aan begonnen? Nu móest ik verder. Ik kon niets anders doen dan hopen dat ik leeggelopen was bij vertrek en vooral voorlopig niets meer naar binnen werken - op een noodzakelijke slok water na - en ook hopen dat ik de energie bleef houden om naar Phnom Penh te fietsen. Ging dit ooit eindigen? Moest ik hiermee vliegen? Ik kocht nieuwe, andere pillen, verliet Kampong Cham en kruiste de Mekong. Het ging goed en ik was blij dat ik de energie had die nodig was. Maar na enige tijd werd het zwaarder. Er was een lange, lichte klim en ik verheugde me op de veel langere lichte afdaling die ik tegoed had, maar... ik kreeg wind tegen. Wind bestond blijkbaar ook nog. Ik had tegen enen een pauze nodig, maar wat ging ik doen? Ik had geen honger en durfde sowieso niet te eten. Koude cola was wellicht onverstandig. Ik ging zitten aan een zeldzame stenen tafel en dronk een beker water. Nee, van deze lunch werd ik niet vrolijk of energiek. Verderop dronk ik alsnog twee koude cola's en gedurende een uur ging het wat beter. Daarna begon het toch een wat lastiger verhaal te worden. Ik kreeg ook pech. Mijn buitenbandplakker was doorgesleten en mijn voorband was lek. Na de Chinese pomp uit Tbilisi kwam nu ook de pomp uit Yerevan aan zijn einde. Gelukkig kreeg ik hulp van een man die toekeek. Daar waar hij kon assisteerde hij me. Hij haalde een voetpomp en daarmee ging pompen stukken eenvoudiger. Met harde banden reed ik door tot 60 kilometer en had het toen eigenlijk wel gehad. Er was een guesthouse dat er goed uitzag. Ging ik stoppen? Nee, ik ging proberen nog iets verder te komen want anders werd mijn slotafstand zo lang. Waarom zou ik de volgende dag de energie hebben om 80 kilometer te rijden? Maar het lot besliste anders. De voorband was weer lek. Ik had zelf alleen nog een zwak pompje in de achtertas. Ik besloot te stoppen. Ik kende een moeilijke ontvangst in het guesthouse. De aanwezige vrouw runde dit guesthouse niet, zo werd me gaandeweg duidelijk. Een tweede vrouw riep de hulp in van haar man, die nog sliep, en die eenmaal wakker geen ander repertoire leek te hebben dan zeuren om mijn paspoort. Uiteindelijk kreeg ik antwoord op mijn vragen. De prijs was hoger dan ik gewend was, maar de kamer leek in orde en ik had niet veel te kiezen. Later bleek de airco zwak te zijn en rook de matrashoes niet fris. Er waren veel hinderlijke muggen. Ik had zowaar nog de energie om een normaal avondprogramma uit te voeren en mijn lijf teisterde me niet meer. Na een koude douche, die met de zwakke airco best welkom was, ging ik op zoek naar water. Dat was nog knap lastig. Ik slaagde bij de 7 Eleven. Eten deed ik in een restaurant dat er iets beter dan gemiddeld uitzag en ik kreeg een fantastisch maal van rundvlees en groene groenten. Ik keek alvast vooruit. Over enkele dagen had ik een vlucht om 9.45 uur. Voor de gecompliceerde incheckprocedure (fiets inleveren) reserveerde ik graag wat extra tijd, en dus wilde ik om 6.45 uur inchecken. In het donker fietsen of nachtelijke taxi's regelen zinde me niet dus nam ik me voor om de dag ervoor al naar de luchthaven te gaan.
Na een zeer goede nacht richtte ik me op de banden. Ik plakte nu een binnenbandplakker in de buitenband en schoof daar ook een stukje van een oude sok tussen binnen- en buitenband. Ik bekeek het aanbod aan onderkomens in Phnom Penh. Er stak één guesthouse bovenuit. Ik kon het niet weerstaan en begon te boeken, maar ik moest vooraf betalen en bedacht dat ik geen garantie had dat ik Phnom Penh vandaag zou halen. Niet alleen mijn lijf kon het laten afweten maar ook mijn fiets. Osmand toonde veel hotels; ik zou echt wel iets vinden als het guesthouse vol was. Ik was een stuk positiever over mijn kamer nu ik zo goed geslapen had. Het was ook erg rustig geweest ondanks dat het parkeerterrein vol stond. Mijn inwendig ongerief leek helemaal verdwenen te zijn. Ik vertrok en keek om me heen. Ondanks het malheur had ik de afgelopen dagen genoten van de uitzichten, van de tempels, van het kijken naar mens en dier, wetend dat binnenkort alles voorbij was. Cambodja verdiende absoluut een hogere notering in mijn landenlijst na dit tweede bezoek. Inmiddels lagen de interessante trajecten wel achter me; dit waren nog slechts vrij drukke doorgaande wegen, al zag ik soms nog een tempel. Even was er de emotie. Dit was de laatste fietsdag van een lange reis die begon in het regenachtige Europa. Vandaag eindigde die grote onderneming, al was er misschien nog een fietsrit naar de luchthaven en ook nog de winterse eindetappe. Na enkele uren sloeg ik af; ik kon 13 kilometer van de route afsnijden door een veerpont te nemen. Ik reed door het binnenland, over stoffige wegen met wegwerkzaamheden. Ik was vermoeid maar er was meer en meer afleiding naarmate ik de stad naderde. Ik wist dat ik ging proberen alsnog in dat guesthouse, Comfort House, terecht te komen. Ik nam de veerpont naar een eiland in de Mekong en vandaar kon ik over de weg verder. Phnom Penh was een verademing vergeleken bij Saigon. Met plezier gooide ik me in de strijd op grote rotondes, de enige echte uitdaging. Comfort House was goed te vinden. Vanmorgen waren er nog zes kamers vrij, nu lag er nog één kamersleutel in het mandje. Ik had geluk. Die laatste kamer zag er prachtig uit, bijzonder ook, door het lage plafond: op het laagste punt paste ik er net onder. Het leek een luxe scheepskajuit. Er was een airco, ventilator, koelkast, bureau en zithoek, maar de lucht was niet fris. Ik dronk thee, vijf mokken bij mijn laatste aankomst, en ging de straat op. Het was al vrij laat. Ik had water nodig maar in de supermarkt die ik eerder al gezien had vond ik ook salami's, mayonaise en komkommer, en ik was weerloos. Na een maaltijd op de kamer bekeek ik de laatste van de drie korte broeken die ik meenam van huis, in 2020 aangeschaft bij een Decathlon-vestiging in Portugal. Ik zag drie beginnende scheurtjes, scheurtjes die na het wassen en opnieuw gebruiken snel grote scheuren zouden zijn. Meenemen op een nieuwe reis had geen zin meer. Deze laatste broek was op de valreep versleten. En zo bekeek ik meer uitrusting. Wat ging mee, wat bleef achter?
Ik moest een fietsdoos zien te bemachtigen. Ik zocht naar fietswinkels, eerst online, daarna in de buitenlucht. Ik mocht niet klagen; er waren zeer degelijke fietswinkels in deze stad. In de vestiging van Giant was er een vrij kleine fietsdoos beschikbaar, van 150x86x23. Ik keek liever even verder. De volgende zaak waren er meteen twee op mijn lijst: Scott en Shimano waren één, maar Google Maps had er gescheiden zaken van gemaakt. Ook hier was een doos, maar die was nog kleiner. Verder was er nog een straat met meerdere fietszaken, maar deze waren erg eenvoudig en geen van deze zaken had een doos. Van twee afgelegen zaken had de eerste zaak kleine, beschadigde dozen en het laatste adres op mijn lijst kon ik niet vinden, maar die winkel bleek ook dicht te zijn op zondag, zo zag ik later. Wat nu? Alsnog de eerste doos nemen, die uiteindelijk de grootste was? Of een nieuwe lijst adressen maken met nog verder gelegen zaken? Had ik daar de tijd nog voor? Ik besloot de eerste doos mee te nemen. Dan moest de fiets wel flink gedemonteerd worden. Zou het überhaupt lukken? Ja, in Japan maakte ik van mijn fiets ooit een schoudertas; nu moest ik 'm ook klein kunnen krijgen. Zoiets deed ik alleen liever niet op de luchthaven. Ik zou dat in het guesthouse moeten doen en dan een taxi moeten nemen naar de luchthaven. Ik haalde de doos op en liep ermee naar mijn guesthouse. Dit was in één moeite door mijn sightseeing van Phnom Penh geweest. Het was zo totaal anders dan bij mijn vorige bezoek in 2013, iets dat me ook overkwam in Tbilisi. Ik had nu welgeteld één keer 'Tuktuk?' gehoord terwijl ik destijds knettergek werd van het gezeur aan mijn kop. Nu zag ik feitelijk veel minder fraais dan toen - geen tempel, geen plein - maar ik was milder. Dit was een bedrijvige stad zonder franje, een soort Rotterdam. Het scheelt ook in welke wijk je zit. In de kamer dronk ik koffie. Drie uur was ik zoet geweest met zoeken naar een doos en ik moest ook nog folie en tape vinden. Met wat moeite vond ik dat in twee afzonderlijke zaken. Veel bagage had ik al uitgespreid en verdeeld, en ik maakte in de lobby een begin met het afbreken van de fiets. Wat zou het geweldig zijn als dat in mijn (bad)kamer kon, in de koelte. Ik vroeg het, en het was in orde. Wow! Ik ontdekte dat het achterwiel op zijn plek kon blijven. Als ik het voorwiel eruit nam en aan die kant ook de bagagedrager en het spatbord demonteerde, en bovendien het stuur aan de bovenbuis bevestigde, dan paste de fiets in de doos. Dat was een meevaller. Ik zou de fiets zonder al te veel problemen weer op moeten kunnen bouwen in Brussel. Ik werkte verder die avond en het was al vlot laat.
Ik sliep maar drieënhalf uur en wist dat er nog twee zware nachten gingen volgen. Bij het ontbijt keek ik naar foto's, van mijn start tot aan Turkije. Geweldig, -9,7°C op de fietscomputer. Bevroren cola. Iets later vroeg ik bij de receptie of ik tot 18.00 uur kon blijven, en dat bleek te kunnen tegen een redelijke vergoeding. Ik vroeg ook of het mogelijk was een taxi te regelen. Het werd nagevraagd en er kon een grote taxi geregeld worden voor $28. Ik ging akkoord. Ik woog mijn bagage: ruim 7 kilogram handbagage, 19 kilogram ruimbagage. Op mijn eerste vlucht, naar Atyrau, vloog ik met 31,25 kg. Mijn bagage was dus 5,25 kg afgevallen, meer dan ik. Op de kamer poogde ik wat slaap in te halen. Ik lag uitstekend in deze fantastische kamer maar sliep niet, en ik stond een kleine twee uur later als een zombie op. Waar zou dit toe leiden? Tegen zessen werd er van beneden geroepen. De taxi was er. De chauffeur was een aardige man en reed zeer beheerst. Het verkeer was druk maar dat maakte mij niet uit. Al kregen we twaalf uur vertraging, ik kon het me veroorloven, maar na een rit van 19 kilometer werd ik een uur later gedropt op het splinternieuwe Techo International Airport, dat enkele maanden geleden in gebruik genomen was. Er haperde wel iets aan. Een echte maaltijd leek er niet in te zitten vóór het inchecken. Ik ging zitten en luisterde tot tegen twaalven muziek. Ik bereidde me langzaam voor op enige nachtrust, maar tot mijn afgrijzen sloot de hal om één uur en zou om vier uur weer toegankelijk zijn. Iedere aanwezige werd gesommeerd naar buiten te gaan. Buiten was er een terras bij een gesloten eetcorner. Er zaten al vele reizigers en toen ik een vrije tafel zag nam ik er ook plaats. Het was warm en het stierf van de muggen. Niemand had muggenspray, want dat is verboden om mee te nemen in de handbagage sinds de Mossad in de Verenigde Staten in samenwerking met de CIA drie WTC-gebouwen opblies, als 'false flag', om aanvallen op bepaalde islamitische staten en individuen én inperking van individuele vrijheden te kunnen rechtvaardigen. Maar goed, daarmee vertel ik natuurlijk niets nieuws. Gelukkig bleek er toch een uitzondering te zijn: een vrouw die in mijn buurt zat bespoot haar armen en de meeste muggen vluchtten. Er werd een hoogwerker de vertrekhal in gereden voor een reparatie. Om vier uur zocht ik in de hal een plek op om te liggen. Veel keus was er niet en mijn keus was ongelukkig. Er vormde zich een lange rij naast me, helemaal tot aan de incheckbalie. Na een uur verhuisde ik naar een betere plek en sliep kort.
Om zeven uur checkte ik in. Ik kreeg te maken met lange rijen. Ik betaalde $150 voor het fietsvervoer, een prijs die een minimum lijkt heden ten dage, leverde de fiets in bij 'odd-size baggage' en wachtte ruim een half uur. Er volgde een korte vlucht boven vlak land naar Bangkok. Het tijdens de vlucht ontvangen flesje water werd niet veel later weer geconfisqueerd. Ik had een stoel bij het raam gehad, maar op de lange vlucht van Bangkok naar Brussel in de komende nacht zou ik stoelnummer 33E hebben, precies in het midden van de rij, en dat was geen gunstig vooruitzicht (bij mijn poging om een stoel te reserveren was de deadline van 48 uur al verstreken). Maar eerst mocht ik me een halve dag gaan vermaken op deze luchthaven. Ik zocht een mooi bankje uit voor mezelf en ging liggen, en lezen, en muziek luisteren. Ik laadde mijn telefoon op met mijn powerbank en daarvan brandde na enige tijd nog maar één lichtje: ik had weinig stroom over. Ik had de powerbank de laatste tijd niet meer opgeladen, en had geen rekening gehouden met de laatste fietsrit door België en Nederland. Ik moest natuurlijk nog wel naar huis kunnen navigeren. Ik ging alsnog naar een laadpaal. Ik laadde een uurtje stroom te midden van een groep Indiërs en zocht daarna de gate op. Het was een verre gate en ik moest er met een metro naartoe. Ik voelde me al met al nog redelijk, omdat ik steeds hier en daar een kwartier slaap had gepakt. Wie weet viel er de volgende dag nog goed te fietsen. Ik had er best tegenop gezien om na een slechte nacht, een nacht op een luchthaven en een nacht in een vliegtuig de fiets in elkaar te zetten en 150 kilometer te gaan fietsen, zij het met een nacht kamperen halverwege de rit. Naar een vlucht van 12,5 uur keek ik ook niet uit, maar de uren vlogen voorbij. Na iedere film die ik keek was er weer een kleine twee uur van het totaal af. Het grote voordeel was dat de gehele vlucht in de nacht paste. Als het nacht is slapen mensen en is het donker en rustig. Andere mensen kunnen gerust tien uur slapen, ook al moeten ze op hun kop staan. Ik moest het wederom hebben van hooguit twee maal een kwartier. Om 5.30 uur plaatselijke tijd (11.30 uur in Bangkok en Phnom Penh) ging het licht aan en anderhalf uur later werd de landing ingezet. Het was lang wachten op de bagage want er was ergens een stuk bagage klem komen te zitten en er moest een monteur komen. Het was gelukkig niet mijn bagage die klem zat, en toen ik alles verzameld had zocht ik een hoek op en ging sleutelen en bagage herverdelen. Dat alles ging verrassend voorspoedig. Om tien uur kon ik vertrekken. De luchthaven was eenvoudig per fiets te verlaten. Ik had eerder al een sweater aangetrokken en deed er nog één bij. Elf graden, dat was andere koek. Ik trok ook mijn regenkleding aan, en niet alleen om me warm te houden: het regende wel degelijk. Ik had er rekening mee gehouden dat het zou regenen, maar daarom hoefde het toch niet daadwérkelijk te regenen? Ik vond een Lidl op een paar kilometer fietsen en liep er naar binnen. Wat een weelde! Al dat verse brood, al die salades, kazen, soorten yoghurt, noten. Toch vond ik niet datgene dat ik het meest begeerde: een aardappel- of huzarensalade. Vreemd. Waren die niet geliefd in België? Ik kocht een groot rond brood, vleessalade en bockworsten. En 2 liter Freeway cola voor ongeveer dezelfde prijs als een blikje cola van 0,33 l in Cambodja. Ik lunchte in een bushokje en fietste daarna in de regen verder. De Lidl van zojuist was Nederlandstalig; ik zat direct in mijn eigen taalgebied. Gaandeweg nam de regen af. Ik had energie zoals ik in Cambodja gewend was geweest: genoeg voor ruim een halve dag maar nauwelijks meer. Van extra vermoeidheid door slaapgebrek of een jetlag merkte ik niets. Ik pauzeerde na twee uur. Ik at twee wafels met slagroom en dronk cola. Er was geen overdreven drukte meer in de steden, geen getoeter, en ik zag en hoorde nauwelijks honden. Ik fietste een mooi stuk over een zogeheten fietssnelweg naar Mechelen en wilde hetzelfde doen naar Antwerpen, maar er miste een bord en de verdere route was onvindbaar. Na Antwerpen kwam Nederland in zicht. Toch ging ik de grens niet meer halen en dat kwam me goed uit, want hier in België zag ik geen verbodsborden en die zouden er in Nederland ongetwijfeld zijn. Ik ging het Mastenbos in, twee kilometer voor de grens. De grond was hobbelig, maar ergens nabij struiken vond ik een stukje effen grond voor mijn laatste wildkampeernacht op deze reis. Mijn tent die zo prachtig kurkdroog was werd nu weer drijfnat. Het was behelpen want ik had mijn slaapmat achtergelaten in Phnom Penh. Het ding was poreus geworden en vatbaar geworden voor mufheid en mogelijk schimmel aan de binnenkant. Voor deze nacht legde ik de flightbag op de natte tentbodem. Dat ding was beduidend korter dan mijn slaapmat, waardoor de slaapzak meer water zou gaan absorberen. Ik at cassoulet uit blik en ging daarna meteen slapen. Mijn lijf mocht beslissen hoeveel slaap er nodig was. Ik sliep van half acht tot drie uur, daarna werkte ik alsnog mijn administratie bij. Ik deed er een ontbijt achteraan en had toen nog anderhalf uur te overbruggen. Ik ben maar weer gaan slapen. Na een tweede ontbijt van wafels met slagroom was het al ruimschoots licht. Afval deed ik in mijn Laatste Europese Plastic Zak. Ooit, in een ver verleden, bedacht ik dat ik een rol met plastic zakken moest kopen om mijn afval in te doen. Toen Europa achter me lag had ik die zakken niet meer nodig, want overal kreeg ik plastic tasjes bij mijn aankoop. Ik had überhaupt nog maar één plastic zak over van mijn aangekochte rol. Gaandeweg moest ik plastic tasjes gaan weigeren, omdat ik ze altijd hergebruik en de collectie simpelweg te groot werd. Dat ging goed tot ik in Vietnam aankwam. In Vietnam, en ook Cambodja, is niet met goed fatsoen te ontkomen aan plastic tasjes. Boodschappen verdwijnen na het scannen direct in een plastic zak. Een tasje weigeren is voor het kassapersoneel een lastige en waarschijnlijk onbegrijpelijke onderbreking van de afrekenroutine. Ik gaf het op, accepteerde de verspilling, bewaarde lang niet iedere zak meer en liet uiteindelijk een collectie van pakweg veertig plastic tasjes achter in Phnom Penh. Toch bewaarde ik die ene plastic zak uit Europa, voor deze laatste rit. Om half negen vertrok ik in de regen en passeerde de grens. Ik reed tot ik Brabant uit was en op Tholen was beland. Ik lunchte aan een tafel, met mijn rug naar de wind. Vanwege lichte regen liet ik het brood voor wat het was; ik hield het simpel en at uit blik. Langs de zuidkant van Goeree-Overflakkee reed ik verder. Mijn voortgang viel me tegen en ik vreesde de volledige dag te moeten fietsen, maar toen ik nabij Stellendam eenmaal noordwaarts ging had ik niet veel meer te duchten van de zuidwestenwind, integendeel. Gaandeweg was de regen minder serieus geworden en inmiddels waren er droge periodes. Tegen kwart voor vijf belde ik naar huis en werd iets later opgewacht door twee ouders die mijn aankomst vastlegden. Later zat ik achter een bord aardappels, spinazie en een hamburger. Nog later was er appeltaart met slagroom. Het grote herstel was begonnen.
Ik had veel en vaak willen eten, maar moest geduld hebben. Vanwege het eenzijdige voedselaanbod in de afgelopen maanden was mijn eetlust afgenomen en mijn maaginhoud gekrompen. Naast eten was er veel te doen, maar de energie ontbrak me. Ik kon ook niet goed genieten van mijn terugkeer, ook daarvoor was energie nodig. Maar het kwam allemaal goed. Na een dag of vier was ik voldoende aangesterkt om met plezier aan de dag te beginnen. Bij mijn aankomst in België was ik ter plekke snotverkouden geworden, maar ook daarvan herstelde ik snel.
Al maandenlang was me duidelijk wat mijn volgende bestemming zou worden. In 2019 was ik naar Dakhla gefietst in de Westelijke Sahara en ooit wilde ik die lijn nog doortrekken naar L'Agulhas, de zuidelijkste punt van Afrika. Dat was praktisch onmogelijk omdat Nigeria en Congo (DRC) de grote dwarsliggers zijn: in het reisadvies van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken krijgen beide landen steevast een combinatie van de kleuren oranje en rood toebedeeld. Het Britse reisadvies laat echter een heel ander beeld zien: daar zijn grote lappen van deze landen groen (al gebruikt men daar de kleur geel niet). Toen ik dat zag werd ik enthousiast en begon ik te plannen. Kon ik niet aansluitend vanuit Zuid-Afrika pogen om weer zo ver mogelijk noordwaarts te geraken, nu aan de oostzijde van Afrika? In principe moest ik tot in Djibouti kunnen komen. In mijn vorige blog maakte ik, na maanden mijn mond gehouden te hebben, alsnog kenbaar dat ik op mijn volgende reis weer naar Afrika zou gaan. Ik had er één blog langer over moeten zwijgen. Want toen ik thuis de details ging invullen veranderde het beeld. Kameroen is nabij de grens met Nigeria onveilig. Daar komt een onderbreking in de lijn. Nigeria en Congo vragen bovendien krankzinnig hoge bedragen voor een visum en allerlei verplichte documenten en diensten. Er is nauwelijks een hindernis te bedenken die ze niet opgeworpen hebben. Ik meen dat je bij de grens zelfs een boom moet omzagen met een haring (https://www.youtube.com/watch?v=TQQ32lEqCS0). Voor de totale Afrika-reis die ik uitgestippeld had zou ik op zijn minst 1800 euro aan visums kwijt zijn. En dat zijn dan alleen nog de kosten. Met geld neerleggen ben je er niet. Wat te denken van al die moeite en al die tijd die nodig is om aan al die eisen te voldoen, en al die willekeur waarop je zou stuiten bij mensen met een autoriteitsuitdaging. Ik had maandenlang gereisd door landen die gekenmerkt werden door hoffelijkheid, vriendelijkheid, menselijkheid. Het lukte me niet om dit onfatsoen van, en deze uitbuiting door, Afrikaanse overheden te accepteren.
Nee, dan Zuid-Amerika. In de meeste landen kun je er maandenlang verblijven zonder visum. Alleen Venezuela heeft een ongezonde kleur in de reisadviezen en Colombia is nog steeds de lapjeskat van weleer, maar de rest van het continent is over het algemeen veilig en de mensen zijn er vriendelijk. Moest ik daar niet eens terugkeren? Ik was nog nooit in Uruguay en Paraguay, daar kon ik eens gaan kijken. Van Bolivia had ik ook maar een klein deel gezien, en zoutvlakte Salar de Uyuni had ik eenmaal laten liggen vanwege vermeende logistieke moeilijkheden (2015) en eenmaal vanwege overvloedige regenval (2018). Ik kon het nu alsnog op het programma zetten. Ook van Brazilië had ik grote delen nog niet gezien, en het land was de vorige keer onverwacht aangenaam gebleken. En in die fantastisch mooie Atacama-woestijn waren routes die ik nog niet gereden had. Al vlot was ik enthousiaster over dit continent dan over Afrika.
Inmiddels rijd ik weer moeiteloos grote afstanden. De fiets is er bijna klaar voor, de uitrusting haast compleet. Komende week zou mijn nieuwe paspoort klaar moeten zijn. Ik hou de vluchtprijzen naar Buenos Aires en Montevideo in de gaten. De Spaanse taal is toegevoegd aan Google Translate. Nog even. Sudamérica, allá voy.
-----------------------------------------------
Bij de weg: mijn dicteezin met Gewenste Woorden in mijn vorige blog had geen effect op de lezersaantallen, net als mijn dicteezin met Ongewenste Woorden in mijn blog daarvóór. Sterker nog, de aantallen waren verdacht gemiddeld. Je zou er bijna iets achter zoeken, zo schreef hij met een nauwelijks verholen knipoog.
-----------------------------------------------
Mijn boek ‘Vinnig meppen met een bos tulpen’, over de eerste twee jaar van mijn fietsleven, is bij de boekhandels verkrijgbaar, of tegen gereduceerd tarief bij:
-
15 Maart 2026 - 09:48
Corrie Beute:
Genoten van al je blogs fijn je weer even gezien te hebben en succes met de nieuwe tocht
-
15 Maart 2026 - 20:57
Jan:
Mooie verhalen weer.
Reageer op dit reisverslag
Je kunt nu ook Smileys gebruiken. Via de toolbar, toetsenbord of door eerst : te typen en dan een woord bijvoorbeeld :smiley