Politie te slipper - Reisverslag uit Kâmpóng Trâlach, Cambodja van Richard Dijke - WaarBenJij.nu Politie te slipper - Reisverslag uit Kâmpóng Trâlach, Cambodja van Richard Dijke - WaarBenJij.nu

Politie te slipper

Door: Richard

Blijf op de hoogte en volg Richard

03 Februari 2026 | Cambodja, Kâmpóng Trâlach

Daar zat ik, in mijn hotel in Saigon. Ik had mezelf klemgereden: voor een Cambodjaans 'visa on arrival' had ik dollars nodig en die kon ik in Vietnam nergens krijgen. En in Vietnam raakte mijn tijd op. Ik ging nu bij zonsondergang naar Bangkok vliegen en bij zonsopgang zou ik weer terug zijn, met 45 verse dagen aan reistijd in Vietnam en misschien met dollars, zodat ik alsnog naar Cambodja kon.

Natuurlijk werden er door het lot wat spannende elementen toegevoegd aan mijn situatie. De man van het hotel stond plots aan mijn deur en wilde geld zien, terwijl ik in de ochtend reeds voor deze dag had betaald bij de jongen van de receptie, die speciaal daarvoor een fractie van zijn aandacht verplaatst had van zijn telefoon naar de buitenwereld en inmiddels niet meer op zijn plek zat. Ik ging er toch niet uitgezet worden nu ik vanavond moest vliegen? Ik beschreef de betaling in detail en de man controleerde telefonisch mijn woorden bij een getuige van de betaling. Ze klopten, maar nu zei hij dat het weekendtarief hoger was, en het was nu zaterdag. Ik betaalde bij, dat was stukken praktischer dan enig ander scenario. Daarna wilde ik voor de zekerheid een tijdelijk vliegticket kopen naar Nederland, voor het geval daarom gevraagd werd als ik morgen terugkeerde in Vietnam. Het was goed dat ik tijdig ontdekte dat ik niet meer kon inloggen op mijn e-mailaccount. Ik was genoodzaakt het ticket te laten verzenden naar mijn alternatieve e-mailadres, en het was even spitten in het geheugen om dat adres en het wachtwoord te achterhalen. Daarna kostte het de grootste moeite om het pdf-bestand met het ticket te downloaden omdat de downloadknop onder een schermbutton verstopt zat. Daarna was het over met de stress. Ik kon gaan vliegen.

Om zes uur liep ik naar de luchthaven, die op een kleine drie kilometer afstand lag. Het vliegtuig was een toestel zonder beeldschermen en met stewardessen die nog ouderwets veiligheidsinstructies gaven (opvallend was de instructie voor Vietnamezen om vóór het aanbrengen van een zuurstofmasker het gezichtsmasker af te doen). Het was een vluchtje van niks: in anderhalf uur was ik in Bangkok. Ik kon onmiddellijk euro's wisselen voor dollars. Just like that. Ik kon nu naar Cambodja. Ik ging zitten in de wachtruimte, en een paar uur later liggen. Ik had nooit gedacht te kunnen slapen op de harde banken en moest me haasten voor mijn terugvlucht. Slordig. In een mum van tijd in was ik terug in Vietnam. Naar een 'onward ticket' werd niet gevraagd. Ik kreeg weer 45 dagen maar had daar nu maar een klein deel van nodig nu ik op weg kon naar Cambodja. Ik liep terug naar mijn hotelkamer en vond de discipline om direct het een en ander in gang te zetten. Ik verzamelde vuile was en bracht die weg. Ik deed aansluitend een deel van de bevoorrading en tegen twaalven was ik terug voor de betaling van een laatste dag in dit hotel. Pas nu was er tijd voor koffie en noodles en tijd om bij te slapen. Later hervatte ik de werkzaamheden. Ik werkte een nieuw reisplan uit. Eerder was ik met fiets en al per bus van Pleiku naar Saigon gereisd om te vliegen. Nu zou ik per fiets terugkeren naar Pleiku om alsnog bij de Cambodjaanse grensovergang terecht te komen die ik eerder wilde nemen om in het noordoosten van Cambodja te fietsen. Waarschijnlijk zou ik daarna niet meer terugkeren naar Vietnam, en vanuit de Cambodjaanse hoofdstad Phnom Penh naar huis vliegen na een jaar reizen.

Mijn fietsleven kon hervat worden na zes vrijwel fietsloze dagen. De verkeerschaos van Saigon was draaglijker dan die van Bangkok negen jaar geleden. Van het een op het andere moment was ik op een weg waar het rustiger was. Ik moest er weer in komen, ik zat niet vol energie. Het was warm, dorstig weer. Ik vond dat ik op dit vlakke terrein een degelijke afstand moest neerzetten en ging lang door. Tegen vijven werd ik gepasseerd door een man. Hij vroeg waar ik vandaan kwam en reed na het antwoord weer verder. Even later reed hij opnieuw naast me, nu met een pakweg veertienjarig meisje achterop. Ze sprak zeer goed Engels en bood een slaapplaats aan bij haar en haar familie. Ik zei dat ik de voorkeur gaf aan een motel. Ze bleef proberen: 'Wij zijn vriendelijke mensen en nodigen wel vaker reizigers uit.' Ik bedankte. Nadat ze vertrokken waren zag ik ze later toch weer terug, en ze waagden een nieuwe poging. Een motel was nog ver weg, zo hoorde ik. 'En als je meegaat kun je ons Engels leren', zei ze in perfect Engels. Ik vertrouwde dit duo al lang niet meer. Ik reed nog liever uren in het donker dan mee te gaan. Ik schudde ze opnieuw af, nu voorgoed. Zes kilometer verderop was er een verlossend bord met daarop 'nha nghi' (‘motel’). Een vrolijk vrouwtje toonde me de soberste accommodatie in bijna acht weken Vietnam. Een verhoging met matras en toebehoren. Geen tafel of stoel, en in de badkamer geen wasbak, wc-bril of de gebruikelijke hygiënische douche voor na de toiletgang, noch wc-papier. Wel veel muggen, maar hun aantal nam af in de avond. Ik kon mijn draai niet vinden en begon meteen met het avondprogramma. Ik nam een koude douche, noodgedwongen maar ook met genoegen op deze plakdag. Buiten at ik een 'bun bo', noodlesoep met rundvlees. Ik begon de degelijkheid van een maaltijd als deze te waarderen, vooral de selectie groenvoer die erbij geserveerd werd. Eigenlijk zou ik net als thuis zoveel mogelijk van bewerkt voedsel moeten afblijven; ik had de vorige dag eens de ingrediënten van blikvoer bekeken en echt overal zat mononatriumglutamaat in, een hoogst ongezonde smaakversterker. (Toch ligt het in kilozakken in menige winkel; wie weet wordt het in restaurants gretig gebruikt.)

Om negen uur ging ik weer op pad. Er zouden motels zijn op circa 50, 75, 100 en 150 kilometer. De laatste 50 kilometers zouden zwaar zijn, te zwaar om de afstand in twee delen van 75 kilometer te splitsen. Ik moest de afstand in driëen hakken óf proberen deze dag 100 kilometer te rijden. De omgeving was nog niet inspirerend; ik reed niet veel door natuur. Het was een stuk warmer dan in de regio Pleiku, maar met 34°C nog niet heet. De vaart zat er goed in en ik ging de 100 kilometer netjes halen binnen de tijd, zelfs nadat de rit onderbroken was door de politie voor een paspoortcontrole. Dat was me nog niet eerder overkomen in dit land. Tien kilometer verderop was het weer raak. Nu werd ik gestopt door een jongeman in militaire kledij op een scooter. Hij droeg slippers en een helm met loshangend bandje. Hij deed wazig en deed ook geen moeite zich verstaanbaar te maken. Hij sprak vooral met anderen, over de telefoon. Ik vroeg hem zich te identificeren maar hij volstond met het wijzen op een embleem op zijn schouder. Ik vertrok, maar hij hield me vast. Nu begon hij teksten in te voeren op zijn telefoon. Ik was in een grensgebied en de politie zou mijn documenten moeten controleren. Ik typte dat ik tien kilometer eerder al was gecontroleerd, maar hij antwoordde dat dit een andere gemeente of provincie was. De 'politie' stond plots aan de overkant; ik had de agent in kwestie niet zien aankomen. Hij was in burger en droeg eveneens slippers. Ik was geneigd om ook hem om identificatie te vragen, maar liet dat achterwege omdat deze man slechts informatie gaf en verder nergens belang bij had. Via zijn telefoon liet hij weten: 'Ik ben van de grenspolitie. Je mag hier niet zonder vergunning rijden. Motels mogen geen buitenlanders toelaten. Het ligt gecompliceerd in deze regio. Je zult moeten terugkeren naar het vorige dorp en een andere route moeten nemen.' Het was kwart over vijf en ik had nog een half uur licht. Ik zat op 94 kilometer en had er nog maar 6 hoeven rijden, maar nu moest ik 19 kilometer terug, gelukkig wel meer bergafwaarts dan bergopwaarts. Ik reed snel terug. Bij de invallende duisternis deed ik mijn regenkleding aan tegen eventuele muggen, wat in deze warmte niet aangenaam was. Ik reed ook nog te ver door en moest een kilometer terug. Het eerste motel op de kaart was onherkenbaar. Ik vroeg ernaar aan een jongeman die buiten aan een tafel zat. Onmiddellijk schonk hij een glas thee voor me in en daarna verwees hij me naar de buren. Daar werd ik echter verder verwezen, naar een ander motel. Gelukkig werd me aldaar wel een kamer getoond. Ik nam er mijn intrek, dronk koffie en puzzelde op de route. Als ik nu in hetzelfde aantal dagen naar de grens wilde rijden moest ik over een alternatieve route meer kilometers gaan maken dan voorheen. Maar omdat dit geen uitgestorven bergroute was waren er overal motels en kon ik in principe dagelijks tot de avond doorfietsen. Na een douche was het al laat en ik at uit eigen voorraad. Na 115 kilometer en 1128 hoogtemeters had ik weinig energie meer en mijn avond werd niet veel langer.

Observatie: op mijn eerste reis in Vietnam, in 2013, trof ik geregeld verzuurde vrouwen aan van boven de veertig. Ik kreeg het idee dat bijna alle Vietnamese vrouwen van die leeftijd zo waren. Anno 2026 deugt er weinig van een dergelijke generalisatie. Ik zie veel vrolijke en vriendelijke vrouwen van 40-plus. Ook de merkwaardige wijze van reageren destijds van mannen kwam ik nu niet meer tegen, al was er wel een scooterende jongeman geweest die krachtig zijn middelvinger naar me opstak. Het overkomt me vaker dat mijn ervaring anders is als ik een land opnieuw bezoek. Zo zag ik in Georgië helemaal niets meer terug van de drankzucht van weleer; overal zag ik brave, nuchtere burgers.

Na een beduidend minder energieke fietsdag ging ik eens na hoe ver ik was gevorderd in twee dagen, nu ik mijn route had moeten herzien na mijn ontmoeting met de politie te slipper. Ik had 115 62 = 177 kilometer gefietst maar was nu slechts 73 kilometer dichter bij de Cambodjaanse grens gekomen. Au! Op het aantal dagen dat ik nodig zou hebben om Cambodja te bereiken was ook mijn geld afgestemd. Er kwam nu redelijkerwijs een dag bij. Meer tijd verliezen betekende dat ik in een stad weer geld moest pinnen. Ik ging liever voortaan een wekker zetten om te zorgen dat ik op tijd vertrok.

In mijn oude aantekeningen uit Afrika die ik las nu ik mijn boeken uitgelezen had, las ik meermaals dat ik patat at. Wat had ik graag even geruild. Groot was mijn blijdschap toen ik een klein restaurant zag met patat in de vitrine. Iets later had ik een stevig bord patat voor me, of eigenlijk patat in een krokant beslag. Deze patat was beter dan ik in jaren had gegeten. Op het menu stond een afbeelding van een bord kroketten. Eén kroket was doormidden gebroken en er leek kaas uit te vloeien. Dat zag er goed uit, al leek het gerecht 'hotdog' te heten. Ik bestelde twee exemplaren, en het waren inderdaad gepaneerde worstjes - evengoed prima te doen. Het was niet de vitaminerijke lunch die ik gepland had, maar dat was niet belangrijk; ik had patat op! Ik vervolgde mijn weg naar Gia Nghia en verliet na die stad de hoofdroute en nam de verbindingsweg naar een andere route. De hoofdroute ging namelijk langs de Cambodjaanse grens en op dat vlak nam ik geen risico's meer. De route was taai deze dag: ik bleef maar klimmen en had uiteindelijk dik 1300 hoogtemeters op de teller staan. Ik nam net voor het donker zou worden in Dak Ha het eerste motel dat ik zag. Het was een flinke stap terug nadat ik de vorige nacht weer een prima kamer had gehad. Ik had nu wel veel ruimte en stoelen en een tafel, maar verder was de kamer basic. Er was geen wasbak maar wel een halfvolle vuilnisbak, koud water, verschimmelde kussens en ik moest om een ventilator vragen. Vanwege het koude water moest ik direct douchen, want zodra ik afgekoeld was zou een koude douche onaangenaam zijn. Later ging ik het dorp in. Ik moest toch eens de 'com phan' proberen, wat volgens Google Translate rijst met mest was. Ik kreeg rijst en mocht er vlees bij kiezen. Ik kreeg er een kledder groene groente bij en twee kommetjes, één metbouillon en één met een vloeibare specerij. De rijst en bouillon waren lauw, het overige koud.

Ik verwisselde mijn fietsketting en dat zou me heugen. Al vlot viel de ketting van het kleinste kettingblad. Achter vielen de stelboutjes goed aan te draaien, maar bij de voorderailleur was dat net even lastiger: minder zicht, minder bewegingsruimte. Onderweg wilden twee jongens met me op de foto. Twee anderen maakten van de gelegenheid gebruik en wilden ook, op het moment dat het eerste duo vertrok. Dit tweede duo zag er armoedig uit en een van hen beeldde 'drinken' uit en wees naar een kleine winkel. Ik wees naar hun telefoon: konden we de foto nemen en het bedelen achterwege laten? De foto kwam niet, en ik reed verder. Vijf minuten later werd ik ingehaald door dezelfde jongens. Ze gaven me een blik limonade. Oeps, daar had ik een verkeerde inschatting gemaakt. De jongen had zojuist niet gebedeld, maar me iets aangeboden. De fotosessie vond alsnog plaats. Verderop was er een dorp met eetzaakjes. Eén serveerde 'com trua'. Google Translate was weer nuttig: 'rijst laat'. Ik bestelde gewoon 'com' en zou wel zien wat ik kreeg; de ene keer was ik in een avontuurlijkere bui dan de andere keer. Het werd rijst met groente en een roerei, en een heet aarden pannetje met wat vlees en kleine eitjes in gepeperd vocht. De middag die volgde was warm. Mijn humeur had te lijden onder de ketting die op iedere klim van het blad viel, maar ook was er een scooterende jongen die meerdere kilometers voor, achter en naast me reed en zelfs na een kilometer of twintig plots weer opdook en mijn achter op de fiets gebonden restant heet water wilde hebben, al kan ik dat verkeerd geïnterpreteerd hebben. Ik was langzaamaan wel aan iets nieuws toe; het was goed dat Cambodja op vier dagen fietsen lag. Ik poogde nu terug te keren op de hoofdweg, die op een dagafstand van 92 kilometer lag, maar ging niet verder komen dan Dak Mam op 75 kilometer. Het eerste motel wilde me niet en het tweede ook niet. Bij dat laatste motel was een Vietnamese gast die Engels sprak. Hij kon me vertellen dat buitenlanders niet in dit motel mochten verblijven van de politie; zij moesten naar een hotel in de hoofdstraat. Aldaar trof ik een bazige dame op leeftijd die communicatie tot iets heel lastigs maakte, met stemverheffingen en leesproblemen. Maar ik had een charmante manier ontwikkeld om met narrige vrouwen om te gaan ('Nou nou, mevrouwtje toch! Vanwaar dat boze bolletje?') en alles kwam goed. Via een dochter vernam ik dat zij met mijn paspoort langs de politie zou gaan, waarschijnlijk voor een registratie. Ik zat hier aan het uiteinde van Dak Mam maar het was er levendig genoeg voor een boodschap, een maaltijd (bun bo) en een blik op een klein dorpsmeer vanaf de boulevard. In mijn mooie kamer met moderne douche (stralen uit een plaat) nam ik plaats in de gerieflijke stoel en werkte mijn aantekeningen bij. Later deed ik het sfeerlicht aan en bekeek video’s met politieke commentaren.

Op de hoofdroute kwam ik aan in de stad Buon Ma Thuot. Ik lunchte in een klein restaurant. Ik was nu helemaal los: na de 'com phan' en de 'com trua' wilde ik nu de 'com binh' uitproberen. Twee tafelende mannen wenkten me en nodigden me bij hen uit aan tafel, maar ik bedankte. Ze betaalden evengoed mijn eten. Dat eten was overigens rijst met groene groenten en meerdere soorten vlees, waaronder ook enkele plakken boterhamworst. Omdat ik een extra portie rijst en saus had gekregen wilde ik alsnog wat geld geven, maar de vrouw wilde er niets van weten; alles was betaald. In de middag nam ik de zogeheten 'bypass': een weg die om bewoond gebied heen lag en geflankeerd werd door plantages. Deze weg was een heuse achtbaan. Ik had me 's morgens gerealiseerd dat ik al lang geen lekke band meer had gehad, misschien wel een maand. En dus had ik nu een lekke band. Met moeite vond ik wat ruimte want lange tijd reed ik stijf langs een kanaaltje. Ik moest mijn regenpak aantrekken want in deze regio zat weer onzichtbaar stekend ongedierte. Ik gebruikte inmiddels de laagste voorversnelling niet meer en dat maakte fietsen lastiger. Moest ik er nog iets aan doen of was Cambodja vlak en kon ik het uitzingen in de drie resterende dagen in Vietnam? Het was laat toen ik Pong Drang bereikte. Ik deed eerst boodschappen en zag bij de kassa een groep vrouwen met verdacht mannelijke stemmen. Thailand stond erom bekend maar hier in Vietnam zag je ze soms ook. Ik vond een goede kamer, al was het jammer dat de handdoeken en het beddengoed bepaald niet fris waren.

Vietnamezen houden over het algemeen niet van lange woorden; dat ondervond ik onder andere toen ik dollars nodig had. 'Dollar' is al te lang, dat wordt 'do la', en 'Amerikaanse dollars' wordt 'do la My'. De namen van hun eigen land en de grootste steden zijn ook te lang om in één woord te vatten: Viet Nam, Sai Gon en Ha Noi. Maar soms zijn Vietnamezen in een dolle bui en plakken ze alles toch gewoon aan elkaar, wat bekbrekers en curieuze namen oplevert als Thegioididong (winkelketen voor mobiele elektronica) en Giaohangtietkiem (logistiek bedrijf/pakketdienst).

Er was direct een klim van zo'n honderd meter maar later zou ik veel dalen en er stond dan ook al vlot een kilometer of veertig op de teller. Ik was onderweg wel aangehouden door politie. De agent wees op mijn sinaasappelsap. 'Sinaasappelsap', zei ik, 'para beber'. Hij wees op mijn broek. 'Broek', zei ik, 'tegen naaktheid'. Hij poogde vergeefs mijn stuurtas te openen en gaf mij daar uiteindelijk opdracht toe. Hij pakte mijn brillenkoker eruit en bekeek hem. Ik pakte de goudkleurige fluit die om zijn nek hing en bekeek hem. Die bewondering beviel hem wel. Hij floot ermee naar een passerende vrachtwagen. 'Prachtig', zei ik. 'Travel safely', liet hij via zijn telefoon weten en 'Is there anything to remember?' 'Ja, eh, vast wel', zei ik, 'u verrast mij met deze merkwaardige vraag'. 'You can go ahead', las ik daarna. Ik sloeg de lunch over want ik had meer zin in een paar gomblokken. Dat mocht ik combineren met een reparatie, want er was iets mis. Eerst leek het slechts om een lekke achterband te gaan en ik probeerde allereerst bij te pompen, maar ik zag dat de lucht eenvoudigweg weer uit de buitenband kwam. Er zat een gaatje in de buitenband - dat had ik gisteren al gezien - en blijkbaar was het groot genoeg om gaten in de binnenband mogelijk te maken. Ik bracht een buitenbandplakker aan en plaatste de band om de voorvelg. Ik had mijn laatste versleten Schwalbe lang aangehouden als reserveband maar 'm uiteindelijk ergens achtergelaten. Ik had erop gehoopt dat ik het de laatste weken wel kon uitzingen met deze twee Kenda's, maar ik was er niet meer zo zeker van. Er was inmiddels enige variatie in de omgeving: die was gedurende enige tijd droger en minder bevolkt dan ik gewend was. Rond drieën was wildkamperen zeker mogelijk geweest. Tegen vijven was ik het fietsen zat en kon ik ook eenvoudig stoppen; ik had nog zo'n 140 kilometer te gaan naar de grens en dat kon met gemak in twee dagen. Er was een motel en die had een prima kamer. Na koffie en een douche ging ik naar buiten, maar ik zat te ver van het dorp. Langs de provinciale weg liep ik een paar honderd meter maar dat was niet prettig met die verkeersdrukte in het donker. Ik keerde om en at op de kamer, uit eigen voorraad.

Het was een lange klim, op weg naar Pleiku. Strikt genomen hoefde ik er niet heen - ik moest linksaf naar Cambodja - maar ik wilde de lijn Da Nang - Saigon voltooien en fietste enkele tientallen kilometers extra. Het was leuk om weer op bekend terrein te zijn. Ik maakte een draai op een knooppunt in Pleiku en reed langs mijn oude motel en favoriete broodjeskraam, daarna terug naar de kruising en toen westwaarts, naar de grens. Ik stopte in Plei La Puch. In het eerste motel was geen plek voor mij, het tweede was onbemand en toen bleef alleen het basic ogende derde motel over. Ik kreeg een alleszins acceptabele kamer, met redelijk schoon beddengoed en een tafel en stoeltje. Wel trof ik het eerste hurktoilet in Vietnam. Was er deze reis al één op mijn pad gekomen? Ik wist het niet meer.

Tegen enen was er een enorme herrie. Na enige tijd kwam ik mijn bed uit, want het was onmogelijk om te slapen bij dit absurde lawaai. Ik realiseerde me toen dat het mijn deur was waartegen geklopt, nee geramd werd. 'Go away', zei ik. Iemand zei: 'Police'. Ik zei: 'Come back tomorrow' en deed het licht weer uit. Maar daar kwam ik niet mee weg. Ik hoorde iets als 'This is the police, please cooperate' vanaf een telefoon. Ik hoorde ook vrouwenstemmen; dat maakte het minder bedreigend. Ik deed open, gekleed in een lange broek. Er stonden zes agenten, waaronder twee vrouwen. Het meisje van het hostel stond er ook bij. De politie wilde mijn paspoort zien. De agenten hadden de grootste moeite om wijs te worden uit pagina's vol stempels. Ik kreeg rare vragen en verzoeken: 'Waar heb je Vietnam verlaten?' en 'Zou je je volledig aan willen kleden?' Het meisje textte 'Kun je een shirt aandoen?' Ik deed er niets mee. Als ze opschoten hoefden ze niet meer naar me te kijken. Ze vonden de recente Thaise stempels. En op de volgende pagina stonden Vietnamese stempels. Ik kreeg mijn paspoort terug. Eén agent gaf een hand. Het meisje textte 'Sorry voor het ongemak'. Daarna kon ik niet meer slapen. Ik vervolgde het kijken naar een lang interview op Youtube en deed om half vijf weer een poging tot slapen. Met wat moeite lukte het.

Half acht wakker. Ik had vooraf het plan om wat later te vertrekken want de rit naar Le Thanh zou kort zijn, maar dit was er bij nader inzien de kamer niet naar om voor de lol in te verblijven. Ik vertrok, grotendeels dalend waardoor ik bijna vloog. Mijn laatste dag in Vietnam. Voor het laatst langs de rode vlaggen; heel het land hing vol met rode vlaggen, meestal de nationale vlag - met gele ster - soms ook met hamer en sikkel. Ik hoopte ook dat ik na China en Vietnam verlost werd van de toetergekte, iets dat grotendeels het geval zou blijken te zijn. Het was een mooie dag, net als de vorige dagen. Al heel lang had ik geen regen of zware bewolking meer gezien. Ik zag opnieuw datgene wat ik vrijwel dagelijks gezien had in Vietnam: een bruiloftsfeest in een tent langs de weg. Deze dag zag ik er zeker drie, en er werden ook nog een paar tenten leeg- en opgeruimd. Ik was nog van plan geweest onderweg te eten, maar ik had nog geen honger en reed de afstand van 57 kilometer naar grensplaats Le Thanh in één keer. Le Thanh was zoals ik verwachtte een plaats van niets. Ik koos direct voor het grote guesthouse dat leek op een hotel. Als ik daar geen kamer kon betalen met wat ik nog had kon ik altijd nog een motel proberen. Maar de prijs was oké en ik kreeg een mooie ruime kamer. Ik downloadde een kaart van Cambodja en voegde Khmer toe aan mijn toetsenbord en Google Translate. Ik nam een douche en schoor mijn baard eraf maar behield de snor om op mijn verouderde pasfoto te lijken die ik morgen moest verstrekken voor een Cambodjaans visum. Ik vond het geen gezicht maar het moest maar even. Ik bereidde me voor op Banlung, op een kilometer of zeventig rijden. Ik zag interessante onderkomens: bungalows met badkamer en wifi voor geen geld (vanaf €3). Ging ik dan meteen een dag extra blijven? De leukste verblijfplaats kon immers heel goed direct aan het begin liggen van mijn tocht door Cambodja. Ik ging naar buiten, at nog eenmaal een Vietnamees rijstmaal en maakte mijn laatste dongs op. Ik had het precies gered met wat ik in Saigon gepind had. Op de kamer oriënteerde ik me nog iets meer op mijn aanstaande verblijfplaats, keek een half uur video en daarna werd wakker blijven een gevecht dat ik niet aanging.

Half zeven. Met een grensovergang en zeventig te fietsen kilometers voor de boeg at ik direct en pakte in. De zee van tijd die ik hier bij mijn vroege aankomst had gehad was weer vlot verdampt. Ik pompte mijn achterband harder op en toen begaf mijn Chinese pomp het, al kon hij mogelijk nog gelijmd worden. Van een man in het hotel kreeg ik een tros bananen mee, waarvan twee derde nog groen was. Ik reed de korte afstand naar de grens. De Vietnamezen vonden dat alle bagage door de scanner moest, maar de Cambodjanen waren relaxter. Het was een sobere grensovergang. Er was een bordje met 'Visa on arrival', wijzend naar een loket. Ik kreeg er een kaartje met een paar vragen. Ik beantwoordde ze met de datum van mijn laatste onward ticket in gedachten - die zou ik indien nodig tonen, ook al was deze niet meer geldig. Ik kreeg een mooie sticker in het paspoort en een volle maand reistijd. Op de dertig dollar na en een (ongecontroleerd) verblijfadres werd er nergens om gevraagd: niet om een bewijs dat ik het land verliet en voldoende geld had, niet om een kopie van mijn paspoort, niet om pasfoto's. Soms ben je te goed voorbereid en heb je te veel informatie ingewonnen, ook onjuiste. Ik reed Cambodja in - naar alle waarschijnlijkheid het laatste land op deze reis en tevens het eerste waarvoor ik een visum nodig had. Er was geen dorp, alleen rust om me heen. Er leefde bij mij een misverstand dat Cambodja vlak was, en de hellingen vielen me zwaar. Verderop kwamen de dorpen alsnog op mijn pad. Er waren andere huizen nu, van planken en golfplaat, vaak op palen. Opnieuw vriendelijkheid om me heen. Na ruim twintig kilometer at ik mijn gele bananen op, op een stenen trap in de schaduw. Het was warmer dan ik gewend was, 37°C in de zon, en het fietsen viel me zwaar, mede omdat de fiets niet lekker trapte. Ik miste de koude cola bij de lunch, al heel lang, maar ik vond nog steeds dat ik zonder die rotzooi moest kunnen op deze verkorte fietsdagen. Na de 'lunch' was mijn voorband lek en ik pakte een andere binnenband. Ging mijn buitenband het nog drie weken redden? Ik realiseerde me nu dat ik nog steeds op de twee Kenda's reed die ik in augustus in Semey kocht, in Kazachstan, al waren het tot Ulaanbaatar reservebanden, en hadden ze bijna uitsluitend op asfalt gereden. Maar toch, Ulaanbaatar lag inmiddels ruim 7300 kilometer achter me en de voorband met het gat heb ik maar liefst 6000 kilometer als achterband gebruikt, de band die het zwaarst belast wordt. Een vol jaar rijden met drie Schwalbes en drie (Chinese!) Kenda's is niet slecht. Ik golfde verder door het landschap. Soms waren er dorpen, soms was er alleen natuur, eenmaal zelfs een heus bos, waar ik even de koelte opzocht. Er waren scooters, toch ook weer toeters, maar Cambodja was merkbaar dunner bevolkt. Ik kwam ruim op tijd aan in Banlung. Het farmhouse met bungalows dat ik op het oog had lag afgelegen, net als mijn alternatieve keuzes. In Banlung zelf probeerde ik eenmaal te pinnen en zag dat er alleen biljetten van $100 en voor het overige Cambodjaanse riel-biljetten waren; dat er lokaal geld te pinnen viel was nieuw voor me. In Cambodja worden dollars en riels naast elkaar gebruikt, met een vaste wisselkoers (1:4000). Ik wilde dollars, die kon ik ook buiten Cambodja gebruiken, maar ik wilde geen biljetten van $100. Wie accepteert die? Ik had nog wat dollars over dus kon ik even vooruit. Ik reed naar de Ratanakiri Farmhouse and Trekking. Van buiten leken de bungalows een stuk soberder dan op de foto’s die ik gezien had en het was rokerig op het (vrij kleine) terrein. Ik begon te twijfelen maar die twijfel werd weggevaagd door de vriendelijke ontvangst. Binnen zag de getoonde bungalow er toch wel aantrekkelijk uit, zeker omdat er zo knap een echte badkamer aangebouwd was. Omdat er ook wifi was, was deze bungalow aantrekkelijker dan de bungalows die ik eerder had gehad in Cherating (Maleisië) en Nkhata Bay (Malawi). Eigenaar Sart toonde me zijn paddenstoelenkwekerij. Ik zag rekken waarin honderden cilindervormige pakketten lagen, geplastificeerde voedingsbodems. Uit een aantal groeiden paddenstoelen. Verderop was een ketel waarin de voedingsbodems gesteriliseerd werden, 8 uur lang bij 100°C. De paddenstoelen werden verkocht op de markt, zo zei Sart. Later dronk ik koffie op mijn veranda en nam een douche. Sart gaf dagelijks een uur Engelse les aan lokale kinderen omdat daar bij de gemeente geen geld voor was, en ik pikte de slotminuten mee. Sarts Engels schoot eigenlijk tekort, iets wat hij zich realiseerde, maar de kinderen kregen allicht wat basiskennis. Op de eerste verdieping van de woning van Sart en zijn vrouw Tiemhong werden maaltijden geserveerd, aan lange tafels omgeven door ornamenten (een pijlenkoker, instrumenten) en ik at er noodles met ei en groenten. In mijn bungalow maakte ik een nieuwe planning en keek video's, eerst bij een blazende ventilator, daarna onder een neergelaten muskietennet.

Ik sliep uit, al zat er geen record in omdat er een Canadees gezin naast me woonde met luidruchtige kinderen. Na een ontbijt van broodjes en een omelet ontdekte ik dat er behalve de reeds gespotte hangmat ook licht en een plafondventilator op mijn veranda was. Deze plek werd steeds fantastischer. Ik bekeek mijn lekke band. Deze binnenband kon afgeschreven worden. Ik had veel plakleed ondervonden deze reis, maar dat was grotendeels geschiedenis. Ik had nu nog vier banden in gebruik zonder rare toestanden zoals scheuren en overlappende plakkers. Ik ging een poging wagen om mijn voorderailleur goed af te stellen want fietsen was hopeloos op deze manier. Ik bleek toch beweging te kriijgen in de stelbouten. Aanvankelijk ging er een hoop mis, maar uiteindelijk kreeg ik 'm helemaal goed afgesteld. In de middag ging ik Banlung in, te voet. Het was een fikse wandeling. Ik wilde alsnog dollars pinnen, maar wilde geen biljetten van $100. Een bankmedewerkster die nabij een automaat stond vertelde me echter - nadat ze me verzocht mijn hoed af te nemen - dat ik grote biljetten aan de balie kon wisselen voor kleine biljetten. Zo had ik uiteindelijk toch een portemonnee gevuld met biljetten van $20. Ik bezocht kort een overdekte markt en realiseerde me dat dit een rode draad was op mijn reis; ik dacht terug aan de markten van Edirne en Osh. Ik vond ook een supermarkt. Het was een soort supermarkt-voor-expats, zo'n supermarkt waar je weinig producten vindt voor minder dan twee dollar. Ik werd getergd door autotune en was mijn oordoppen vergeten. Dan maar winkelen met vingers in de oren, mijn winkelwagen manoeuvrerend met de heupen. Dat zal er vast raar uit hebben gezien, maar ik verdraag die klanken simpelweg niet. Het is een marteling. Ik pakte acht pakken Indomie-noodles en hield mijn bezoek kort. De rest zou ik onderweg naar mijn bungalow wel vinden. Maar dat viel tegen. Hier waren vreemde winkels: een soort kleine, open pakhuizen. Er stonden stapels dozen en andere grote verpakkingen: pakken plastic met pakjes folie erin, en daarin dan weer dingetjes die kraken en wellicht smaken - waarschijnlijk chipjes en koekjes. Ik liet ze voor wat ze waren. Ik liep terug en dronk koffie op de veranda, met de gedisciplineerde opdreun-geluiden uit de kinderklas op de achtergrond. Ik kwam weer tot rust; in mijn kamp was het leven na het gedoe met geld, geluidsoverlast en vreemde winkels weer perfect. Ik kon in de avond vis krijgen. Of liever gezegd: ik kon niets anders dan vis krijgen, maar ik was in een avontuurlijke bui (verse vis eten is avontuurlijk voor mij) en ik kreeg een flinke maaltijd: een forse portie rijst en een kom hete 'soep' met moten gekookte vis en tomaat. Ik trof veel graten aan en de maaltijd was eerder voedzaam dan smakelijk, maar dat kwam me goed uit in een stad met pakjes en zakjes meel met suiker, conserveringsmiddelen en mononatriumglutamaat. 's Avonds zat ik op de veranda, onder de ventilator, en schreef. Morgen weg? Nee, ik zag mezelf nog niet vertrekken. Het was veel te heerlijk hier. Of mijn bungalow moest verhuurd zijn op Booking.com, dan moest ik wel. Er was wat speling: twee van de vijf bungalows waren momenteel nog leeg.

Een nieuwe dag in het paradijs, maar ik keek wel vast vooruit. De volgende dag zou ik op weg gaan naar Stung Treng, maar dat was te ver. Op 93 kilometer moest een hotel zijn; die kon ik gebruiken ter overbrugging van de afstand. In Stung Treng zou opnieuw een alleraardigst onderkomen moeten zitten, maar ik was me er wel van bewust dat mijn huidige stek weleens het accommodatie-hoogtepunt kon zijn van deze reis. Ik zou na Stung Treng naar Sambor fietsen en dan langs de Mekong naar Kratié. De middag bracht ik grotendeels door op de veranda en ik zocht naar interessante muzikale albums. Om half vijf ging ik een klein uur liggen en toen ik de oordoppen weer uitdeed hoorde ik de kinderstemmen weer die in koor Engelse woorden opdreunden. Sart plaatste (kunst)fakkels om het terrein te voorzien van sfeervol flikkerend licht en dat betekende dat hij geen les gaf. Ik ging naar voren en zag nu een mij onbekende westerling lesgeven, een kerel van een jaar of zestig, met een accent dat mogelijk Frans was. Hij verbleef niet hier. Ik nam plaats op de bovenverdieping en kreeg een verrukkelijk maal voorgeschoteld: rijst en een schaal groente met varkensvlees. In de avond hield ik me op de veranda weer bezig met muzikale video's en schakelde later over op interviews en gesproken columns. Eenmaal binnen ontdekte ik schuifdeurtjes in een van de muren. Het bleef me verbazen hoeveel vindingrijkheid er in deze bungalows was gestopt.

Met pijn in mijn hart verliet ik mijn bungalow, maar ik voelde dat ik verder moest. Ik was ook door mijn bezigheden heen. Ik reed een paar uur langs een decor dat al snel vertrouwd aanvoelde: de houten huizen op palen met groetende kinderen en de winkels zonder pui die leken op pakhuizen. Bromfietsen trokken aanhangwagens zo groot als praalwagens voort, met metershoog opgestapelde lege tonnen en jerrycans. Na veertig kilometer deed ik iets dat ik lang niet gedaan had: ik ging op zoek naar koude cola. Hier was geen sinaasappelsap verkrijgbaar, dus kon ik dat niet langer aanlengen met water. Ik voelde er niets voor om deze dag 93 kilometer - zes uur lang - te fietsen met water als brandstof. Ik miste het vleugje geestelijke stimulering. Ik vond mijn cola en eenmaal gezeten at ik de bananen die ik eerder als tros kreeg. De groene exemplaren waren nu mooi geel geworden. In de middag werd ik verrast. Het reliëf verdween en ik kwam in een savanne terecht. Ik zag al vlot verbrande delen langs de kant van de weg en reed later langs stukken die nog brandden. De branden stoorden me minder dan voorheen in Suriname, Mozambique en vrij recent nog in voormalig Joegoslavië. Ik verwonderde me nu vooral. Niet lang geleden reed ik in dichtbewoond Vietnamees groen en nu door een soort Australische outback. De cola hield zoals gehoopt de geest bezig en probleemloos reed ik de dag vol. Het enige hotel op de route naar Stung Treng was eenvoudig en goedkoop. Een meisje van elf sprak Engels en moest de communicatie doen. Er was een drukke binnenplaats met aan twee zijden kamers. Ik nam een vlotte koude douche en bleef deze avond binnen want hier was geen dorp.

De savanne leek alweer achter me te liggen; ik zag weer palmen, bananenbomen en mooie houten huizen. Cambodja staat laag in mijn landenlijst en dat kon wel eens volkomen onterecht zijn. Het is een aangenaam land met opnieuw volop vriendelijkheid. Het viel me wel zwaar om meteen meer dan honderd meter omhoog te moeten. Het totale aantal hoogtemeters op een dag stelde weinig meer voor tegenwoordig, maar ik verwachtte ten onrechte dat ze verspreid over het traject lagen. Stung Treng was niet zozeer een stad, eerder een uitgerekt dorp. Ik liet mijn beoogde verblijfplaats even liggen om in het centrum inkopen te doen. Dat laatste viel niet mee, want ik vond er geen supermarkt of convenience store. Ook de overdekte markt stelde teleur omdat het aanbod weinig gevarieerd was: kleding, sieraden, vlees en fruit. Ik kon er de aardigheid wel van inzien. Ik werd weer eens getest. Kon ik me nog handhaven in den vreemde? Ik mocht gaan scharrelen. Ik vond spekjes en noodles. Het was een begin. Ik keerde terug naar het alom bewierookte onderkomen. Niemand gaf in beoordelingen ooit minder dan de maximale waardering. Maar ik trof een vergrendeld hek aan. Door dit memorabele verblijf kon een streep. Ik reed weer terug naar het centrum en nam een kamer in een net guesthouse. Na drie onderkomens vielen me enkele dingen op: ik had nog geen airco's gezien, maar het beddengoed was schoon. Prijzen in het goedkoopste segment waren nog weer iets lager dan in Vietnam, waar ik per dag vijftien euro uitgaf waarvan de helft voor onderdak. Ik ging de straat op. Ik liep langs het water, de grote Tonle Sekong-rivier die een paar kilometer westwaarts uitmondde in de Mekong. In het centrum at ik rijst met groente en vlees. Mensen spraken hier een beetje Engels en restaurants toonden vaak afbeeldingen; dat maakte uit eten gaan iets eenvoudiger dan in Vietnam.

Ik verliet het guesthouse met de zeer nette kamer en ging op pad. Ik was me bewust van mijn opdracht: ik had van tien tot zes de tijd om 116 kilometer te fietsen naar Sambor. Als ik in die acht uur aan één stuk door 15 km/u reed haalde ik het maar net, maar ik had ook mijn pauzes nodig. Eigenlijk was het gekkenwerk. Als ik onderweg een guesthouse vond dan moest ik daar maar overnachten. Ik had een liter water bij me en er waren onderweg veel koelkasten langs de weg te vinden. Ik reed in hoog tempo en bij vijftig kilometer stopte ik voor een lunch. Ik vond een koelkast met cola en bij de buren gebakken banaan. Ik had bij de winkel met koelkast gezelschap van twee Nederlandse fietsers. De vrouwelijke helft was doof en de mannelijke slechthorend. Ze waren in totaal vier weken aan het fietsen, door Thailand en Laos en nu twee weken in Cambodja, eindigend in Siem Reap. Ze zouden vijftien kilometer verderop verblijven in een guesthouse en ik keek nog even aan of ik hetzelfde ging doen, want ik zat eigenlijk best goed op schema om de hele afstand naar Sambor te rijden. Ik heb het guesthouse uiteindelijk niet zien liggen, maar deed ook niet mijn best om het te vinden. Ik had een degelijke lunch op en ik ging verder met mijn poging. Bij 74 kilometer nam ik een laatste ijskoude cola, zo koud dat je het in je hersenen voelt, en bij 89 kilometer een bevroren fles water. En toen nam ik de afslag naar Sambor, aan de Mekong. Het betrof hier een gravelweg. Aanvankelijk was er veel bewoning langs de weg, maar later volop natuur. Na enige kilometers was mijn voorband lek, met als oorzaak een doorgesleten buitenbandplakker. Ik kon me dit oponthoud eigenlijk niet veroorloven. Na 10 kilometer gravel was ik even versleten als mijn buitenbandplakker, maar ik moest nog 17 kilometer. Het deed me denken aan mijn tijd in Kazachstan, toen ik in de hitte afgepeigerd de kilometers aftelde naar een volgend restaurant. Op een zeker moment was er asfalt, en later zag ik degelijke woningen langs de weg. Rond zessen werd het donker. Mijn beoogde guesthouse lag niet in het centrum maar een paar kilometer verder, op de weg naar Kratié. Half zeven kwam ik aan. De kamer was oké. Aan de muur hing een notitie in het Khmer en in het Engels: 'WARNING Do not use weapon and heroin in guest house. Thanks!' Ik dronk van mijn ontdooide water, net zoals ik dat onderweg had gedaan, en dronk daarna thee. Ik had bananen gekregen en dat kon samen met een blikje vis mooi doorgaan voor een diner, want er waren hier geen restaurants, zo ver van het centrum. Ik sliep een uur en oriënteerde me op Kratié. Ook daar zou ik een guesthouse nemen; de homestays boden geen bungalows aan.

Ik reed een stukje terug en bekeek het centrum van Sambor. Op een plein had ik een goed uitzicht over de Mekong. Aan de andere kant van de weg was een tempel. Ik had er al meerdere gezien, met van die fascinerende hoekpunten, wat ze een sprookjesachtig aanzien gaf. Ik reed vervolgens zuidwaarts, voor een korte rit naar het toeristenoord Kratié. Veel bewoning langs de weg, veel 'Hello' roepende kinderen, veel kleine winkels. Geregeld had ik zicht op de Mekong en ik zag veel groene eilandjes in de enorme stroom. Ik probeerde te lunchen vóór mijn aankomst in Kratié maar in het enige restaurant dat ik vond kreeg ik een 'no' te horen; het was nog niet open. In Kratié reed ik langs de waterkant en zag menig guesthouse. Ik zag zowaar ook een 7 Eleven en bleef staan bij een guesthouse dat er vlakbij lag. Ik werd aangesproken door een Nederlandse jongen, een ware reisfanaat. Zijn naam was Elang ("een Indonesische naam") en hij bezocht alle landen in de regio; zo had hij ook Taiwan en de Filipijnen bezocht. Zijn volgende land lag echter in Afrika: Ethiopië. Eerder had hij een fietstocht gemaakt, via Georgië en Armenië naar Marokko. Hij was zojuist aangekomen in Kratié en zat in een nabijgelegen guesthouse. Ik ging eens kijken in het guesthouse waar ik voor stond. Voor $7,50 kon ik er een kamer met fan krijgen. Dat vond ik een goede deal. Ik liet de lunch schieten en dronk thee. Ik sliep een uur, nam een douche en bracht de was weg. Daarna bezocht ik de 7 Eleven. Het was de treurigste 7 Eleven die ik ooit zag. Hoe kon het ook anders in het praktisch supermarktloze Cambodja? De schappen en koelingen waren voor een groot deel leeg. Ik vond er niet eens een fles water. Ik zou er nog een paar keer langs lopen maar zag er nooit klanten. Ik kocht ergens een sixpack water, trok mijn avondtenue aan en ging op weg om te eten. Het restaurant in mijn guesthouse bleek relatief duur te zijn en ik meed alle restaurants die er net zo uitzagen. Er bleef weinig over, maar ik vond toch een eenvoudig maar sfeervol restaurant: een tuin met gekleurde lampjes, rieten ornamenten en een omheining van bamboe. Ik koos een maaltijd uit de plaatjes - het leek op een maal met aardappels, groente en vlees - en het jonge meisje ging koken. Een kwartier later was mijn maaltijd daar. Het bestond bijna geheel uit het bewerkte vlees dat ik bij kraampjes weleens zag (categorie frikandel, smac etc.), nu in chilisaus en met wat komkommer. Het was niet geheel de voedzame maaltijd die ik op het oog had, maar er zaten allicht wat eiwitten in. Ik snuffelde daarna rond in enkele tankshops, maar vond er niets van mijn gading. Op de terugweg was er een winkel met wat lokale snacks - rijstcrackers en gegrilde mais - en ik nam beide mee. Op de kamer voelde ik me moe. Ik at crackers; ze waren ten prooi gevallen aan piepkleine mieren, maar er waren er niet veel die zich door de minimale ingang hadden weten te wurmen. Ik spoelde de mieren van de verpakking, maar het kraanwater trok enigszins in de snack en maakte deze hier en daar wat papperig. Dat was geen handige zet. Ik probeerde de avond nog wat te rekken, maar ik vermoedde dat ik te maken had met de gevolgen van de zware inspanningen van de vorige dag. Ik gaf het op. De deken rook onfris en ik pakte mijn slaapzak, voor later, als deze warme kamer (ca. 28°C) afgekoeld zou zijn.

Ik bleef een dag in Kratié en deed kalm aan. Ik maakte een wandeling maar was ook zo weer terug, want feitelijk had ik het meeste van Kratié al gezien. Ik haalde de was op en belandde opnieuw in het sfeervolle restaurant, waar ik nu een uitstekende maaltijd kreeg, met echt vlees en een gebakken ei. Ik liep nog eens langs het water, en over een met gekleurde lampen verlichte straat. Over twee weken was dit alles afgelopen. Dan ging ik naar Nederland. Dat voelde vreemd. Ik hoor op reis te zijn, dat is mijn natuurlijke leven. Maar het moet even, voor een nieuw paspoort en om wat zaken goed te regelen. Ik keek video's op mijn kamer maar was vlot moe. Ik had het idee dat ik dagelijks koffie moest drinken in de namiddag om niet halverwege de avond al in te storten. Ik sliep voor het nacht was.

Het kostte geen moeite Kratié te verlaten; het was een aardig plaatsje maar ik moest het delen met te veel anderen. Ik vond na enige tijd een zaakje waar secondenlijm verkocht werd; zo kon ik mijn Chinese pomp wellicht redden. Niet veel verder werd mijn achterband te zacht. Ik pompte 'm op. Ik was net klaar toen twee fietsers me tegemoet kwamen. Het waren Bart en Inge uit België. Ze zagen er doorgewinterd uit. Ze waren nu negen maanden onderweg, op dezelfde route als ik, en gingen hierna in Afrika verder, in Zimbabwe, en dan op weg naar Congo. Misschien vond u al dat het woord 'Afrika' de laatste tijd verdacht veel voorkomt in mijn blog. Waar het hart vol van is, loopt de mond van over: het was ook mijn plan om weer naar Afrika te gaan.

De route was mooi. Ik zag niet veel van de Mekong - er lagen huizen tussen mij en het water - maar mijn omgeving fascineerde me, met zijn tempels, beelden en overige bouwsels, en met zijn palmen. Ik meende meer en meer moslima's te zien. Er waren tot op heden geen moskeeën op mijn pad gekomen, niet meer sinds Kazachstan, maar enkele dagen later zou ik ze toch zien. In een winkel met vrieskist vond ik een bevroren fles water en een ijskoude Ize-cola. Ik kreeg een stoel aangeboden en iets later ook een soort grote, warme witlof. Ik pelde de stugge bladeren af en vroeg me af hoe ver ik moest pellen voordat ik mijn tanden erin kon zetten, totdat ik witte mais tevoorschijn zag komen en me realiseerde dat ik een maiskolf had gekregen. Verderop verslechterde de weg maar die hield me niet zo bezig. Ik keek om me heen en groette kinderen. Dit was een drukke wereld maar het voelde niet beklemmend om hier te rijden; hier was het aangenaam touren. Rond vijven zag ik een guesthouse. Er was niemand om me te ontvangen, maar een vriendelijke jongen die wat Engels sprak ging iemand halen. Even later verscheen er een vriendelijke oudere dame. Ze toonde de kamer. Die was erg basic maar volstond. Ik had net thee gezet toen er geklopt werd. Het was een onvriendelijke jongedame die om geld vroeg. Ik probeerde haar duidelijk te maken dat ik al betaald had, maar iets later kwam ze terug, weer met een verzoek om geld, en nu met twee personen van wie één zei van de politie te zijn. Er stond ook 'police' op zijn trui. Hij wilde mijn paspoort. Ik vroeg om een politiebadge. 'Die heb ik niet bij me, maar hier is een dienstfoto', maakte hij duidelijk. Ik was niet onder de indruk. Hij ging met zijn telefoon in de weer en vertrok op een scooter. De tweede persoon was gaan zitten, de jongedame was weg. Hier ging ik niet op wachten. Ik nam een douche en hoorde later weer geklop, maar nu mochten ze even op mij wachten. Toen ik buiten kwam was er niemand meer. Ik ging op zoek naar eten. Ik trof de jongen weer die me had geholpen. Hij toonde me waar ik eten kon en ik at er een eenvoudig bord rijst met groente en wat vlees. Eenmaal terug dronk ik thee en er werd opnieuw geklopt. Nu stond mijn helper aan de deur met een vriendelijk, gespierd mannetje die, zo zei mijn helper, bij de politie werkte. Omdat ik mijn helper vertrouwde en er bovendien ook een geüniformeerde man arriveerde mochten ze nu een fotosessie houden met mijn paspoort. Daarna kon ik aan mijn avond beginnen, maar ik had geen energie meer. Met het oog op de wedstrijd Betis Sevilla - Feyenoord om drie uur 's nachts besloot ik alvast te gaan slapen. Dat viel niet mee. De plafondventilator was niet krachtig en de luchtstroom bereikte mijn voeten niet; daar werd ik gestoken door muggen. Een verbrandingsgeur van buiten bereikte mijn neus. Het was nog steeds ruim 30°C in dit hok. Na anderhalf uur begon ik alsnog aan mijn avondroutine. Ik had een gladde vloer en zo kon ik een plots opdoemende kakkerlak met de slipper eenvoudig door de openstaande deur naar buiten sjoelen. Op een zeker moment werd ik te moe en ging opnieuw slapen. Dat lukte - voor mijn gevoel - pas vlak voor de wekker om 2.45 uur ging. Ik volgde de wedstrijd en sliep daarna nog een kleine drie uur.

Ik reed tien kilometer en stak de enorme Mekong over. Ik reed nu over een grotere weg, niet meer tussen de kinderen door. Na twee uur reed er een jongedame naast me op de scooter. 'Are you hungry?, vroeg ze. 'Do you want a sandwich? I want to give this to you.' Ze gaf me twee broodjes. Omdat ik niet veel honger had was dit een geschikte lunch. Ik vond ergens koude cola, kon er op een stoel zitten en at de broodjes op. In de middag reed ik kortstondig over een weg door een aangelegd bos en pauzeerde er even. Aan enkele bomen waren een soort kapstokken bevestigd waaraan identiteitskaarten aan koorden hingen. Een man op een scooter reed het bospad op en hing ook zijn kaart aan de boom. Was het een systeem om weer te geven welke bosarbeiders aanwezig waren? Ik reed verder. Menigmaal zag ik weer bijzondere religieuze bouwwerken. Verder was deze dag niets meer dan een zalige fietsdag. Ik kocht een fles bevroren water en bereikte een uur later Kampong Thmar. Ik waagde een poging bij het chic ogende Darasei Guesthouse en was verbaasd te horen dat een kamer hier zes dollar zou kosten. De kamer was luxe. En dan te bedenken dat ik gisteren meer betaalde voor een hok dat slechts geschikt was voor locals en avonturiers.

Ik reisde nu via een zigzagroute naar Phnom Penh. Ik besloot de huidige lus op mijn route iets uit te breiden. Ik ging nu iets verder noordwestwaarts en dan zou ik over een kleine weg gaan fietsen naar Kampong Leaeng, bij een uitloper van het Tonle Sap-meer. Dan kon ik daar de volgende dag een ferry nemen naar Kampong Chhnang en dan de route hervatten. De vriendelijke geüniformeerde oude man die buiten toezicht hield bij het hotel hielp me met het dragen van de bagage. Ik reed vlot naar de afslag op ruim dertig kilometer. Het leek me beter hier te eten want ik wist niet wat ik op de weg - waarschijnlijk een gravelweg - naar Tonle Sap kon verwachten. Ik vond weer een kraam waar aardappel en banaan in beslag gefrituurd werden. De mevrouw schepte een zakje vol en gaf het me als geschenk. Ik vond ergens een halfkoud flesje cola en at van mijn aardappelschijfjes in beslag. Daarna ging ik op pad, eerst op asfalt, toen op gravel. Het werd een bijzondere ervaring want ik kreeg een heel ander Cambodja te zien. Dit was een vlak steppegebied met gebarsten aarde. Het was net Kazachstan, maar incidenteel stond er nog steeds een koelkast langs de weg, bij een kraam of eenvoudige winkel. Verderop werd het gebied groener; nu had ik landbouwgebied om me heen. Ik nam een cola bij een kraam. Verderop rees een klein gebergte voor me op. Ik moest linksom of rechtsom. Links waren er wegwerkzaamheden, rechts was asfalt. Ik ging rechts en reed enkele kilometers door bewoond gebied. Daarna was er weer enige tijd gravel. Het was wederom een ideale fietsdag. Cambodja was even geschikt voor een fietsvakantie als Vietnam. In Kampong Leaeng vond ik een guesthouse en in de avond zag ik een eethuis met grote pannen op een tafel. In een van de pannen zat rijst, in een andere een aantrekkelijk ogend mengsel van groente en vlees en dat bleek even later een correcte inschatting te zijn. Ik kreeg er een glas ijs en een ketel koude thee bij. Ik maakte nadien nog een korte wandeling in dit tropische boulevard-dorp en zocht mijn kamer weer op.

Mijn Chinese pomp brak opnieuw; ik had 'm tevergeefs gelijmd. Hij mag in Azië blijven. Het was een kort ritje naar de ferry en die stond al klaar. De pont vond zijn weg door de doorgangen tussen de eilanden in deze uitloper van het meer. Het was mooi om weer even op het water te zijn hier in de tropen, net als ooit in Laos, Brazilië en tussen Guyana en Suriname. In Kampong Chhnang reed ik een extra ronde door de stad om er iets meer van te zien. Het leek een aantrekkelijke plaats. Na twee uur fietsen waren er kramen langs de weg met ambachtelijk bereid voedsel. Bij een grotere kraam kocht ik een zak chips. Het was naar alle waarschijnlijkheid gezonde chips - biologische chips - van aardappelsoorten en wellicht ook groente (zo zaten er ook rode chipjes tussen). Ik kon er een cola uit de koelkast nemen en even zitten. In de middag, nabij Kampong Tralach, zag ik ander voedsel: kramen met gevilde katten en trosjes geplukte kuikens. Schildpadden, vogelspinnen en kevers had ik op dit verblijf in Cambodja nog niet gezien; waren de eetgewoonten veranderd of was dat streekgebonden voedsel? Verder was mijn traject deze dag niet bijzonder: een vrij drukke weg naar Phnom Penh zonder opvallend landschap en met weinig bijzondere bouwwerken. Rond half vier kwam ik aan in Oudong. Ik vond een alleraardigste retro-kamer met jaren 70-design, met bruine hanglampen en een plafond in lagen (helaas niet met licht tussen de lagen - overigens wel in de badkamer).

Ik mag nog een paar dagen touren in dit verrukkelijke land. Ik mag ook gaan pogen een vlucht te boeken. Het valt niet mee om een geschikte vlucht te vinden. Sites van niet-westerse maatschappijen zijn vaak onvolledig als het gaat om informatie over fietsvervoer en communicatie is in de praktijk vaak onmogelijk. Sommige sites zijn juist pijnlijk duidelijk en vragen tientallen dollars per kilogram overgewicht. Als maatschappijen ook nog een doos eisen betaal je al gauw 5 kg * $30 = $150 voor alleen al het vervoeren van de doos. Dan moet de fiets van 19 kg er nog in. Absurde praktijken. Westerse maatschappijen hanteren normalere regels en tarieven voor fietsvervoer, maar vragen gerust zeshonderd euro meer voor een ticket. Het zal mij benieuwen hoe dit gaat eindigen.

Oh, en dan was er nog mijn onderzoekje. Voor mijn vermoeden dat het lezersaantal van mijn blog negatief beïnvloed wordt door het gebruik van politiek ongewenste woorden vind ik geen steun. Maar kunnen we een effect vinden in de andere richting - een positieve beïnvloeding - bij gebruik van politiek gewenste woorden? Om dat te testen heb ik een soortgelijke dicteezin gecreëerd: "Terwijl het ministerie van Complotdenkers een hartstochtelijk pleidooi hield voor een transitie naar een inclusieve opwarming van duurzame ecosystemen, beschuldigden door klimaatverandering aangetaste wappies, geroyeerde leden van de actiegroep Global Gay Rights Now én de immer bijdehante Bono de lhbtiq -gemeenschap van het verspreiden van desinformatie over de diversiteit van stikstof en CO₂ tijdens de Holocaust."

Ik ga nog even genieten van Cambodja. En dromen van Afrika.

_________________________________________

Mijn boek ‘Vinnig meppen met een bos tulpen’, over de eerste twee jaar van mijn fietsleven, is bij de boekhandels verkrijgbaar, of tegen gereduceerd tarief bij:

https://www.boekenbestellen.nl/boek/vinnigmeppen


  • 03 Februari 2026 - 12:53

    Ron:

    wat een belevenissen weer! Ook een hoop politie intreacties, midden in de nacht, sommige lijken onterecht. Maar je bent niet snel geintimideerd geloof ik.


  • 03 Februari 2026 - 14:28

    Jilles Lamens:

    Wat een avonturen!

    Heb je nog maaltijden kat, schildpad en kever geprobeerd? Of vond je die producten té avontuurlijk of vond je ze niet smakelijk bereid in de restaurants?

    Goede vlucht!


  • 03 Februari 2026 - 15:10

    Richard Van Dijke:

    Vis vind ik voorlopig avontuurlijk genoeg, Jilles. Al had ik me wel voorgenomen gefrituurde vogelspin te eten als die op mijn pad kwam.

Reageer op dit reisverslag

Je kunt nu ook Smileys gebruiken. Via de toolbar, toetsenbord of door eerst : te typen en dan een woord bijvoorbeeld :smiley

Verslag uit: Cambodja, Kâmpóng Trâlach

Een wereldfietser heeft negen levens (deel 2)

Solo per fiets de wereld bereizen: na deel 1 (2013-2020) nu deel 2.

Te beginnen met een reis naar Cambodja via Mongolië. Ook nu zal ik mij vooral richten op lege gebieden en de focus ligt op het ondergaan van de grootsheid van de natuur, het aangaan van fysieke uitdagingen en het bestuderen van de psychologische effecten van het reizen. Ooit hoop ik nog een echte Sahara-tocht te maken, Afrika in de lengte en breedte te doorkruisen, en Tibet en Noord-Amerika te zien. En Salar de Uyuni. En Colombia. En Papoea-Nieuw-Guinea. En Oman. En Iran. Oh, en ik hoop nog wat boeken te schrijven.

Dan nu de statistieken, vanaf het prille begin.

(2011 Testrit Nederland (2 dgn, 160 km))
(2012 Testrit Nederland (9 dgn, 1018 km))
(2012 Testrit Nederland - Spanje (37 dgn, 3511 km))

Deel 1
(2013 - 2014): Nederland - Indonesië, via Alpen, Balkan, Turkije, Georgië, Azerbeidzjan, de Kaspische Zee, Kazachstan, Oezbekistan, Kirgizië, China en Zuidoost-Azië (366 dgn, 22961 km, €12,39 p.d.)

Deel 2
(2014): Australië: Darwin - Port Augusta en “tegen de klok in” naar Perth, afsluiting in Maleisië (151 dgn, 11444 km, €12,10 p.d.)

Deel 3
(2015): Zuid-Amerika: Ushuaia (AR) - Atacames (EC), deels te voet (276 dgn, 13403 km, €10,23 p.d.)

Deel 4
(2016): Nederland - Japan (Europa, Kazachstan, Kirgizië, Tadzjikistan, Zuid-Korea, Japan met op de 'terugweg' Thailand en Laos) (360 dgn, 22136 km, €10,50 p.d.)

Deel 5
(2017): Nederland - Roemenië, te voet (73 dgn, 2608 km, €10,06 p.d.)

Deel 6
(2017): Noord-Europa (o.a. IJsland, Scandinavië, de Baltische staten en Polen) (130 dgn, 10832 km, €9,63 p.d.)

Deel 7
(2017 - 2018): Zuid-Amerika II (Buenos Aires (AR) - Lima (PE), intermezzo in Mexico, Cuzco (PE) - Albina (SR)) (349 dgn, 21030 km, €12,84 p.d.)

Deel 8
(2018 - 2019): Marokko (Nice (FR) - Dakhla (EH) - Nador (MA)) (104 dgn, 7560 km, €8,63 p.d.)

Deel 9
(2019 - 2020): Afrika (Namibië, Zambia, Tanzania, Malawi, Mozambique, Zimbabwe, Botswana, Zuid-Afrika en opnieuw Namibië) (283 dgn, 17939 km, €11,81 p.d.)

Deel 10
(2020): West-Europa (233 dgn, 11594 km, €11,57 p.d.)

Intermezzo
(2020-2024): Benelux (30 dgn, 3313 km)

Deel 11
(2025): Nederland - Mongolië met aansluitend ZO-Azië (stand: 358 dgn, 24481 km, €13,02 p.d.)

Totaal aantal reisdagen: 2760
Totaal aantal kms: 173.390
Totaal aantal fietsuren: 13802
Totaal aantal nachten wildkamperen: 1414
Totaal aantal overnachtingen in een tent: 1771
Totaal aantal hotels: 421

(Laatste update: 10/01/2026)
_________________

Landenteller: 75
Van meest naar minst favoriet:

1. Argentinië
Als je van fietsen in eindeloze leegtes en prachtige berggebieden houdt en tegen een windvlaag kunt dan is Argentinië wat mij betreft 's werelds beste optie om maandenlang te kunnen genieten van isolement en omgeving.

2. Kazachstan
Aan het steppeavontuur uit 2013 voegde ik vijf ervaringen toe: een mooie tocht van Astana naar Bishkek door opnieuw een (grotendeels) leeg stuk Kazachstan, een verregende tocht door een net even te bevolkt hoekje van het land, een aangenaam verblijf van in totaal 12 dagen in Alma-Ata, een slopende reis van Atyrau naar Turkestan en een verkoelende rit van Astana naar China. Kazachstan blijft een van mijn favoriete leegtes, met ook nog fantastische mensen.

3. Australië
Wat een strijd was het, tegen vliegen, wind, hitte en immer hellende wegen. Fietsen in de outback doe je niet voor je lol. Maar fietsen hoeft niet altijd leuk te zijn, soms is het de uitdaging die telt. Wat resteert is de herinnering aan dat heroïsche gevecht in die fantastische bak ellende.

4. IJsland
Wow, is dit nog dezelfde planeet? Ik zag de meest wonderlijke landschappen en natuurverschijnselen en genoot van het isolement bij het doorkruisen van het eiland. Trotseer wind, kou, regen en vliegen en je wordt rijkelijk beloond.

5. Japan
Drie maanden lang leefde ik buiten, op een weinig gevarieerd dieet, want ik kon er haast niets betalen. Maar dat gaf niet, want Japan staat vol parken met sanitaire voorzieningen en stroom en je mag daar gewoon kamperen. En ook op het strand. Met name de westkust van hoofdeiland Honshu was mooi, van geïsoleerde strandjes tussen zwart gesteente tot kilometerslange zandleegtes met windmolens. Japan is een beschaafd en schoon land dat negativiteit volledig weggeplamuurd heeft. Maar het is ook een verrekt nat land, met al die regen. Of ben ik nu te negatief?

6. Chili
Chili bleek vooral een druilerig land te zijn, maar het heeft een belangrijke troef: de Atacama-woestijn. En dat is de droogste woestijn op aarde, met een gematigde temperatuur; ideaal voor prachtige fietstochten.

7. Namibië
De droge kustregio is fascinerend, met zijn zand- en steenvlaktes en duinen. Andere smaken: rijden tussen de omheiningen van boerenbedrijven, of langs bush met hutten, vee en mensen. Het land heeft ruimte en een uitgebreide infrastructuur, goed voor maandenlang fietsen, en volop voorzieningen zoals supermarkten en campings. Aantrekkelijk fietsland.

8. Mongolië
U wilt leegte? Ga uw goddelijke gang in Mongolië. Ik reed door eindeloze steppes met yurts en door het mooie Altaigebergte. En ik zag cultuurstad Ulaanbaatar, even boeiend als Alma-Ata en Yerevan. Goed volk ook, die Mongolen. Ik ben nog niet klaar in dit land; ik kom terug.

9. Kirgizië
Het land van de bergweiden, de valken, de paarden en de yurts. Maar nu ik ook in het zuiden van het land ben geweest, weet ik dat het ook het land is van landbouwgronden, kuddes op de weg en stront, veel stront. Desondanks een zeer interessant fietsland.

10. Tadzjikistan
Komend vanuit Kirgizië was het eerste deel van de Pamir Highway een fantastische ervaring. Highway dient hier niet vertaald te worden met snelweg maar met hoge weg: de hoogste pas lag op 4655m. Nog nooit fietste ik in zo’n hooggelegen woestijn. Toen de daling inzette ging de spanning er wat vanaf en uiteindelijk werd de omgeving alledaags: landbouw, vee, huisjes. Toch werd deze tocht één van de hoogtepunten uit mijn fietsleven.

11. China
Wonderlijk vreemde wereld, totaal verschillend van welk land dan ook. China is zelden mooi en bijna alle grond is in gebruik, maar de ongekend vriendelijke mensen, de hooglanden, het eten, de fysieke uitdagingen en de bijzondere ervaringen maken dit alles meer dan goed.

12. Thailand
Spannende badplaatsen, snelle wegen, fraaie tempels en beelden, uitstekende voorzieningen. Thailand heeft het.

13. Maleisië
Mooie spots, goede wegen en voorzieningen, en een aangenaam verblijf in Melaka.

14. Oezbekistan
Warme herinneringen aan hete dagen in het isolement van de steppe. Aan oriëntaalse verblijven met 's werelds meest fantastische ontbijtbuffetten. En aan mijn kortstondige vriendschap met de kinderen van Üchqorgon. Maar ik draaide volledig door in de bewoonde gebieden. Het joelen, het fluiten, het toeteren, fietsende jongens die me opwachtten en traag voor mijn wielen gingen rijden; het maakte me woest. Ik heb kennisgemaakt met de allerzwartste kant van mezelf.

15. Bolivia
Het was een mooie wereld, die Boliviaanse hoogvlakte. Nooit gedacht dat ik me zou begeven in een gebied waar het uiteindelijk -18°C zou worden en dat ik daar nog knap probleemloos doorheen zou reizen. Maar halverwege, toen ik van Sucre via Cochabamba naar la Paz reed, werd de wereld om me heen alledaags en zag ik vooral landbouwgebieden.

16. Guyana
Land bij uitstek voor de avonturier. Tussen Lethem en Linden (evenals de overige plaatsen in Guyana tjokvol koloniale historie) liggen honderden kilometers praktisch onbewoond regenwoud met ongeasfalteerde wegen. En met fraaie lodges. Je waant je in het hart van Afrika. De kustroute kan wat claustrofobisch aandoen, iedere 500m rijd je een nieuw dorp binnen.

17. Brazilië
Dit land verraste me, door de variatie in het landschap, zelfs als het om landbouw ging, door het goede ontbijt, door het avontuur op ongeasfalteerde trajecten in de Amazone en in nationale parken. Minpunt: in het droge seizoen wordt veel droge vegetatie verbrand en dat heeft gevolgen voor de luchtkwaliteit.

18. Zuid-Afrika
In een vrij lege uithoek van Zuid-Afrika fietste ik door prachtige landschappen en keek ik 's avonds vaak naar een schitterende hemel. Maar wat staan er extreem veel hekken in dit land!

19. Marokko / Westelijke Sahara
Zeer gevarieerd land, waarin ik vooral woestijn en bergen opzocht. Vriendelijke, behulpzame bevolking. Fraaie architectuur, mystiek en sterrenpracht. Maar... Marokko is een politiestaat en dat kan beklemmende vormen aannemen. Grand frère te regarde. En dat kost Marokko strafpunten.

20. Georgië
Er zijn bijzonder mooie trajecten te rijden in dit groene land met zijn bergen en weiden. Bij mijn eerste bezoek had ik bovendien een leuke tijd in hostels in Batumi en Tbilisi.

21. Armenië
Mijn tocht langs het Sevanmeer met zijn beboste oevers beschouw ik als het hoogtepunt van mijn reis door dit land, maar ook de bergtrajecten en de steden Gyumri en Yerevan waren zeer boeiend.

22. Vietnam
De vlakke kustroute na die slopende bergen in Noord-Laos, het spontane volk, het Phong Nha Ke Bang National Park en het Easy Tiger hostel, een week in Hoi An... Onverwacht aangenaam land.

23. Laos
Zware trajecten, slechte voorzieningen, uitputting. En bier in Luang Prabang en Vientiane. Dat was tijdens mijn eerste verblijf, in het noorden van Laos. Mijn tweede tocht voerde door de Middeleeuwen in het hart van Laos. Kraampjes, bewoning langs de weg, veel kinderen, vuurtjes. Alleraardigst. Voor een paar weken.

24. Spanje
Mijn eerste grote uitdaging, dwars door het hart van dit land. Bergen, kaal gesteente, meren, uitgestorven dorpjes en een mooi nationaal park. Ook mijn tweede tocht langs de oostkust beviel goed, ondanks de sinaasappelvelden was er genoeg ruimte voor avontuur, m.n. het kamperen bij allerlei soorten ruïnes. Op de derde tocht kriskras door het binnenland had ik gemengde ervaringen: in het zuiden vooral landbouw, in het noorden veel variatie in het landschap.

25. Nederland
Zeer uitgebreid fietsnetwerk en opvallend veel natuur voor zo’n bevolkt land, al zijn provincies als Drenthe, Overijssel en Noord-Brabant geschikter om te fietsen en wildkamperen dan de Randstad.

26. Zuid-Korea
Tot in de puntjes verzorgd land met uitstekende fietsvoorzieningen, en ook nog eens erg aardige mensen. Of: rijstveld met tamme kust, vol werkende en recreërende mensen. Ondanks de zomerse hitte was dit een comfortabel land, maar spanning moet je elders zoeken.

27. Peru
Mijn eerste tocht door Peru die vooral door de Andes liep was een serieuze tegenvaller. Het Andesgebergte bleek ontbost, overbevolkt en beklemmend te zijn; misschien dat slechts 5% van de route door mooie canyons en over lege hoogvlaktes voerde, verder reed ik vooral langs akkers, honden en mensen. Hoe langer ik er fietste, hoe meer Peru een nachtmerrie werd, mede door het zware terrein en de dreiging van beroving. Mijn tweede tocht door de woestijn aan de kust was een geweldige ervaring: een desolate omgeving die tot de verbeelding sprak, goede voorzieningen onderweg en een prettige sfeer. Gemengde gevoelens dus bij dit land.

28. Zweden
Pretentieloos; eindeloze bossen bomvol muggen. En laat ik nou net houden van schier eindeloze stukken natuur met een uitdaginkje.

29. Duitsland
Mijn waardering voor dit land is gegroeid in de loop der jaren. Ik voel me er prettig, de mensen zijn aardig, de voorzieningen zijn goed, er is veel ruimte en veel bos langs de weg om te kamperen.

30. Mexico
Goede voorzieningen op het vasteland, maar de omgeving inspireerde me niet. Bovendien kreeg ik het aan de stok met de luchtvervuiling. Dat was allemaal anders op het prachtige schiereiland Baja California met zijn woestijnen en cactussen. Toch krijgt Mexico net als Cambodja strafpunten vanwege de veiligheidsproblemen waarmee het te kampen heeft.

31. Botswana
Genoeg leegte voor lange ritten in isolement. Zand, struiken en veepoep; met meer variatie in het landschap had dit land hoger geëindigd. Ook nét even te bewoond en teveel prikkeldraad om relaxed te kunnen kamperen.

32. Turkije
Groot, gevarieerd land waar veel te beleven valt. Vriendelijk volk, sportieve uitdagingen in berggebieden en volop buurtsupers om onderweg een lunch te scoren. Wel jammer dat veel natuur ten prooi valt aan landbouw en dat het weer vies tegen kan vallen buiten de zomer en weg van de zuidkust.

33. Indonesië
Indonesië pakt je bij je lurven en blijft je door elkaar schudden. Lachend blijft het land prikken met een wijsvinger in je borst: ‘Hello, misteeeeeeeer!’. Na een paar weken dacht ik: ‘Hou daarmee op’. Maar dat kon ik vergeten. Het land dreef me tot op de rand van de waanzin, met name op Java. Maar Indonesië was ook het land waar ik rondfietste alsof ik een popster was, zo vaak wilde de jeugd met mij op de foto. De voorzieningen onderweg waren nergens ter wereld zo goed als hier en ook was er geregeld korting op chique hotelkamers, met een ontbijtbuffet in de ochtend. En op Bali had ik een leuke week in Ubud én in Kuta, tussen de backpackers. Ik kreeg het niet cadeau maar wat resteert is een waardevolle herinnering.

34. Azerbeidzjan
De echte waardering voor dit land kwam pas na een half jaar. De stijgende temperatuur, die lange hete weg naar Baku met links en rechts prairies en spoorlijnen, het verlangen naar de uitdaging in Kazachstan, het verblijf in Baku, wachtend op het moment dat ik de Kaspische Zee kon oversteken. Het drukt de herinnering aan al die aandachttrekkende wegarbeiders naar de achtergrond. Ik denk er met genoegen aan terug.

35. Oostenrijk
Altijd mooi. Maar de keren dat ik er was waren zonnige dagen uitzonderingen en regen en kou de norm.

36. Bulgarije
Het was een beetje alsof ik weer in Kazachstan reed. Cyrillisch alfabet, monumenten, pleinen en Sovjetkunst. En: echte natuur. Dat had ik, komend uit olijfgaard Griekenland, gemist. Bij mijn tweede bezoek viel me het verval van het land op. Toch gaf Bulgarije me wederom een goed gevoel.

37. Zwitserland
Mooi, verzorgd land. Wel wat aan de krappe kant; de Zwitserse leefwereld bevindt zich altijd tussen twee bergwanden.

38. Zimbabwe
Prima verblijf in Harare en Bulawayo, ruimte voor rust en cultuur. Soms mooie natuur, met grote stenen in het landschap. Financieel is dit land een uitdaging, met zijn gebrek aan contant geld. Gastvrije mensen, maar ook veel gestaar.

39. Suriname
Tropisch land vol fascinerende herinneringen aan Nederland en ook veel gesprekken met leuke mensen, in het Nederlands. Een serieus probleem echter zijn de vele branden die er woeden, met een desastreuze invloed op de luchtkwaliteit en de leefbaarheid.

40. Zambia
Vier weken fietste ik door dit land, maar heb ik het ook gezien? Mijn zicht werd namelijk nogal beperkt door struiken en bomen langs de weg. Wat wel indruk maakte waren de Victoria Falls, de gastvrijheid van de mensen en de sfeervolle lodges.

41. Kroatië
Schitterende afdaling naar de kust, mooi zicht op de vele eilanden. Leuke avond op een camping in wording, aan een meer. Maar ook veel regen.

42. Montenegro
Dit bergstaatje maakte indruk. De omgeving maar ook de mensen. Gratis op de camping, aangeboden fruit. Leuk. Bij mijn tweede bezoek reed ik o.a. door een mooie kloof, maar al vlot joeg de overvloedige regen me het land uit. Net als elders in de regio veel honden, zwerfvuil en verbrande grond.

43. Noorwegen
De laaggelegen delen van Noorwegen konden me niet zo bekoren omdat Noren overal in de natuur lukraak hun tweede huis neerzetten; ik kreeg het idee dat ik door een eindeloos bungalowpark reed. Maar ik reed ook over hoogvlaktes met resten sneeuw en keek er mijn ogen uit.

44. Hongarije
Een tocht door een waterrijk natuurgebied, verder kerken en kastelen, huizen in pasteltinten, ruime bossen, goed volk. Prima indruk.

45. Slovenië
Imponerende entree in een nationaal park, komend vanuit een hoekje van Italië. Leuke nacht op een camping. Eerste hostel in Ljubljana, veel contact met medereizigers.

46. Kosovo
Verrassend land. Eigenlijk valt er niet veel te zien in dit agrarische land. Vooral de mensen maakten het verschil. Verder zat de charme veelal in de details, met name het jaren 70-gevoel dat het pretentieloze Pristina opriep.

47. Cambodja
Mooie ervaringen, met name de overnachtingen bij NGO’s en in een bamboehut. Maar wel steeds die donkere wolk van dreigende onveiligheid.

48. Bosnië en Herzegovina
Eerste bezoek: mooie natuur, en kamperen langs een meer. Tweede bezoek: boeiende tochten door de bossen, maar ook hinderlijke honden, zwerfafval en verbrande bermen.

49. Frankrijk
Lange aaneenschakeling van rotondes. Maar toch ook mooie natuur, stille dorpen en stijlvolle vrouwen.

50. Denemarken
Alleraardigste gratis kampeerstekken met eenvoudige voorzieningen. Verder vlak, winderig en met een tamelijk bewoonde kuststrook (veel woningen in de duinen).

51. België
Wat België zo interessant maakte voor mij was de mogelijkheid om lange stukken rechtuit te fietsen, hetzij op of langs provinciale wegen, hetzij langs kanalen (jaagpaden). Wildkamperen is er ook vrij goed te doen.

52. Portugal
Interessant waren de kust en het Parque Natural da Serra da Estrela. Verder is Portugal toch vooral een verzameling valleitjes vol honden.

53. Tsjechië
Praag blijft een mooie stad. Verder had ik vooral te maken met een glooiend landschap met geregeld bos en soms een dorp. Prima land om doorheen te trekken, wel een beetje saai.

54. Noord-Macedonië
Skopje is een mooie stad. Verder was dit land uiteindelijk een soort samenvatting van alle andere stukken ex-Joegoslavië: bergen en landbouw, moskeeën, honden, zwerfvuil en verbrande bermen.

55. Slowakije
Glooiend landschap met geregeld bos en soms een dorp. Prima land om doorheen te trekken, maar niet speciaal.

56. Polen
Landbouw, bossen waarin het goed kamperen is, en de voorzieningen zijn in orde. Wel veel glas op de weg en dronkenschap.

57. Italië
Tuinbouwgebied met honden.

58. Griekenland
Olijfgaard met honden.

59. Mozambique
Doodzonde. Dit had één van de mooiste fietslanden op aarde kunnen zijn. Een Australië zonder overdreven veel vliegen of hitte. Maar Mozambikanen steken graag hun natuur in brand. Dat is hun goed recht, het is hun land. Maar ik hoef die zwartgeblakerde aarde niet te zien. Doei.

60. Malawi
De soms prachtige lodges aan Lake Malawi redden de eer van dit land. Want de routes zijn saai, de lucht is ongezond, het is er druk en nergens kwam ik kinderen tegen die vervelender waren dan in dit armoedige land.

61. Tanzania
Veel accommodaties, vaak in orde. Zeer goedkoop land ook. Vleugje avontuur in bossen vol tseetseevliegen. Wel een land waar bijna niets te krijgen is, waar smakeloos eten geserveerd wordt, waar overal land in brand staat en slechte muziek klinkt en waar ik nergens een oord aantrof met een beetje sfeer. Tanzania is armoedig en zonder enige franje.

62. Ecuador
Enorm gevarieerd land: jungle, duinen, bergen, polders, plantages. Toch slaat de meter door naar de verkeerde kant. Eigenlijk is het gewoon een druk, lawaaiig en onveilig ontwikkelingsland.

63. Finland
In potentie een interessant land met veel bossen en meren. Maarja, het regent er permanent. Mijn tocht veranderde in een vluchtpoging.

64. Servië
Ik zag de noordelijke helft van het land, en dat was weinig meer dan een landbouwgebied. Belgrado heeft een mooi centrum. Verder zag ik honden, veel afval en overal grafstenen.

65. Roemenië
Mijn verblijf in Boekarest was geweldig en ook andere steden waren aangenaam om te vertoeven. Maar wat ben ik geschrokken van het platteland. Het staren, het bedelen, de valse honden, in een decor met paardenkarren en lijkstoeten. Was dit Europa anno 2017? Of had dit land eigenlijk tussen Armenië en Azerbeidzjan moeten liggen? Er waren ook mooie ervaringen met behulpzame en vrijgevige mensen, maar het beeld van een sterk achtergebleven land bleef hangen.

66. Albanië
Sterk vervuild, achtergebleven, Kaukasus-achtig landje in een anoniem hoekje van Europa. Curieuze nachten op een Nederlandse camping, met een ‘huurmoordenaar’ en ‘maffiabaas’ in een hostel en in mijn tent voor het hotel van een innemend pisventje. Toch een beetje een domper, dit land.

In Hongkong, Singapore, Luxemburg, Monaco, Estland, Letland, Litouwen, Andorra en Liechtenstein fietste ik te kort om een oordeel te kunnen geven.

Grootste dagafstand
⁰¹ Haccourt (BE) - Hellevoetsluis (NL) - 31/07/2020 257,51 km
⁰² Vittangi (SE) - Grens FI-NO (FI) - 08/08/2017 215,20 km
⁰³ Coober Pedy - Glendambo (AU) - 08/09/2014 209,15 km
⁰⁴ Kempele - Viitasaari (FI) - 26/08/2017 203,77 km
⁰⁵ Alta - Nordkapp (NO) - 11/08/2017 201,30 km
⁰⁶ Dorotea - Sorsele (SE) - 02/08/2017 191,15 km
⁰⁷ Akçakale - Arhavi (TR) - 12/06/2013 184,71 km
⁰⁸ Probollingo - Gilimanuk (ID) - 15/03/2014 182,76 km
⁰⁹ Hellevoetsluis (NL) - Kluisbergen (BE) - 28/04/2012 179,82 km
¹⁰ Noordwolde - Houten (NL) - 14/08/2020 178,27 km

Grootste dagklim
⁰¹ Buena Vista - Canta (PE) - 28/03/2018 2389m
⁰² Huara (+13km) - Huara (+73km) (CL) - 07/07/2015 2246m
⁰³ Vilar Seco - Covilhã (PT) - 25/03/2020 2212m
⁰⁴ Baiyangxiang - Baiyangxiang (+70km) (CN) - 07/10/2013 2202m
⁰⁵ Khashuri - Tskhratskaro-pas (GE) - 11/05/2025 2193m
⁰⁶ Fiesch - Tavanasa (CH) - 17/07/2020 2140m
⁰⁷ Tsageri - Khikhati-pas (GE) - 09/05/2025 2104m
⁰⁸ Valdelosllanos - Los Molinos (ES) - 04/03/2020 2076m
⁰⁹ El Pla de Sant Tirs (ES) - Vaychis (FR) - 08/07/2020 2012m
¹⁰ Iğdır - Kars (TR) - 29/04/2025 1998m

Langste fiets-/loopdag (excl. pauzes)
⁰¹ Haccourt (BE) - Hellevoetsluis (NL) - 31/07/2020 15:02:00
⁰² Alta - Nordkapp (NO) - 11/08/2017 14:51:23
⁰³ Vittangi (SE) - Grens FI-NO (FI) - 08/08/2017 14:17:17
⁰⁴ Dorotea - Sorsele (SE) - 02/08/2017 13:12:08
⁰⁵ Haurvig - Svankaer (DK) - 12/07/2017 12:17:35
⁰⁶ Noordwolde - Houten (NL) - 14/08/2020 12:01:00
⁰⁷ Junin (-32km) - Huánuco (-82km) (PE) - 31/08/2015 11:46:00
⁰⁸ Matasaru - Boekarest (RO) - 15/04/2017 11:45:32
⁰⁹ Nyjidalur airport - Thorisvatn (IS) - 26/06/2017 11:43:40
¹⁰ Talavera - Navalvilar (ES) - 22/02/2020 11:35:00

Hoogste pas
⁰¹ Abra del Acay (AR) - 14/01/2018 4895m
⁰² Paso de Jama - San Pedro de Atacama (CL) - 05/02/2018 4831m
⁰³ Abra Pirhuayani (PE) - 15/07/2018 4725m
⁰⁴ Abra Yanashalla (PE) - 04/09/2015 4720m
⁰⁵ Ak-Baital pas (TJ) - 17/06/2016 4655m

Langste verblijf land (aantal keer bezocht)
⁰¹ Argentinië - 149 dagen (5x)
⁰² Portugal - 127 dagen (2x)
⁰³ Australië - 123 dagen (1x)
⁰⁴ Peru - 115 dagen (3x)
⁰⁵ Chili - 112 dagen (4x)

Langste verblijf stad (aantal keer bezocht)
⁰¹ Nabainhos (PT) - 92 dagen (1x - lockdown)
⁰² Boekarest (RO) - 16 dagen (2x)
⁰² Upington (ZA) - 16 dagen (2x)
⁰⁴ Bishkek (KG) - 15 dagen (5x)
⁰⁵ Paramaribo (SR) - 14 dagen (3x)
⁰⁵ Osh (KG) - 14 dagen (2x)

Langste onafgebroken reeks fiets-/loopdagen (halve dag: 1,75 - 5,25 uur, hele dag: 5,25 uur of meer)
⁰¹ Málaga (ES) - Douro (PT) - 2020 32,5d (3290 km)
⁰² Fukuoka - Miyako (-42km) (JP) - 2016 30d (2538 km)
⁰³ Hellevoetsluis (NL) - Praag (CZ) - 2017 26,5d (1033 km, te voet)
⁰⁴ Trelew - San Rafael (AR) - 2017 25d (2265 km)
⁰⁵ Nabainhos (PT) - Feldkirch (AT) - 2020 23d (2622 km)
⁰⁶ Mazatlan - Mexicali (MX) - 2018 21,5d (1933 km)
⁰⁷Hellevoetsluis (NL) - Belgrado (RS) - 2025 21d (2037 km)
⁰⁸ Sorgues (FR) - Manfredonia (IT) - 2016 20,5d (1757 km)
⁰⁹ Roda de Bera (ES) - Bouarfa (MA) - 2018 20,5d (1696 km)
¹⁰ Manaus (BR) - Georgetown (GY) - 2018 20,5d (1597 km)

Langste onafgebroken reeks wildkampeernachten (kamperen op niet-toegewezen plekken en zonder gebruikmaking van douche of elektriciteit)
⁰¹ Castro Verde - Douro (PT) - 2020 27x
⁰² Hellevoetsluis (NL) - Praag (CZ) - 2017 26x
⁰³ Nabainhos (PT) - Feldkirch (AT) - 2020 23x
⁰⁴ Hellevoetsluis (NL) - Belgrado (RS) - 2025 20x
⁰⁴ Edirne - Diyarbakır (TR) - 2025 20x
⁰⁶ Praag (CZ) - Debrecen (HU) - 2017 19x
⁰⁶ San Rafael - Cafayate (AR) - 2017/2018 19x
⁰⁸ El Chalten (AR) - Coyhaique (CL) - 2015 18x
⁰⁸ Buenos Aires - Trelew (AR) - 2017 18x
¹⁰ Puerto Montt (CL) - Malargüe (AR) - 2015 17x
¹⁰ Astana (KZ) - Alashankou (CN) - 2025 17x
¹⁰ Ping'an - Zhaotong (CN) - 2025 17x

Langste onafgebroken reeks tentovernachtingen
⁰¹ Darwin - Perth (AU) - 2014 123x
⁰² Mutoko (ZW) - Karasburg (NA) - 2019 96x
⁰³ Fukuoka - Osaka (JP) - 2016 79x
⁰⁴ Kristiansand (NO) - Hellevoetsluis (NL) - 2017 74x
⁰⁵ Igoumenitsa (GR) - Sofia (BG) - 2016 39x
⁰⁶ Hellevoetsluis (NL) - Manfredonia (IT) - 2016 38x
⁰⁶ Keflavik - Keflavik (IS) - 2017 38x
⁰⁸ Aus - Opuwo (NA) - 2019 36x
⁰⁹ Windhoek (NA) - Monze (ZM) - 2019 35x
⁰⁹ Nabainhos (PT) - Hellevoetsluis (NL) - 2020 35x

Langste onafgebroken reeks dagafstanden >= 100 km
⁰¹ Vilariça (PT) - Feldkirch (AT) - 2020 18x (2164 km)
⁰² Astana (KZ) - Alashankou (CN) - 2025 17x (2055 km)
⁰³ Warschau (PL) - Hellevoetsluis (NL) - 2017 11x (1442 km)
⁰⁴ Hellevoetsluis (NL) - Sorde de l'Abbaye (FR) - 2012 10x (1465 km)
⁰⁵ Hellevoetsluis (NL) - Nørre Rubjerg (+2km) (DK) - 2017 10x (1243 km)
⁰⁶ Tumpen (AT) - Hellevoetsluis (NL) - 2020 9x (1165 km)
⁰⁷ Bouanane (-40km) - Assa (-17km) (MA) - 2018/2019 9x (1010 km)
⁰⁸ Faset (-33km) (NO) - Jokkmokk (-15km) (SE) - 2017 8x (984 km)
⁰⁹ B'xiang (+70km) - Yuanyang (+15km) (CN) - 2013 8x (970 km)
¹⁰ Kununurra (+90km) - Broome (-20km) (AU) - 2014 8x (931 km)

Recente Reisverslagen:

03 Februari 2026

Politie te slipper

10 Januari 2026

Over zoetzakken en zonen van publieke vrouwen

16 December 2025

Een eerlijk bord tokbokki is goed voor het moreel

30 November 2025

Japanse yens verbrassen aan een kaasplankje

21 Oktober 2025

Banden plakken met Herman Finkers

20 September 2025

De Verrekte doch Verrukkelijke Vuurbal

19 Augustus 2025

Het unieke actievoordeel van Nederlands weer

13 Juli 2025

De lange lijdensweg naar Osh

13 Juni 2025

Een echte filmster weigert een natte droge worst

18 Mei 2025

Bittere herdersoorlogen

21 April 2025

Kamperen in de aardkorst

29 Maart 2025

Huilbaby's met een vertraagd autoalarm

06 Maart 2025

Krokante wegen naar Europa’s bezongen steden
Richard

Actief sinds 16 Feb. 2013
Verslag gelezen: 140
Totaal aantal bezoekers 346439

Voorgaande reizen:

11 Februari 2025 - 31 December 9999

Een wereldfietser heeft negen levens (deel 2)

31 Oktober 2020 - 31 December 2024

Wederwaardigheden in een klein bestaan

03 April 2013 - 22 September 2020

Per fiets de wereld rond

Landen bezocht: